Terug
Gepubliceerd op 27/02/2026

Notulen  Gemeenteraad

wo 28/01/2026 - 20:00 raadszaal Dekenij
Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
Verontschuldigd: Christel Van der Perre

De voorzitter opent de zitting op 28/01/2026 om 20:00.

  • Openbaar

    • Algemeen

      • Goedkeuring van de notulen en het zittingsverslag van de vergadering van 17 december 2025

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Verontschuldigd: Christel Van der Perre
        Aanleiding

        De goed te keuren notulen van de gemeenteraad 17 december 2025 vindt u als bijlage bij dit agendapunt.

        Het zittingsverslag van deze vergadering kunt u via volgende link beluisteren : https://youtu.be/eUO-24D-GLQ

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Enig artikel:

        Het PV van de notulen en het zittingsverslag van de vergadering van 17 december 2025 worden goedgekeurd.

    • Financiën

      • Financiën - Belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Verontschuldigd: Christel Van der Perre
        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994; 

        Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur. 


        Regelgeving:

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen; 

        Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet); 

        Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA); 

        De Beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure. 


        Feiten, context en argumentatie

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. 

        De belasting compenseert de kosten van de overlast bij het verwerken van ongeadresseerd drukwerk en huldigt het principe 'de vervuiler betaalt’. 

        De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heeft ook een ecologischcomponent, met name het ontmoedigen van de veelverspreiding van reclame of publiciteit en het ontmoedigen van communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de inzameling en verwerking van afval door de gemeente. 

        Voorliggend reglement wijzigt en vervangt de beslissing van de gemeenteraad van 17/12/2025 betreffende de belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten.  Naar analogie met het belastingreglement drukwerk m.b.t. de periode 2020-2025 wordt vrijstelling van belasting verleend als de opdracht tot drukken of produceren uitgaat van een politieke partij die een lijst indiende voor de Europese, federale, gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of van een kandidaat op die lijst.  De beperking van de vrijstelling van belasting tot enkel de sperperiode wordt hierbij geschrapt.

        Financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, jaarbudgetrekening :

        GBB-FIN/0020-00/73424000

        Onderdeel Extra Input 2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Exploitatie Exploitatie - ontvangsten 60 000 60 000 60 000 60 000 60 000 60 000
        Exploitatie - uitgaven            
        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1: Het belastbaar feit 

        De gemeente Lennik heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk met handelskarakter en van gelijkgestelde producten in brievenbussen en op de openbare weg. 

         

        Artikel 2: Definities 

        Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder: 

         verspreidingbedeling in brievenbussen en op de openbare weg door persoonlijke afgifte of via een display. De verspreiding van hetzelfde drukwerk of gelijkgesteld product over een zeker tijdsverloop, wordt als één verspreiding aangezien; 

        2° drukwerk met handelskarakter: elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken en merknamen, en die erop gericht is de potentiële klant er toe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder; 

        3° gelijkgestelde productenalle stalen en andere promo-artikelen die meegenomen kunnen worden en die aanzetten om diensten, producten of transacties te doen gebruiken, verbruiken of aankopen. Voorbeelden zijn samples en bedrukte gadgets. Deze opsomming is niet limitatief; 

        4° ongeadresseerd: het ontbreken van individuele adressering. Ook collectieve adresaanduiding of een gedeeltelijke adresvermelding wordt beschouwd als ongeadresseerd.  

         

        Artikel 3: De belastingplichtige 

        De belasting is in eerste instantie verschuldigd door de fysieke persoon of rechtspersoon die de opdracht gaf aan de drukker om te drukken, of die opdracht gaf om het gelijkgestelde product te
        produceren. 

        Bij gebreke aan een aangifte overeenkomstig artikel 7, kan de belasting worden gevestigd lastens diegene die op het drukwerk als verantwoordelijke uitgever wordt vermeld.

        De fysieke of rechtspersoon onder wie zijn naam, handelsnaam, logo of embleem het niet geadresseerde drukwerk of het gelijkgestelde product wordt verspreid, is hoe dan ook hoofdelijk
        aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

         

        Artikel 4:  Berekeningsgrondslag en tarief 

        De belasting is verschuldigd op het moment van verspreiding van het ongeadresseerde drukwerk of het gelijkgestelde product.  

        De belasting wordt vastgesteld, met een minimum van 25,00 euro per drukwerk, op: 

        • 0,025 euro per verspreid exemplaar voor alle drukwerken waarvan de totale bedrukbare oppervlakte niet groter is dan of gelijk is aan 1 blad A4 

        • 0,0725 euro per verspreid exemplaar voor alle andere drukwerken. 

        Het open geplooide reclamedrukwerk dat groter is dan 1 A4 wordt aanzien als meerbladig reclame drukwerk. 

         

        Artikel 5: Vrijstellingen en/of verminderingen 

        Vrijstelling van belasting wordt verleend als: 

        1° de opdracht tot drukken of produceren uitgaat van een politieke partij die een lijst indiende voor de Europese, federale, gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of van een kandidaat op die lijst;

        2° het drukwerk kadert in een gemeentelijke volksraadpleging, voor zover het verspreid wordt aan de gerechtigde deelnemers van de volksraadpleging overeenkomstig artikel 317 van het decreet over het lokaal bestuur tot uiterlijk de dag van de volksraadpleging; 

        3° het drukwerk uitgaat van openbare instellingen, notarissen, erkende gemeentelijke verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele verenigingen en sportverenigingen. 


        De verschuldigde belasting wordt verminderd : 

        • Met 25% indien wordt bewezen dat de drukwerken zijn uitgegeven op recyclagepapier 

        • Met 25% indien wordt bewezen dat de drukwerken gebeurden via droog offset drukwerk. 

        De bewijzen hiervan dienen geleverd te worden bij de aangifte aan de hand van een attest van de papierleverancier en/of drukker. Indien deze attesten bij de aangifte ontbreken wordt de belastingvermindering niet toegepast. Deze belastingverminderingen zijn niet cumuleerbaar. De minimumbelasting van 25 euro blijft echter verschuldigd. 

         

        Onvolledige verspreiding van het aantal drukwerken en/of gelijkgestelde producten waarvan aangifte gedaan werd bij het gemeentebestuur geeft geen aanleiding tot belastingvermindering. 

         

        Artikel 6: Wijze van inning 

        De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat driemaandelijks vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. 

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. 

         

        Artikel 7: Aangifteplicht  

        §1. De belastingplichtige doet binnen de 15 kalenderdagen na elk verstreken kwartaal, uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, aangifte bij de gemeente van de verspreiding binnen het verstreken kwartaal. De aangifte dient te gebeuren middels het aangifteformulier dat ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur en/of via de website van Gemeente Lennik.. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst. 

        De aangifte wordt ingediend op volgend adres: Markt 18 te 1750 Lennik  

        en/of via het mailadres: financien@lennik.be  

        en/of op digitale wijze via het e-loket van de website van de Gemeente Lennik: https://www.lennik.be/eloket/formulier/18/drukwerkaangifte 

         

        Ingeval van periodieke verspreidingen kan de aangifte op voorhand gedaan worden, deze aangifte kan gelden voor de daaropvolgende verspreidingen tijdens hetzelfde dienstjaar. 

         

        De aangifte dient over de volgende gegevens te beschikken: 

        • naam, adres en rijksregisternummer of ondernemings- of vestigingsnummer van de belastingplichtige; 

        • datum van de verspreiding; 

        • aantal verspreide exemplaren; 

        • referentie en/of benaming van het drukwerk of het gelijkgestelde product; 

        • afmeting en aantal pagina’s van het drukwerk;  

        • (in voorkomend geval) plaats van de verspreiding via een display of ander verdeelsysteem. 

         

        §2. De gemeente kan een exemplaar van het verspreide drukwerk of van het verspreide gelijkgesteld product opvragen. 

         

        Artikel 8: Ambtshalve vestiging en belastingverhoging  

        Bij gebrek van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de ambtshalve ingekohierde belasting verhoogd met een bedrag gelijk aan tweemaal de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd. 

        Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. 

        De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingvordering met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen. 

        De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. 

         

        Artikel 9: Bezwaarmogelijkheid 

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. 

        Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag. 

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk ingediend worden en ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.

        Het bezwaarschrift kan ook online worden ingediend via www.lennik.be in zover in deze mogelijkheid wordt voorzien en binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in dit artikel. Meldingen via andere duurzame dragers zoals e-mail worden niet als bezwaarschrift aanvaard

         

        Artikel 10:

        Dit reglement wijzigt en vervangt de beslissing van de gemeenteraad van 17/12/2025 betreffende de belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten.

        Dit reglement treedt in werking de dag waarop het op de webtoepassing van de gemeente wordt bekend gemaakt.

         

        Artikel 11:

        Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente.  De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

    • Mobiliteit

      • Mobiliteit - Aanvullend reglement voor het parkeren voorbehouden voor elektrische wagen op de publieke locaties in de betalende zone - goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Verontschuldigd: Christel Van der Perre
        Aanleiding

        In het nieuwe retributiereglement parkeren werd beslist dat het laden van elektrische voertuigen in de betalende zone vanaf 1/1/2026 ook betalend is. De signalisatie dient te worden aangepast waardoor het aanvullen reglement ook aangepast dient te worden.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        • het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, artikels 42-43.

        Regelgeving:

        • de Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van16 maart 1968;
        • het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
        • het Ministerieel Besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
        • het Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
        • het uitvoeringsbesluit van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
        • de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009;
        • de nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988;
        • de gemeenteraadsbeslissing van 26 november 2025 betreffende het retributiereglement parkeren.
        Feiten, context en argumentatie

        Het nieuwe retributiereglement parkeren stelt dat het laden van elektrische voertuigen in de betalende zone vanaf 01/01/2026 ook betalend is. Hiermee willen we de rotatie van de elektrische voertuigen bevorderen zodat zoveel mogelijk bestuurders de kans krijgen hun wagen te laden.

        Het betreft volgende laadpunten op de Markt

        • 2 parkeerplaatsen ter hoogte van Markt 4
        • 2 parkeerplaatsen ter hoogte van Markt 20
        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1:

        §1. De parkeerplaatsen ter hoogte van publiek toegankelijke laadpalen binnen betalende parkeerzones zijn uitsluitend voorbehouden voor elektrische voertuigen die effectief zijn aangesloten op de laadpaal.

        §2. Het parkeren op deze laadplaatsen blijft onderworpen aan de geldende parkeerretributie van de betalende zone, tenzij anders aangeduid.

        §3. De maximale parkeerduur aan een laadpaal bedraagt 4 uur, tenzij een andere duur is vermeld via signalisatie.

        §4. Zodra het laadproces is beëindigd of de maximale parkeerduur is verstreken, dient het voertuig onmiddellijk te worden verplaatst.

        §5. Inbreuken op dit artikel worden vastgesteld en gesanctioneerd overeenkomstig het algemeen parkeerreglement, de Wegcode en de toepasselijke retributie- of sanctiereglementen.

         

        Artikel 2:

        Algemeen geldt:

        • het parkeren is toegelaten;
        • het parkeren is toegelaten voor volgende categorie van voertuigen: elektrische voertuigen (elektrische motorfietsen, personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen);
        • het parkeren is betalend;
        • de parkeerreglementering geldt telkens voor de parkeerplaats links en rechts van de betreffende laadpaal.

        Het parkeren wordt aangeduid door verkeerstekens:

        • E9a;
        • onderbord 'elektrisch laden';
        • onderbord 'betalend';
        • onderbord 'dubbele pijl'
        • op staander van oranje kleur.

         

        Artikel 3

        De parkeerregel is van toepassing op volgende locaties:

        • ter hoogte van Markt 4;
        • ter hoogte van Markt 20.

         

        Artikel 4:
        Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de technische dienst van de gemeente Lennik voor uitvoering en aan de afdeling Vlaams Huis voor de Verkeersveiligheid via het loket voor lokale besturen.

    • Duurzaam watergebruik, consumeren en afvalbeleid

      • Omgeving - Gemeentelijk belastingreglement betreffende privéwaterafvoer 2026 - 2031 - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Verontschuldigd: Christel Van der Perre
        Aanleiding

        Wegens het vervallen van het vorige belastingreglement op afkoppeling van regen- en afvalwater zoals goedgekeurd door de gemeenteraad 19 december 2019, wordt een nieuw reglement voorgesteld. Dit reglement is gebaseerd op het sjabloon dat door Fluvius aan de gemeente is geleverd.

        Regelgeving

        Volgende regelgeving en bevoegdheden zijn van toepassing:

        Bevoegdheden:

        • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 40 § 3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt, artikel 41 14° dat bepaalt dat het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen toekomt aan de gemeenteraad, artikels 286 en 287 betreffende de bekendmaking van besluiten en artikel 330 betreffende de melding van besluiten aan de toezichthoudende overheid.
        Regelgeving:
        • De Europese kaderrichtlijn Water 2000/60/EG.
        • Artikel 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
        • Het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en latere wijzigingen.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
        • Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018.
        • Het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2024 over de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting.
        • Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (citeeropschrift: "de Hemelwaterverordening van 2023").
        • Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2017 betreffende de subsidiëring van de werken, vermeld in artikel 32duodecies van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging.
        • Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement (“het algemeen waterverkoopreglement”).
        • Het besluit van de Vlaams Regering van 1 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen.
        • Het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1999 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning.
        • Het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.
        • Het ministerieel besluit tot goedkeuring van de aanvullende voorwaarden bij het algemeen waterverkoopreglement van Fluvius West, Fluvius Limburg, Fluvius Antwerpen en Riobra van 14 januari 2019.
        • Het ministerieel besluit van 20 augustus 2012 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerp en de aanleg van rioleringssystemen.
        • Het ministerieel besluit van 28 juni 2011 betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer (“het keuringsbesluit”).
        • De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 die de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit coördineert.
        • De machtiging van de Vlaamse Toezichtscommissie om persoonsgegevens uit te wisselen in het kader van de uitvoering van dit reglement.
        • De gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2019 betreffende het handhavingsregelement afkoppeling van regen- en afvalwater, berging en buffering.
        Feiten, context en argumentatie

        De afkoppeling van hemelwater van de openbare riolering is noodzakelijk voor de efficiëntie en de goede werking van rioolwaterzuiveringsinstallaties.

        Indien de afkoppeling niet voor elke woning gebeurt, blijft er hemelwater in de afvalwaterleiding van het openbare rioleringsstelsel terechtkomen. De dimensionering van dergelijke afvalwaterleidingen door de rioolbeheerder wordt ook niet voorzien voor de opvang van hemelwater maar enkel voor opvang van afvalwater.

        De niet-afkoppeling kan bijgevolg resulteren in wateroverlast op het openbaar domein en/of overlast bij naburige gebouwen waar de afkoppeling wel werd uitgevoerd. Dergelijke situatie kan tevens resulteren in het lozen van afvalwater in oppervlaktewateren of in de hemelwaterleiding, met bijkomende kosten en eventuele verontreiniging op het openbaar domein tot gevolg.

        Ter zake kan een gemeente een belastingreglement vaststellen en dit toepassen op ingebreke blijvende burgers die na de aanleg van een dubbele riolering voor vuil en zuiver water hun zuiverwaterafvoer niet afzonderlijk aansluiten.

         

        Fluvius heeft in overleg met de diensten van Binnenlands Bestuur, VVSG en Vlario daartoe een ontwerp van belastingreglement opgesteld dat gebruikt kan worden door de gemeenten. Belangrijkste verschil met het vorige reglement is de extra vrijstellingsmogelijkheid voor eigenaars van woningen en/of gebouwen met betrekking tot de optimale afkoppeling (artikel 9 §5).

         

        In vermelde situaties is ook extra inzet en opvolging van en door de gemeentelijke diensten noodzakelijk ter herstelling van de openbare reinheid. Om al deze redenen is het nodig dat bij de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel het hemelwater afkomstig van privéterrein moet afgekoppeld worden conform de bepalingen van artikel 6.2.2.1.2 van Vlarem II.

         

        Daarbij kan rekening gehouden worden met het feit dat naar aanleiding van de uitvoering van een project tot aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel hiertoe gratis een afkoppelingsadvies, opgemaakt door de afkoppelingsdeskundige, aangesteld door de rioolbeheerder, wordt gegeven aan de betrokken eigenaars van aanpalende percelen.

        Om dezelfde redenen wordt er bij nieuwbouw of verbouwing een gescheiden aanleg van afval- en hemelwaterleiding op privédomein tot aan de perceelsgrens opgelegd in de bouwvergunning.

         

        Daarbij verplicht sinds 1 juli 2011 het algemeen waterverkoopreglement een keuring van de privéwaterafvoer in volgende gevallen:

        • voor de eerste ingebruikname;
        • bij belangrijke wijzigingen;
        • na vaststelling van een inbreuk op de gelijkvormigheid (de wettelijke voorschriften) op verzoek van de exploitant;
        • bij aanleg van een gescheiden riolering op het openbaar domein Er wordt eveneens een intensieve begeleiding opgezet door de betrokken partners, gemeente en rioolbeheerder, om de eigenaars bij te staan in een correcte afkoppeling van hemel- en afvalwater.

         

        Deze intensieve begeleiding eindigt wanneer de betrokken eigenaar een conform keuringsattest betreffende de privéwaterafvoer aflevert overeenkomstig de geldende regelgeving.

        Wanneer eigenaars geen conform keuringsattest aanleveren, is een bijkomende intensieve opvolging vereist die extra kosten met zich meebrengt.

        De aanleg van 2-DWA-leidingen met een maximale afkoppeling op woningniveau is tevens noodzakelijk om in aanmerking te komen voor de maximale subsidies voor de uitvoering van de rioleringswerken vanwege de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM).

        Tevens moet vastgesteld worden dat er nog steeds lozingen gebeuren van afvalwater in grachten of sterfputten in plaats van het aansluiten van de privéwaterafvoer op het openbaar saneringsnetwerk, waardoor lozingen van afvalwater de oppervlaktewateren of het grondwater kunnen verontreinigen.

        Er wordt eveneens vastgesteld dat er nog steeds nieuwe of gewijzigde huisaansluitingen op illegale wijze op het openbaar saneringsnetwerk gebeuren, dat dus nieuwe of gewijzigde huisaansluitingen niet worden aangevraagd bij de rioolbeheerder wat intensieve opvolging en extra kosten met zich meebrengt.

        De betrokken eigenaars dragen door hun nalatigheid of het illegaal aansluiten ook niet op gelijke wijze bij aan de realisatie van de milieudoelstellingen voortvloeiende uit de Vlaamse wetgeving en reglementering en het gemeentelijke beleid.

        De nodige afspraken werden gemaakt tussen de rioolbeheerder en de gemeente inzake de opvolging van dergelijke overtredingen en inbreuken en op het (administratieve) voortraject dat in de schoot van de rioolbeheerder en de gemeente wordt doorlopen.

        Daarbij biedt het opvolgtraject de desbetreffende burgers voldoende kansen om tot een gekeurde huisaansluiting te komen.

        Wanneer zij echter na drie pogingen nog steeds in gebreke blijven wordt het dossier overgemaakt aan de handhavingsinstantie, zijnde de gemeente.

        Door het invoeren van een belasting, rekening houdend met de veroorzaakte lasten, worden de nodige middelen voor de gemeente ter beschikking gesteld om de betrokken eigenaars verder aan te sporen om zich in regel te stellen en zodoende de bijkomende opvolging door de gemeente alsnog te kunnen voltooien. De inkomsten uit deze belasting zijn tevens budgettair noodzakelijk.

         

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Belastingverordening betreffende de privéwaterafvoer – termijn 1 februari 2026 t/m 31 december 2031

        Artikel 1:

        Voor de lezing van dit reglement zijn de definities van het algemeen waterverkoopreglement van toepassing. Verder wordt onder de volgende begrippen begrepen : 

        Conform keuringsattest: het attest dat afgeleverd wordt door de keurder privéwaterafvoer indien de privéwaterafvoer conform de geldende wettelijke en technische voorschriften uitgevoerd zijn zoals beschreven in artikel 6 van het keuringsbesluit.

        Alle afvalwater septische put: De individuele voorbehandelingsinstallatie waaronder wordt begrepen septische putten of gelijkaardige inrichtingen voor de voorbehandeling van normaal huisafvalwater ter verwijdering van vetstoffen, bezinkbare en drijvende stoffen met een minimale inhoud van 3.000 liter. 

        Rioolbeheerder: Fluvius System Operator CV, die instaat voor de exploitatie van de openbare saneringsinfrastructuur in naam en voor rekening van de opdrachthoudende verenigingen Fluvius West, Fluvius Limburg, Fluvius Antwerpen en Riobra. 

        Eigenaar:  de volle eigenaar, de vruchtgebruiker, de erfpachter of de opstalhouder van het belastbaar goed. 

         

        Artikel 2:

        Er wordt een belasting geheven op het niet beschikken over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer in de gevallen waar dit voorgeschreven is door het algemeen waterverkoopreglement en het illegaal aansluiten op het openbaar saneringsnetwerk voor een termijn beginnend op 1 februari 2026 en eindigend op 31 december 2031.

         

        Artikel 3:

        Na melding en ontvangst van een dossier van de rioolbeheerder betreffende het niet aanleveren van een conform keuringsattest bij een eerste ingebruikname van een huisaansluiting of bij de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel of na melding en ontvangst van de rioolbeheerder betreffende de op illegale wijze aangesloten privéwaterafvoer, verstuurt de gemeente een aangetekende brief, waarin de betrokken eigenaar aangemaand wordt om zich binnen een termijn van 6 maand, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de aangetekende zending verstuurd is (bewijs met poststempel), in orde te stellen met de toepasselijke wetgeving en opgelegde voorwaarden.

         

        Artikel 4:

        De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het onroerend goed die door zijn toedoen na het verstrijken van de aanmaningstermijn in de aangetekende brief, bedoeld in artikel 3, niet beschikt over een wettelijk verplicht conform keuringsattest of zich na deze aanmaningstermijn niet in regel stelt bij de rioolbeheerder inzake de op illegale wijze aangesloten aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk. Deze termijn kan met 1 jaar verlengd worden in het geval de eigenaar grondige verbouwingsplannen heeft met aanpassing van de privéwaterafvoer op voorwaarde dat de omgevingsvergunning werd verleend uiterlijk 6 maanden na de datum van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de wegenis- en rioleringswerken op het openbaar domein. 

        Het wettelijk verplicht conform keuringsattest is verplicht indien de eerste ingebruikname van de rioleringsaansluiting is aangevraagd na de invoering van het algemeen waterverkoopreglement. 

         

        Artikel 5: 

        §1 De belasting slaat op de eigendom en is verschuldigd door wie op 1 januari van het belastingjaar eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder is van het belastbaar goed. 

        §2 Ingeval er een vruchtgebruik, recht van opstal of erfpacht bestaat, is respectievelijk de vruchtgebruiker, opstalgever of de erfpachtgever hoofdelijk aansprakelijk met de blote eigenaar, opstalhouder of erfpachthouder voor de betaling van de belasting. 

        §3 Indien het belastbaar goed in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende personen, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd, terwijl de leden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de volledige belasting.

         

        Artikel 6: 

        De belasting is verschuldigd na het verlopen van de termijn van 6 maanden waarvan sprake is in artikel 3. Indien de betrokken eigenaar nalaat een conform keuringsattest aan te leveren of weigert zich in orde te stellen met de opgelegde voorwaarden in het aangetekend schrijven, wordt de belasting geheven. Dit gebeurt na de vaststelling door een personeelslid, daartoe speciaal aangesteld door het college van burgemeester en schepenen, dat niet aan de voorgeschreven voorwaarden is voldaan zoals bedoeld in art. 3. Deze vaststelling vindt ten vroegste plaats in de maand na het verstrijken van de aanmaningstermijn.

         

        Artikel 7: 

        De belasting wordt als volgt berekend: 

        Bij een vaststelling dat de eigenaar weigert de keuring privéwaterafvoer uit te voeren en bijgevolg geen conform keuringsattest aanlevert of bij een vaststelling dat de eigenaar beschikt over een niet-conform keuringsattest en weigert de privéwaterafvoer aan te passen en bijgevolg geen conform keuringsattest aanlevert:

        • 250 euro voor het eerste aanslagjaar dat de belasting verschuldigd is
        • 500 euro vanaf het tweede en de daarop volgende aanslagjaren waarin de belasting verschuldigd is 

         

        Artikel 8: 

        De belasting is jaarlijks verschuldigd tot en met het jaar waarin aan de in de aangetekende brief opgelegde verplichting is voldaan. De vaststelling dat hieraan is voldaan gebeurt door een personeelslid daartoe speciaal aangesteld door het college van burgemeester en schepenen. Daartoe moet de belastingplichtige dit bij de rioolbeheerder melden per aangetekende brief, waarbij het conform keuringsattest van de keurder privéwaterafvoer is gevoegd. De rioolbeheerder meldt per brief aan het college van burgemeester en schepenen dat het conform keuringsattest is overgemaakt. In het geval op illegale wijze aangesloten was op het openbaar saneringsnetwerk zal de melding gebeuren door de rioolbeheerder aan het college van burgemeester en schepenen, dat de betrokken eigenaar binnen de vastgelegde termijn aan de voorwaarden heeft voldaan door het aanvragen van de rioleringsaansluiting en het aanleveren van een conform keuringsattest.

         

        Artikel 9:

        §1 Aanvraag vrijstelling of vermindering:

        De aanvraag voor vrijstelling van de belasting moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen 30 dagen vanaf de verzending van het aanslagbiljet, via beveiligde zending.

        De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals hierna in dit reglement beschreven, moet hiervoor zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.

        §2 Vrijstelling voor een nieuwe eigenaar, zoals bedoeld in artikel 5 §1:

        De nieuwe eigenaar, die op 1 januari minder dan één jaar eigenaar is, wordt vrijgesteld van de belasting. Deze vrijstelling geldt voor één belastingjaar volgend op de datum van de notariële akte inhoudende de eigendomsoverdracht.

        §3 Vrijstelling voor woningen en/of gebouwen volledig gelegen binnen een onteigeningsplan:

        De eigenaar, zoals bedoeld in artikel 5 §1 van woningen en/of gebouwen die op 1 januari van het belastingjaar binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan liggen of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigening wordt voorbereid.

        §4 Vrijstelling voor de eigenaar van woningen en/of gebouwen die bij de keuring privéwaterafvoer uitsluitend zijn afgekeurd door het niet aanwezig zijn van een alle afvalwater septische put in het collectief te optimaliseren buitengebied volgens het gemeentelijk zoneringpslan.

        §5 Vrijstelling voor de eigenaar van woningen en/of gebouwen met betrekking tot de optimale afkoppeling: Een onafhankelijke expert in het afkoppelen kan door de eigenaar van de woning of het gebouw aangesteld worden om de afwijking op optimale afkoppeling, technisch te beoordelen conform het referentiekader in de code van goede praktijk rioleringssystemen en oordelen dat de afkoppeling niet van toepassing is zodat de scheiding van afvalwater en hemelwater niet dient uitgevoerd te worden. 

        §6 Er wordt voorzien in een vermindering van 125 € indien de belastingplichtige recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming op 1 januari van het belastingjaar op basis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994.

         

        Artikel 10:

        De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De kohierbelasting moet worden betaald binnen een periode van 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Het uitvoerbaar verklaard kohier wordt tegen ontvangstbewijs gezonden aan de met invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten zonder kosten voor de belastingplichtige.  

         

        Artikel 11: 

        De in de artikelen 6 en 8 vermelde personeelsleden zijn de aangestelde personeelsleden door het college van burgemeester en schepenen, zoals bepaald in artikel 5 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen. 

         

        Artikel 12: 

        De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

         

        Artikel 13: 

        Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 zoals gewijzigd, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en artikel 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat wetboek van toepassing op de gemeentebelastingen, voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen. 

         

        Artikel 14: 

        De rioolbeheerder wordt op de hoogte gehouden van de beslissing tot heffing van de belasting, de eventuele bezwaarschriften, beroepsprocedures en ontheffingen van een individueel dossier. 

         

        Artikel 15: 

        Dit besluit wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.

    • Gezin en kinderopvang

      • Welzijn - huis van het kind - oprichting interlokale vereniging - goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Verontschuldigd: Christel Van der Perre
        Aanleiding

        Het decreet “Preventieve gezinsondersteuning” werd goedgekeurd op 14 juni 2013 en trad in werking op 1 januari 2014. In dit decreet werd de oprichting gevraagd van een “Huis van het Kind” met als doel het welbevinden van (aanstaande) ouders te bevorderen door ze te ondersteunen op gebied van welzijn en gezondheid (gezondheid, ontwikkeling en opvoeding, sociale netwerken, risico’s/problemen opsporen en doorverwijzen, toedienen van vaccinaties, kwetsbare gezinnen versterken en een gezinsvriendelijk klimaat te creëren).

        Huis van het Kind Pajottenland is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Galmaarden,

        Gooik, Herne, Lennik, Pepingen en Bever en CAW Halle-Vilvoorde en werd erkend sedert 1 november 2014. Sedert 2016 is het subsidiehouderschap in handen van ONS (Leren@Vaart vzw) en is de coördinator ook bij hen tewerkgesteld.  In september 2019 besloten voornoemde gemeenten het Lokaal Loket Kinderopvang te organiseren via het Huis van het Kind Pajottenland. Leren@Vaart vzw werd ook hier aangeduid als subsidiehouder.

        In zitting van 22 december 2025 besloot de gemeenteraad om de samenwerking met Leren@Vaart vzw stop te zetten per 1 januari 2026 en via een intergemeentelijk samenwerkingsverband in de vorm van een interlokale vereniging (ILV) de bestaande werking en dienstverlening Huis van het Kind Pajottenland en Lokaal Loket Kinderopvang Pajottenland over te nemen. Opgroeien Vlaanderen keurde de overdrachten HVHK en LLKO reeds goed.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        • decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41

        Regelgeving:

        • Het decreet “Preventieve gezinsondersteuning”  van 14 juni 2013
        • Het decreet lokaal bestuur, artikel 56 en inzonderheid artikels 388-395
        • Het gemeenteraadsbesluit van 22 december 2025 inzake Huis van het Kind Pajottenland en Lokaal Loket Kinderopvang: wijziging vertegenwoordiger en organisator naar gemeente Pajottegem intentieverklaring tot oprichting interlokale vereniging
        Feiten, context en argumentatie

        De oprichting van een interlokale vereniging is noodzakelijk om de samenwerking tussen de gemeenten Pajottegem, Lennik, Pepingen en Bever te formaliseren en het aanbieden van de dienstverlening van Huis van het Kind Pajottenland en Lokaal Loket Kinderopvang Pajottenland verder te ondersteunen.

        De gemeente Pajottegem wordt aangesteld als beherende gemeente en stelt een personeelslid voor 20u per week ter beschikking van de ILV Huis van het Kind Pajottenland.

        Het samenwerkingsverband is gegrond op een overeenkomst met statutaire draagkracht die bepalingen bevat over de duur en de eventuele verlenging, de opzegmogelijkheid, de eventuele inbreng van de deelnemers waaronder een eventuele inbreng in nijverheid en de wijze waarop die inbreng wordt beheerd, de interne organisatie, de wederzijdse rechten en verplichtingen en de financiële

        repercussies, de informatieverstrekking aan de deelnemers en de jaarlijkse evaluatie door de gemeenteraden, de opmaak van de rekeningen en de bestemming van het resultaat, de financiële

        controle, de vereffening.

        Er werd advies gevraagd aan het LOK en werd als bijlage aan dit agendapunt gevoegd. We ontvingen een positief advies van Spronk, De Pareltjes en Pavok.

        Financiële impact
        Onderdeel Extra Input 2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Exploitatie Exploitatie - ontvangsten 5970 5970 5970 5970 5970 5970
        Exploitatie - uitgaven 5000 5000 5000 5000  5000 5000

        Het lokaal bestuur heeft ongeveer een eigen bijdrage van 5000 euro voor de organisatie van Huis van het Kind Pajottenland en het Lokaal Loket Kinderopvang na verrekening van de inkomsten en uitgaven van alle deelnemende gemeenten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1:

        De gemeenteraad keurt de oprichting van de interlokale vereniging zonder rechtspersoonlijkheid "Huis van het Kind Pajottenland", een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Bever, Lennik, Pajottegem en Pepingen goed.

        Artikel 2:

        De gemeenteraad keurt de overeenkomst met statutaire draagkracht met de gemeenten  Lennik, Pepingen en Bever goed, zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit, en luidende als volgt:

        INTERLOKALE VERENIGING  HUIS VAN HET KIND PAJOTTENLAND

        Tussen de hierna vermelde lokale besturen Bever, Lennik, Pajottegem en Pepingen wordt

        overeengekomen om een interlokale vereniging op te richten volgens de bepalingen van het decreet  lokaal bestuur van 22/12/2017.

        1.    BENAMING, ZETEL, DOEL, DUUR

        Artikel 1

        De interlokale vereniging draagt als naam "ILV Huis van het Kind Pajottenland".  Ze wordt beheerst

        door de bepalingen van het decreet lokaal bestuur van 22/12/2017 houdende de intergemeentelijke

        samenwerking en door deze statuten.

        Artikel 2

        Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder :

        1.    Beherende gemeente: de gemeente Pajottegem

        2.    Interlokale vereniging (ILV): een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid tussen

        verschillende gemeenten om een project van gemeentelijk belang te verwezenlijken.

        3.    Coördinator Huis van het Kind: personeelslid van de beherende gemeente dat deeltijds ter

        beschikking wordt gesteld van de interlokale vereniging en expertise heeft op het vlak van kinderopvang en kindbeleid

        Artikel 3

        De zetel van de vereniging is gevestigd in de beherende gemeente, Marktplein 19 te 1570 Pajottegem.

        Artikel 4

        De vereniging heeft tot doel om het welbevinden van (aanstaande) ouders en gezinnen te bevorderen door ze te ondersteunen op het gebied van welzijn en gezondheid zodat voor ieder kind en jongere maximale gezondheids- en welzijnswinsten gerealiseerd worden. De preventieve gezinsondersteuning omvat:

        • ondersteuning op het vlak van gezondheid, ontwikkeling en opvoeding
        • sociale netwerken bevorderen
        • gezinsvriendelijk klimaat creëren
        • risico’s/problemen opsporen
        • versterken kwetsbare ouders en gezinnen
        • informeren en begeleiden van ouders naar het vinden van geschikte kinderopvang

        Minimaal aanbod moet minstens regelmatig aanwezig zijn:

        • Consultaties Kind & Gezin
        • Actieve doorverwijzing van gebruikers

        Minstens 2 vormen van onderstaand aanbod:

                                 1° het inzetten op ontmoeting

                                 2° het aanbieden van groepswerk

                                 3° het voorzien in laagdrempelige individuele ondersteuning

                                 4° het organiseren van een onthaal- en informatiepunt

        Artikel 5

        De interlokale vereniging wordt opgericht voor onbepaalde duur.

        2.    LEDEN

        Artikel 6

        De gemeenten Pajottegem, Lennik, Pepingen en Bever zijn de stichtende leden van de interlokale

        vereniging.

        Artikel 7

        Er kunnen nieuwe leden tot de interlokale vereniging toetreden.  Kandidaat-leden dienen zich bij gewone brief te richten tot het beheerscomité.  Een nieuw lid kan enkel definitief als lid van de vereniging aanvaard worden als alle leden van de vereniging daarmee hebben ingestemd.  De toetreding neemt een aanvang op de eerste dag van de maand volgend op de vergadering van het beheerscomité waarop tot aanvaarding beslist werd.

        Artikel 8

        De leden kunnen uittreden per 1 januari, het begin van het nieuwe begrotingsjaar.  De vooropzegging geschiedt ten laatste op 1 oktober van het lopende jaar.  De vooropzegging wordt schriftelijk kenbaar gemaakt aan de andere gemeenten.  Tijdens de eerste twee jaar van deelname is er geen uittreding mogelijk. De uittredende partij heeft in elk geval geen recht op recuperatie van de ingebrachte financiële middelen en roerende of onroerende goederen.

        Artikel 9

        Het beheerscomité kan adviserende leden in het beheerscomité opnemen.

        3.    BEHEERSCOMITE

        Artikel 10

        Binnen de vereniging wordt een beheerscomité opgericht.

        De gemeenten worden als lid in het beheerscomité uitsluitend vertegenwoordigd door gemeenteraadsleden, burgemeester of schepenen, daartoe aangeduid door de gemeenteraad.

        De gemeenteraad duidt eveneens een vervanger aan die de afgevaardigde bij gewettigde afwezigheid kan vervangen. Indien de afgevaardigde en de aangeduide vervanger afwezig zijn, kan de afgevaardigde steeds een ander lid van de gemeenteraad aanduiden om hem/haar te vervangen.

        De leden van het beheerscomité worden benoemd voor de periode van een legislatuur, onverminderd de mogelijkheid van de gemeenteraden om het mandaat van hun vertegenwoordigers in te trekken en onverminderd de beëindiging van rechtswege van het mandaat van de leden van het beheerscomité van zodra zij hun hoedanigheid van schepen of gemeenteraadslid (voor de plaatsvervanger) verliezen.

        De leden blijven evenwel lid van het beheerscomité tot het moment dat er in hun vervanging is voorzien.

        Bij vernieuwing van de legislatuur duiden de deelnemende gemeenten in de loop van de maand januari volgend op het jaar van de verkiezingen tot algehele vernieuwing van de gemeenteraden, de nieuwe afgevaardigde aan.  Zij treden aan op 1 april daaropvolgend.

        Artikel 11

        Alle deelnemende leden hebben recht op één afgevaardigde.  De afgevaardigde van Pajottegem beschikt over 3 stemmen, de afgevaardigde van Lennik over 2 stemmen en de afgevaardigden van Pepingen en Bever elk over 1 stem.

        Artikel 12

        Het beheerscomité kan elke persoon wiens aanwezigheid hij nuttig oordeelt, uitnodigen tot het bijwonen van zijn vergaderingen.  Hun aanwezigheid moet in de notulen worden vermeld.  Deze personen hebben geen stemrecht.

        Artikel 13

        Bij elke algehele vernieuwing van de gemeenteraden duiden de nieuwe leden van het beheerscomité onder hun stemgerechtigde leden een voorzitter aan. De kandidaturen worden in het begin van de zitting afgegeven aan de secretaris van de vereniging. De verkiezing van de voorzitter is geheim en gebeurt bij gewone meerderheid van stemmen. Bij gelijkheid van stemmen is de jongste kandidaat verkozen.

        Deze procedure geldt ook bij tussentijdse vernieuwing van het voorzitterschap (ontslag, …).

        De voorzitter kan schriftelijk onder de leden van het beheerscomité een vervanger aanduiden die hem/haar vervangt bij afwezigheid.

        Artikel 14

        Het beheerscomité kan slechts geldig vergaderen indien de meerderheid (fysiek of digitaal) aanwezig is.

        De tweede oproeping gebeurt overeenkomstig de bepalingen van het huishoudelijk reglement. In deze tweede oproep wordt er uitdrukkelijk gewezen op het feit dat het beheerscomité over de punten die voor de tweede maal op de agenda voorkomen zal kunnen beraadslagen en beslissen, ongeacht het aantal aanwezige vertegenwoordigers.

        Het beheerscomité neemt zijn beslissingen bij gewone meerderheid conform de bepalingen van artikel 11. Bij gelijkheid van stemmen is het voorstel verworpen.

        De stemming over personen is steeds geheim.

        Artikel 15

        Tot de bevoegdheid van het beheerscomité behoren:

        • het overleg over de wijze waarop onderhavige overeenkomst wordt uitgevoerd;
        • het goedkeuren van de begroting voor het volgende werkjaar die samen met het   actieplan aan de gemeenteraden voor goedkeuring wordt voorgelegd;
        • het goedkeuren van het jaarverslag;
        • de voorlopige vaststelling van de jaarrekening van de interlokale vereniging, die samen met het jaarverslag aan de gemeenteraden voor goedkeuring wordt voorgelegd;
        • het opstellen van wijzigingen aan deze overeenkomst die ter goedkeuring worden voorgelegd aan het bevoegde bestuursorgaan;
        • het opstellen en wijzigen van het huishoudelijk reglement;
        • het aanduiden van een voorzitter van het beheerscomité;
        • het aanduiden van een voorzitter van de werkgroep;
        • het delegeren van het ondertekenen van contracten;

        Artikel 16

        De beherende gemeente vertegenwoordigt de vereniging in alle gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen als eiser en als verweerder, met inbegrip van de daden van beheer en beschikking, en voor alles wat tot de doelstelling van de vereniging behoort (zoals onder meer benoeming, ontslag, bezoldiging van het personeel, financieel beheer, enz.).

        Artikel 17

        Het beheerscomité vergadert minstens twee maal per jaar, eenmaal voor de goedkeuring van de jaarrekening van het afgelopen begrotingsjaar en eenmaal voor de begroting van het volgende jaar.

        Artikel 18

        Het beheerscomité stelt een huishoudelijk reglement op. Dit huishoudelijk reglement wordt bij de overeenkomst gevoegd zonder er evenwel deel van uit te maken.

        4.    PERSONEEL

         Artikel 19

        Conform artikel 394 van het decreet Lokaal Bestuur zet de beherende gemeente een deeltijds personeelslid deskundige kindbeleid (B1-B3), als coördinator Huis van het Kind Pajottenland, hierna

        genoemd ‘de coördinator‘, voor 20/38 per week in voor het behalen van de doelstellingen van het samenwerkingsverband (artikel 4).

        De coördinator zal ook de taken als organisator van het Lokaal Loket Kinderopvang Pajottenland op zich nemen.

        Artikel 20

        De duurtijd voor het inzetten van het personeelslid loopt steeds gelijk met de duurtijd van deze overeenkomst. Het personeelslid behoudt al zijn rechten met inbegrip van het heropnemen van

        zijn/haar huidige functie en takenpakket in de beherende gemeente. Bij vacature van de functie zal de beherende gemeente overgaan tot de aanstelling van een nieuw

        personeelslid met dezelfde graad en functieomschrijving.

        Artikel 21

        Het arbeidsreglement en het administratief en geldelijk statuut van de beherende gemeente blijven de rechten en plichten van de ambtenaar bepalen.

        Artikel 22

        De beherende gemeente stelt een kantoorruimte ter beschikking voor de coördinator en levert de nodige werkmiddelen. Daarnaast kan elke deelnemende gemeente een gesloten ontvangstruimte ter beschikking stellen in het kader van zitdagen op locatie.

        De coördinator zorgt voor een evenredige spreiding van de projecten en acties over het grondgebied van de vereniging. In samenspraak met de lokale partners wordt er in het begin van het werkingsjaar een ontwerp van actieplan opgesteld waarbij duidelijk wordt weergegeven welke acties en projecten zullen worden opgenomen. Het Beheerscomité keurt jaarlijks het actieplan goed.

        Artikel 23

        De coördinator is adviserend lid van het beheerscomité en hij/zij staat in voor het secretariaat.

        5.    CONTRIBUTIES

        Artikel 24

        • Alle kosten van de Interlokale Vereniging (A) worden betaald door de beherende gemeente:
        • Loonkosten: de brutoloonkosten van de coördinator
        • Overheadskosten: een forfaitair bedrag van 10% van de brutoloonkosten zal in rekening worden gebracht als overheadskost. Dit bedrag dekt indirecte personeelskosten (mensura, hospitalisatieverzekering, weddecentrale, verplaatsingskosten, ecocheques, evaluatietraject, algemene opleidingen, personeelsfeest,…) en logistieke kosten (infrastructuur, energie, gebruik kantoormateriaal, algemene software, ICT,  fotokopies ….)
        • Werkingskosten: alle andere kosten die specifiek gemaakt worden ihkv Huis van het Kind en Lokaal Loket Kinderopvang Pajottenland (kosten activiteiten, specifieke software, aankoop materialen, representatiekosten,…)

        De beherende gemeente ontvangt alle subsidies (B) die de gemeenten verkrijgen van de Vlaamse Regering in het kader van Huis van het Kind en Lokaal Loket Kinderopvang en int alle andere ontvangsten die de vereniging verwerft uit eigen werking (C).

        De financiële dienst van de beherende gemeente maakt na elk werkingsjaar een gedetailleerd overzicht van gemaakte kosten en geïnde ontvangsten over aan de voorzitter van het beheerscomité.

        Artikel 25

        De contributie van de leden aan de beherende gemeente wordt als volgt berekend:

        Het totaal van de kosten (A) wordt verminderd met de ontvangen subsidie van de Vlaamse Regering per gemeente (B) en met de ontvangsten uit eigen werking (C). Het resultaat wordt verdeeld over de gemeenten volgens dezelfde verdeelsleutel als de ontvangen subsidies (B) en vormt de netto-kostprijs per gemeente (D), zijnde de contributie van de leden aan de beherende gemeente.

        Artikel 26

        Voor nadere uitwerking van de statuten wordt verwezen naar het Huishoudelijk Reglement van de vereniging. Voor alles wat niet door deze statuten geregeld wordt,  is het decreet lokaal bestuur van 22/12/2017 houdende de intergemeentelijke samenwerking van toepassing.            

        Artikel 3:

        De algemeen directeur en de burgemeester worden gemachtigd de samenwerkingsovereenkomst zoals hierboven vermeld te ondertekenen.

        Artikel 4: 

        De statuten, als bijlage gevoegd, worden goedgekeurd.

      • Secretariaat - aanduiding effectief lid en plaatsvervanger beheerscomité interlokale vereniging huis van het kind Pajottenland - goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Verontschuldigd: Christel Van der Perre
        Aanleiding

        Artikel 10 van de statuten van de interlokale vereniging Huis van het Kind Pajottenland bepaalt dat de gemeenten als lid in het beheerscomité uitsluitend worden vertegenwoordigd door gemeenteraadsleden, burgemeester of schepenen, daartoe aangeduid door de gemeenteraad. De gemeenteraad duidt eveneens een vervanger aan die de afgevaardigde bij gewettigde afwezigheid kan vervangen. Indien de afgevaardigde en de aangeduide vervanger afwezig zijn, kan de afgevaardigde steeds een ander lid van de gemeenteraad aanduiden om hem/haar te vervangen.
        Artikel 11 van de statuten bepaalt dat alle deelnemende leden hebben recht op één afgevaardigde. De afgevaardigde van Pajottegem beschikt over 3 stemmen, de afgevaardigde van Lennik over 2 stemmen en de afgevaardigden van Pepingen en Bever elk over 1 stem.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        bevoegdheidsgrond:

        • decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41

        regelgeving:

        • decreet preventieve gezondheidsondersteuning van 14 juni 2013
        • decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 388-395
        • gemeenteraadsbesluit van 22 december 2025 met intentieverklaring oprichting interlokale vereniging huis van het kind Pajottenland
        • gemeenteraadsbesluit van 28 januari 2025 houdende de oprichting van de interlokale vereniging huis van het kind met daarin de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst en de statuten
        Feiten, context en argumentatie

        Naar aanleiding van de oprichting van de interlokale vereniging huis van het kind Pajottenland dient er een effectief lid en plaatsvervanger voor het beheerscomité te worden aangesteld.

        Hierover wordt geheim gestemd.

        Geheime stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Gestemd: Irina De Knop, Erik O, Heidi Elpers, Karel Van Belle, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Cindy De Greef, Jo Massaer, Christel O, Dirk De Smedt, Marie Vetsuypens, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Johan Limbourg, Freddy Van Malderen, Kristien Van Vaerenbergh, Geert De Cuyper, Karen De Waele, Ine Vandenberghen, Stefaan Jans
        Stemmen voor: 16
        Stemmen tegen: 0
        Onthoudingen: 4
        Resultaat:

        Met 16 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 4 stemmen onthouden.

        Besluit

        Artikel 1: 

        Karen De Waele wordt aangeduid als effectief lid van het beheerscomité Huis van het kind Pajottenland.

         

        Artikel 2:

        Irina De Knop wordt aangeduid als plaatsvervanger van het beheerscomité Huis van het kind Pajottenland.

    • Landbouw

      • Omgeving - Subsidiereglement erosie, Agromilieu - en klimaatmaatregelen - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Verontschuldigd: Christel Van der Perre
        Aanleiding

        De gemeenteraad van Lennik wenst het bestaande subsidiereglement erosie, agromilieu- en klimaatmaatregelen te actualiseren.

        De gemeente Lennik geeft een premie aan erkende land- en tuinbouwers die vrijwillig maatregelen nemen tegen erosie, voor het behoud van landschapselementen en om de biodiversiteit te versterken.
        Deze subsidie is aanvullend op de beheerovereenkomsten van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), en geldt wanneer:

        • er geen Vlaamse of provinciale subsidie beschikbaar is, of
        • er tijdelijk geen overeenkomst met de VLM kan worden afgesloten.
        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        • Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 en 41.

        Regelgeving:

        • artikel 162, artikel 170, artikel 173 en artikel 190 van de Grondwet
        • wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen
        • decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid gecoördineerd op 15 juni 2018
        • besluit van de Vlaamse Regering van 8 mei 2009 betreffende de erosiebestrijding, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2010
        • Het intergemeentelijk erosiebestrijdingsplan van augustus 2006 voor de gemeenten Pepingen, Gooik en Lennik
        • Het document “catalogus agromilieu- en klimaatsteun” uitgegeven door de Vlaamse Landmaatschappij, uitgave april 2019
        Feiten, context en argumentatie

        De gemeente Lennik werd de voorbije jaren herhaaldelijk geconfronteerd met ernstige overlast door erosie en modderstromen. Deze gebeurtenissen veroorzaakten niet alleen schade aan infrastructuur en eigendommen, maar legden ook een zware druk op het gemeentebudget. Werknemers van de technische dienst moesten vaak dagen- of wekenlang instaan voor het opruimen van modder.

         

        Om deze problematiek structureel aan te pakken, wordt met dit reglement beoogd om erosieknelpunten binnen het gemeentelijk grondgebied gericht aan te pakken. Door de huidige herziening van het Europese landbouwbeleid kunnen er momenteel geen nieuwe beheersovereenkomsten met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) worden afgesloten.

         

        Dit subsidiereglement biedt een alternatief instrument om erosiebestrijdings-maatregelen toch te ondersteunen.

         

        Daarnaast speelt het reglement in op bredere ruimtelijke en ecologische uitdagingen. Door schaalvergroting in de landbouw verdwijnen perceelranden, wat leidt tot een verlies aan biodiversiteit in het agrarisch gebied. Ook het behoud van houtig erfgoed komt onder druk te staan. Dit reglement draagt bij aan de bescherming van waardevolle landschapselementen, waaronder bomen en hun omgeving.

         

        Het toepassingsgebied van dit reglement beslaat het volledige grondgebied van de gemeente Lennik, goed voor een oppervlakte van 3.080 hectare.

        Financiële impact

        Voor dit subsidiereglement werd er in de meerjarenplanning voldoende budget voorzien op de actie A-3.3.1 Inwoners & landbouwers financieel ondersteunen bij maatregelen tegen bodemerosie, 0341-00 Erosiebestrijding 64920010 Toegestane werkingssubsidies aan bedrijven - Subsidie erosiebestreidingsplan.

         

        nderdeel Extra Input 2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Exploitatie Exploitatie - ontvangsten            
        Exploitatie - uitgaven  3.000  3.000  3.000  3.000  3.000  3.000


        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1 - Doel van de subsidie:

        Dit subsidiereglement beoogt maatregelen te bevorderen die erosie voorkomen, houtig erfgoed beschermen en biodiversiteit bevorderen in het agrarisch gebied en op percelen in gebruik door land- en tuinbouwers op het gemeentelijk grondgebied van Lennik. [1]

         

        Artikel 2 – Toepassingsgebied:

        Dit reglement is van toepassing wanneer erkende land- en tuinbouwers vrijwillig maatregelen uitvoeren, in de zin van artikel 4.2 van dit reglement, die goed zijn voor het milieu, het landschap en het klimaat in het agrarisch gebied en op percelen die gelegen zijn op het gemeentelijk grondgebied van Lennik.

         

        Dit subsidiereglement dient ter aanvulling van de bestaande beheersovereenkomsten van de Vlaamse Landmaatschappij voor maatregelen die niet worden gesubsidieerd door de Vlaamse overheid of de provincie. Dit subsidiereglement is ook van toepassing wanneer er gedurende een bepaalde periode geen overeenkomst kan worden opgemaakt met de Vlaamse Landmaatschappij. Hiervoor wordt verwezen naar het “17 maatregelenpakket” dat is opgenomen in de catalogus Agromilieu- en klimaatsteun van de Vlaamse Landmaatschappij.

         

        Artikel 3 – Begunstigden:

        De subsidie voor het nemen van de maatregelen in de zin van artikel 4.2 kan enkel aangevraagd worden door een erkende GLB-actieve landbouwer en GLB-actieve tuinbouwer die een of meerdere percelen bewerkt op het grondgebied van de gemeente Lennik en gedomicilieerd is in Lennik.

         

        De subsidie wordt toegekend aan de aanvrager.

         

        Artikel 4 – Voorwaarden:

        Artikel 4.1 – Algemene voorwaarden:

        De maatregelen moeten worden uitgevoerd op landbouwgrond zijnde percelen bouwland of grasland of blijvende teelten waarop een minimumactiviteit wordt verricht.

         

        Er wordt geen andere subsidie of vergoeding betaald via een andere instantie voor de aangevraagde beheermaatregel.

         

        Bovendien moet elke beheermaatregel voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in het laatst geldende document “catalogus agromilieu- en klimaatsteun” uitgegeven door de Vlaamse Landmaatschappij.

         

        Artikel 4.2 – Specifieke voorwaarden:

        Het document “catalogus agromilieu- en klimaatsteun” uitgegeven door de Vlaamse Landmaatschappij (uitgave april 2019) is het enige officiële document waarop dit hele subsidiereglement is gebaseerd. Dit document wordt toegevoegd als bijlage 1 bij dit reglement. Indien het document “catalogus agromilieu- en klimaatsteun” wordt aangepast zal ook het subsidiereglement en subsidiebedrag van “erosiebestrijding en akkernatuur gemeente Lennik” worden aangepast.

         

        De volgende 17 maatregelenpakketten die in het groen zijn aangeduid in de “catalogus Agromilieu- en klimaatsteun” mogen door gemeentebesturen worden gesubsidieerd: Thema Botanisch beheer

        1. Botanisch beheer akkerland (BOTB3)
        2. Aanleg en onderhoud botanisch waardevolle grasrand (BOTB4)

         

        Thema soortenbescherming

        3. Omzetten van akkerland in meerjarig grasland en maaien (SB15)

        4. Omzetten van akkerland in meerjarig grasland en beweiden (SB16)

        5. Nestbescherming weidevogels (SB17)

        6. Leeuwerikvlakjes (SB18)

        7. Bloemrijke graanstroken (SB19)

        8. Graanstroken (SB20)

        9. Faunastrook spontane evolutie (SB21)

        10. Winterstoppel (SB22)

        11. Aanleg en onderhoud ecologische verbindingsstrook (SB23)

         

        Thema Perceelrandenbeheer;

        12. Bufferstrook spontane evolutie (PRB3)

        13. Aanleg of onderhoud bufferstrook milieu (PRB4)

         

        Kleine landschapselementen

        14. Onderhoud hoogstamboomgaard (KLE8)

        15. Onderhoud Struweelkant (KLE9)

        16. Onderhoud poel (KLE10)

         

        Waterbeheer

        17. Regelen stuwtjes (WA2)

         

        Artikel 5 – Subsidiebedrag:

        Binnen de kredieten van het uitvoerbare budget wordt een subsidie verleend voor het nemen van de maatregelen voorzien in artikel 4.2 in agrarisch gebied en op percelen gelegen op het gemeentelijk grondgebied van Lennik.

         

        Er wordt maximaal 750 euro per jaar per GLB-actieve landbouwer en GLB-actieve tuinbouwer betaald.

         

        De subsidiebedragen zijn afhankelijk van de genomen beheermaatregelen en zijn per maatregel terug te vinden in artikel 4.2.

         

        Artikel 6 – Aanvraagprocedure

        Artikel 6.1 – Algemeen:

        De aanvraag verloopt volgens volgende procedure:

        1. Correct invullen en indienen van het aanvraagformulier erosie, agromilieu- en klimaatmaatregelen (bijlage 2) door een GLB-actieve landbouwer en GLB-actieve tuinbouwer die een of meerdere perceel bewerkt in gemeente Lennik en gedomicilieerd is in Lennik.
        2. Per beheermaatregelen en per jaartal dient er een aparte subsidieaanvraag te worden ingediend. Men kan meerdere kadastrale percelen in éénzelfde aanvraag opnemen zelfs als deze geen aaneengesloten geheel vormen.
        3. Men dient te voldoen aan de basisnormen van het maatregelenpakket zoals beschreven in “de catalogus Agromilieu- en klimaatsteun” voorafgaand aan de subsidieaanvraag.
        4. De subsidieaanvraag moet plaatsvinden voordat de beheermaatregel van start gaat.
        5. Er wordt een verklaring op eer ondertekend (bijlage 3) dat de landbouwonderneming de regelgeving van de minimissteun correct naleeft en niet meer dan 20 000 euro aan subsidies overschrijdt over een periode van 3 belastingsjaren.

         

        De aanvrager dient jaarlijks de aanvraag (bijlage 2 ) en de verklaring op eer (bijlage 3) in per post t.a.v. lokaal bestuur Lennik (Markt 18, 1750 Lennik), via mail (milieu@lennik.be) of via de gemeentelijke website.

         

        Artikel 6.2 – Meerjarige overeenkomst

        De goedkeuring voor een bepaalde beheermaatregel wordt jaarlijks opnieuw aangevraagd tenzij er een meerjarige overeenkomst is. Indien aan de instapvoorwaarden is voldaan en er een goedkeuring is van het college voor de aangevraagde beheermaatregel, dan is deze oorspronkelijke beheermaatregel de standaard van die subsidieaanvraag en blijft deze geldig gedurende de periode van de overeenkomst. Zelfs als het document “catalogus agromilieu- en klimaatsteun” wordt aangepast of stopgezet tijdens de looptijd dat een bepaalde beheermaatregel wordt uitgevoerd of gedurende een lopende overeenkomst.

         

        De opmaak van een meerjarige overeenkomst kan slechts gebeuren indien dit in de voorwaarde van een beheermaatregel staat en maximaal tot het einde van de huidige meerjarenplanning van gemeente Lennik zijnde 31 december 2031.

         

        Meerjarige overeenkomsten kunnen mits onderling akkoord gedurende de looptijd worden aangepast in functie van gewijzigde voorwaarden van een bepaalde beheermaatregel of worden stopgezet

         

        Artikel 7 – Beoordelingsprocedure:

        De beheermaatregelen en aanvragen worden beoordeeld door het college van burgemeester en schepenen na ontvangst van het volledig ingevulde aanvraagformulier (bijlage 2) met verklaring van eer (bijlage 3)

         

        Artikel 8 – Betalingsmodaliteiten:

        De subsidie wordt uitbetaald nadat de beheermaatregel is voltooid en geldt voor de periode van één jaar. Het tijdstip van betaling is afhankelijk van de soort beheermaatregel die wordt toegepast en vindt slechts 1 maal per jaartal en per bepaalde beheermaatregel plaats.

         

        De GLB-landbouwer en GLB-tuinbouwer moet na het bekomen van de tussentijdse- of einddoelstelling aan de bevoegde gemeentediensten vragen om controle uit te voeren om zo de goedgekeurde subsidie te verkrijgen.

         

        De subsidie wordt uitbetaald op het rekeningnummer van de aanvrager. 

         

        Artikel 9 – Sancties:

        De volgende sancties kunnen afzonderlijk of cumulatief door het college van burgemeester en schepenen worden uitgevaardigd wanneer de aanvrager één of meerdere voorwaarden niet naleeft, en/of onjuiste of onvolledige gegevens meedeelt:

        1. Gehele of gedeeltelijke terugvordering van de uitbetaalde subsidie;
        2. Stopzetting van de procedure tot uitbetaling van de toegekende subsidie;
        3. Uitsluiting van de toelageaanvrager voor verdere subsidiëring in het kader van dit reglement, voor het jaar van de aangifte en het daaropvolgend jaar. 

         

        Artikel 10 – Controle:

        De controle zal gebeuren door de bevoegde gemeentediensten.

         

        De controle zal gebeuren door nazicht van de aanvraag en de plannen alsook via terreinbezoeken en door controle van de instapvoorwaarden van de beheermaatregel door de gemeentediensten.

         

        Artikel 11 – Inwerkingtreding:

        Dit reglement geldt vanaf 1 februari 2026 tot en met 31 december 2031.

        Dit reglement vervangt het goedgekeurde reglement gestemd op de gemeenteraad van 17 december 2025.

         

        Artikel 12:

        Een afschrift van dit besluit zal ter kennisgeving gezonden worden naar de Vlaamse Landmaatschappij.



        [1] Voor dringende zaken in het kader van erosiebestrijding kan er een overeenkomst met en een subsidie worden betaald aan een GLB-actieve landbouwer en GLB-actieve tuinbouwer gevestigd buiten de gemeente Lennik zolang de maatregelen betrekking hebben op één of meerdere percelen die hij bewerkt op het grondgebied van Lennik. De hoogdringendheid wordt beoordeeld door het college van burgemeester en schepenen.

    • Milieu- en natuurbeleid en trage wegen

      • Omgeving – Subsidiereglement voor de aankoop van ecologisch waardevolle gebieden – Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Verontschuldigd: Christel Van der Perre
        Aanleiding

        De gemeenteraad van Lennik wenst het bestaande subsidiereglement aankoop van ecologisch waardevolle gebieden, goedgekeurd op 27 oktober 2008, te actualiseren.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        • Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 en 41.

        Regelgeving:

        • artikel 162 van de Grondwet
        • besluit van de Vlaamse regering van 29 juni 1999 houdende de vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van de natuurreservaten en van terreinbeherende natuurverenigingen en houdende toekenning van subsidie in het bijzonder de artikelen 2, 7 en 8
        • Gemeenteraadsbeslissing dd. 27 oktober 2008 goedkeuring van het subsidiereglement aankoop van ecologisch waardevolle gebieden.
        Feiten, context en argumentatie

        De natuur in de gemeente Lennik staat onder druk door verschillende factoren, wat de noodzaak onderstreept om ecologisch waardevolle gebieden actief te beschermen. Een doeltreffende manier om dit te realiseren is via de aankoop van gronden door erkende terreinbeherende natuurverenigingen. Deze aankopen vormen een krachtig instrument voor het behoud en duurzaam beheer van het natuurlijk patrimonium, in het bijzonder van de meest kwetsbare gebieden.

         

        Een goed beheer van deze terreinen draagt bij aan het behoud en zelfs de versterking van de biodiversiteit. Voor de gemeente vormt de subsidiëring van dergelijke aankopen een financieel haalbare en administratief eenvoudige manier om haar engagement voor natuurbehoud waar te maken.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef
        Onthouders: Karel Van Belle
        Resultaat: Met 19 stemmen voor, 1 onthouding
        Besluit

        Enig artikel:

        Onderhavig subsidiereglement aangaande de aankoop van ecologisch waardevolle gebieden goed te keuren.

         

        Hoofdstuk 1 – Toekenning en procedure voor het aanvragen van subsidie

        Artikel 1:

        Binnen de perken van het goedgekeurde jaarlijkse begrotingskrediet kan het gemeentebestuur, volgens de in dit reglement vastgelegde regels, aan de daartoe erkende natuurverenigingen subsidie toekennen voor de aankoop van gronden binnen de gemeente Lennik met de bedoeling deze veilig te stellen, te beheren en in te richten als gebieden met bijzondere ecologische waarde.

         

        Artikel 2:

        De natuurvereniging is verplicht de gemeente onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen zodra er een intentie tot aankoop van een perceel bestaat.

        De aanvraag tot het effectief  bekomen van een subsidie voor de aankoop van de gronden moet ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen en dit  uiterlijk voor 30 juni van het jaar volgend op de aankoop.

         

        De subsidieaanvraag moet minstens de volgende gegevens bevatten:

        1)      een afschrift van de notariële aankoopakte(s) vergezeld van de bewijsstukken van alle kosten die met de aankoop gepaard zijn gegaan;

        2)      De afrekening van de werkelijke globale kostprijs , inclusief alle kosten ( registratie, notariële erelonen, registratierecht, zegelrecht en eventuele uittredingsvergoeding).

        3)      De precieze lijst van de aan te kopen oppervlakte

        4)      Een uittreksel uit het kadasterplan waarop de gronden zijn aangeduid;

        5)      Een uittreksel van het gewestplan en/of de biologische waarderingskaart waarop de aan te kopen gronden zijn aangeduid;

        6)      een precieze opgave van het bedrag van de eventuele door de Vlaamse Overheid of door andere bestuurlijke overheden (i.c. de Europese, federale, gewestelijke of provinciale overheden) toegekende subsidie voor de aangekochte gebieden;

        7)      een beknopte beschrijving van de ecologische kenmerken van de betrokken gebieden met een beknopt overzicht van de aangetroffen fauna en flora;

        8)      een beknopte beschrijving van het beheersplan op korte en lange termijn, inclusief het natuureducatief aspect, met eventueel een overzicht van de te treffen maatregelen met het oog op de bescherming van de gebieden;

        9)      een beknopte beschrijving van de (mogelijk) bedreigende knelpunten voor de gebieden;

        10)  het jaarverslag zoals bedoeld in artikel 14;

        11)  het adres en rekeningnummer (met projectnummer) van de natuurvereniging, waarop de eventuele gemeentelijke subsidie kan gestort worden.

         

        Artikel 3:

        Binnen de 60 dagen na de datum van ontvangst deelt het gemeentebestuur de aanvrager mee of de geplande aankoop al of niet voor subsidie in aanmerking komt.

         

        Hoofdstuk 2 – Financiële aspecten

        Artikel 4:

        Na de aankoop stelt het college van burgemeester en schepenen, op basis van de door de vereniging ingediende stukken, het precieze bedrag van subsidie vast. Van dit besluit wordt de aanvragende vereniging in kennis gebracht.

         

        Artikel 5:

        De toegekende subsidie bedraagt maximaal 10% van het aankoopbedrag, inclusief alle kosten (registratie, notariële erelonen, zegelrecht en eventuele uittredingsvergoeding). De aanvrager bewijst deze kosten aan het gemeentebestuur.  Het college van burgemeester en schepenen kan te allen tijde per aankoop een limiet stellen aan de subsidie en kan bij gemotiveerde aanvraag een hoger percentage subsidiëren.

         

        Artikel 6:

        Op basis van het besluit vermeld in artikel 4 wordt overgegaan tot de uitbetaling van de subsidie op de rekening van de natuurvereniging. Het gemeentebestuur is nooit interesten verschuldigd.

         

        Artikel 7:

        Het college van burgemeester en schepenen zal de terugbetaling van de op grond van dit reglement uitgekeerde subsidie terugvorderen indien blijkt:

        1. dat deze subsidie werd verkregen op grond van valse verklaringen of documenten of indien de subsidie geheel of gedeeltelijke werd aangewend buiten het grondgebied van de gemeente;
        2. dat de met gemeentelijke subsidie aangekochte gebieden aan hun ecologische bestemming worden onttrokken, zoals bepaald in artikel 8, zonder voorafgaande toestemming van het college van burgemeester en schepenen;
        3. dat voor de met gemeentelijke subsidies aangekochte gebieden geen aanvraag om erkenning als natuurreservaat werd ingediend of het beheer niet ter goedkeuring werd voorgelegd overeenkomstig artikel 9.

         

        De terugvordering kan eventueel gebeuren door afhouding van het terug te vorderen bedrag op de later toegekende subsidies in het kader van dit reglement.

         

        Hoofdstuk 3 – Verplichtingen van de natuurvereniging

        Artikel 8:

        De bestemming van de aangekochte gronden moet uitdrukkelijk in de aankoopakte zijn omschreven.

         

        Diezelfde gronden mogen niet aan hun ecologische bestemming worden onttrokken, noch oneigenlijk gebruikt worden, noch vervreemd, verpacht of verhuurd worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen. Het college van burgemeester en schepenen kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.

         

        Artikel 9:

        De natuurvereniging moet een aanvraag indienen om de met gemeentelijke subsidie aangekochte gebieden te laten erkennen als natuurreservaat, krachtens artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 29 juni 1999 houdende de vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van natuurreservaten en van terreinbeherende natuurverenigingen en houdende toekenning van subsidie.

         

        Zolang het natuurgebied niet erkend werd of wordt als natuurreservaat door de Vlaamse Overheid zal de natuurvereniging het beheersplan vóór de uitvoering ervan ter goedkeuring voorleggen op eenvoudig verzoek van het college van burgemeester en schepenen.

         

        Artikel 10:

        Indien de natuurvereniging definitief ophoudt te bestaan, maar niet indien ze wordt geïntegreerd in een overkoepelende natuurvereniging, of indien de natuurvereniging niet meer in staat is om de met gemeentelijke subsidie aangekochte natuurgebieden verder in stand te houden, verbindt ze zicht ertoe deze gebieden kosteloos aan de medefinanciers (i.c. de gemeente, de provincie of de Vlaamse overheid) over te dragen.

         

        Artikel 11:

        Bij het beheer van de met gemeentelijke subsidie aangekochte gronden moet de natuurvereniging toezicht verlenen aan de bevoegde gemeentelijke ambtenaren.

         

        Artikel 12:

        De natuurvereniging verbindt zich ertoe op informatieborden en in publicaties en persberichten in verband met de met gemeentelijke subsidie aangekochte gebieden de volgende zin te vermelden: “met de steun van en in samenwerking met de gemeente Lennik”, en de resultaten van onderzoek, metingen, enz. voortvloeiend uit het natuurproject, ter beschikking te stellen van de gemeente.

         

        De natuurvereniging dient bij publicaties en informatieborden gebruik te maken van het logo van de gemeente Lennik.

         

        Artikel 13:

        §1. De natuurvereniging dient een maximale openstelling van het natuurreservaat na te streven.

         

        §2. De natuurvereniging laat indien ecologisch inpasbaar en na toestemming van de conservator van het gebied educatieve en/of wetenschappelijke activiteiten op het terrein toe, met voorrang aan de plaatselijke onderwijsinstellingen.

         

        Artikel 14:

        Jaarlijks, voor 1 april, moet de betrokken vereniging enerzijds een jaarverslag m.b.t. het beheer van de betreffende percelen in het voorbije kalenderjaar en anderzijds een beheersplan voor het lopende kalenderjaar voorleggen aan het gemeentebestuur.

         

        Hoofdstuk 4 – Inwerkingtreding

        Artikel 15:

        Alle betwistingen omtrent dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.

         

        Artikel 16:

        Dit subsidiereglement treedt in werking vanaf 1 februari 2026.

    • Ruimtelijke ordening (vergunning en planning) en erfgoedbeleid

      • Omgeving - Beslissing zaak van de wegen - Afschaffing voetweg nr. 115 in een omgevingsaanvraag 2025/O109-b - Rosweg 61 - Definitieve vaststelling

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Verontschuldigd: Christel Van der Perre
        Aanleiding

        Het college van burgemeester en schepenen ontving op 19 november 2025 een aanvraag voor een omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen met referentie OMV_2025140575. De aanvraag handelt over de verbouwing eengezinswoning waarbij voetweg nr. 115 afgeschaft zal worden wegens verjaring, dit op een perceel gelegen Rosweg 61 en kadastraal gekend als 2de afdeling, sectie C, nr. 335D.

          

        De gemeenteraad moet beslissen over het goedkeuren van het de afschaffing van de voetweg nr. 115 wegens verjaring en het daarbij horende rooilijnplan (55837_Rosweg 3.pdf).

        Regelgeving

        De volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheid

        • het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

         

        Regelgeving:

        • De wet van 10 april 1841 op de buurtwegen
        • Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen (BS 12 augustus 2019).
        • Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO).
        • Decreet van 25 april 2014 betreffende de Omgevingsvergunning en uitvoeringsbesluit van het omgevingsvergunningsdecreet.
        Feiten, context en argumentatie

        Door het nieuwe decreet op de gemeentewegen is het statuut van de buurtwegen veranderd. Deze voormalige buurtwegen zijn sinds 1 september 2019 gemeentewegen, waarbij alle bevoegdheden omtrent de gemeentewegen naar de gemeenteraad werden overgedragen.

         

        De gemeenteweg, voormalige gedeelte voetweg nr 115, is gelegen tussen Rosweg en de Molenbeek. Dit gedeelte van de voetweg is in ongebruik geraakt. Er werd een grafisch plan 55837_Rosweg.pdf opgemaakt voor de afschaffing van deze gemeenteweg. De motiverende nota, de akte van bekendheid (opgemaakt door notaris Ann De Paepe, d.d. 26.03.2025) en het vonnis van de vrederechter van 31 oktober 2025 motiveert de redenen van afschaffing van dit gedeelte.

         

        Geen behoud:

        De voetweg nr. 115 werd opgenomen in de Atlas der buurt- en voetwegen en, volgens die atlas, lopende langsheen de perceelsgrens rechts op het perceel van woning nr. 61, is thans niet meer aanwezig op het perceel. Op de Atlas der buurtwegen uit 1841 staat de woning nog niet ingetekend. Volgens de bronnen van het kadaster zou de woning opgetrokken zijn tussen 1875 en 1899. De betreffende voetweg is reeds jaar en dag overbouwd door de bestaande woning nr. 61.

        Er werd eveneens een verkaveling met dossiernr. 1991/025 afgeleverd door het college op 10 juni 1991. Op de plannen werd geen voetweg ingetekend. In dit dossier werd een gratis grondafstand goedgekeurd door de gemeenteraad, in het proces-verbaal van opmeting en afpaling werd ook geen voetweg ingetekend op de plannen. Het advies van de gemachtigd ambtenaar van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap gaf een positief advies, er werd geen opmerking gemaakt van een voetweg.

        In Geopunt (webloket van de Vlaamse Overheid) valt ontegensprekelijk op te maken dat woning nr. 61 reeds aanwezig was in 1971 en voetweg 115 toen aldus overbouwd was.

        Rekening houdend met bovenstaande elementen, kunnen we stellen dat deze voetweg nr 115, gelegen tussen Rosweg en de Molenbeek reeds meer dan 30 jaar verdwenen is.

         

        Geen verplaatsing:

        In voorgaand punt is aangetoond dat de voetweg nr. 115 tussen Rosweg en de Molenbeek al meer dan 30 jaar in onbruik is geraakt. Een verplaatsing van deze voetweg op het perceel kadastraal gekend als 2de afdeling, sectie C, nr. 335D (naast de woning) biedt geen meerwaarde. Indien deze verbindingen het statuut gemeenteweg zouden krijgen, dan staat de gemeente in voor het onderhoud van deze verbindingen en zal de strook grond moeten overgedragen worden. Hierdoor ontstaat er een versnippering aan grondeigenaars en verantwoordelijkheden omdat kadastrale percelen kadastraal gekend als 2de afdeling, sectie C, nr.326 en 327b ook opnieuw opengesteld moeten worden wat voor mogelijke discussiepunten kan zorgen.

         

        Afschaffing:

        Vermits deze gemeenteweg, voormalige gedeelte van voetweg nr. 115, niet behouden kan blijven en het niet wenselijk is om deze te verplaatsen, gaan we over tot het afschaffen van deze gemeenteweg (voormalig gedeelte van voetweg nr. 115). Zoals aangetoond in de eerste paragraaf (geen behoud) is de voetweg nr. 115 al meer dan 30 jaar in onbruik en werd hij in 1991 niet meer voorzien op de plannen van de goedgekeurde verkaveling. Een verlegging van deze voetweg is niet wenselijk, zoals gesproken in de tweede paragraaf (geen verplaatsing).

        Hierdoor wordt voorgesteld om de voetweg nr. 115 tussen Rosweg en de Molenbeek af te schaffen.

         

        Waardebepaling:

        De waarde wordt bepaald op 0 euro.

        Het betreft een voetweg, die over private percelen loopt. De voetweg is al meer dan 30 jaar in ongebruik en werd in het verkavelingsplan niet meer opgenomen.

         

        Conclusie:

        De gemeenteraad moet in toepassing van artikel 31 van het Decreet betreffende de omgevingsvergunning een beslissing nemen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg alvorens de vergunningverlenende overheid (in dit geval het college van burgemeester en schepenen) een beslissing kan nemen over de aanvraag.

        In bovenstaande paragrafen werd bekeken of de gemeenteweg, voormalige deel van voetweg nr.115 behouden kon blijven of verplaatst kon worden. Dit geeft echter geen meerwaarde.

        Voetweg nr. 115 valt onder het toepassingsgebied van de bevrijdende verjaring zoals voorzien in artikel 12 en 14 van de Buurtwegenwet. Dat ingevolge artikel 1.2 van het Burgerlijk Wetboek de gevolgen van een ingetreden verjaring niet teniet kunnen worden gedaan door de retroactieve toepassing van het Buurtwegendecreet zodat het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen (Gemeentewegendecreet) geen afbreuk doet aan het feit dat buurtwegen kunnen verjaren indien zij reeds dertig jaar in publiek onbruik waren op datum van de inwerkingtreding van het Gemeentewegendecreet.

        Er werd een openbaar onderzoek gehouden van 4 december 2025 tot en met 2 januari 2026. Er werden geen bezwaarschriften ingediend. 

        Het betreft hier een juridische verankering van een historisch gegroeide situatie. Gezien de buurtweg reeds meer dan 30 jaar in ongebruik is, door overbouwingen, wordt deze afschaffing aanvaard.

        Er werd een grafisch plan 55837_Rosweg.pdf opgemaakt voor de afschaffing van deze gemeenteweg. De motiverende nota, de akte van bekendheid (opgemaakt door notaris Ann De Paepe, d.d. 26.03.2025) en het vonnis van de vrederechter van 31 oktober 2025 motiveert de redenen van afschaffing van dit gedeelte.

        Er wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om de gemeenteweg, voormalige voetweg nr. 115, definitief af te schaffen.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Jo Massaer, Karen De Waele, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef
        Onthouders: Filip Rooselaers, Karel Van Belle
        Resultaat: Met 18 stemmen voor, 2 onthoudingen
        Besluit

        Artikel 1:

        De gemeenteraad keurt het afschaffen van voetweg nr. 115 wegens verjaring binnen de omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2025140575 aangaande de aanvraag van het verbouwen van een eengezinswoning, op een perceel gelegen Rosweg 61 - kadastraal gekend als 2de afdeling, sectie C, nr. 335D, definitief goed.

         

        Artikel 2:

        De gemeenteraad keurt het bijhorend rooilijnplan (grafisch plan 55837_Rosweg.pdf) opgesteld door Bart De Smedt goed.

         

  • Addendum

    • Aanvullend punt - raadslid Filip Rooselaers - Vraag mbt tot het niet-conform taalgebruik op het bpost bbox pakjesautomaat

      Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
      Verontschuldigd: Christel Van der Perre
      Aanleiding

      Conform artikel 3§1 van het huishoudelijk reglement van de gemeente- en raad voor maatschappelijk welzijn kunnen raadsleden aanvullende vragen indienen.

      Art. 3. - § 1. - Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda van de gemeenteraad toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun toegelicht voorstel van beslissing schriftelijk aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de gemeenteraadsvoorzitter. Noch een lid van het college van burgemeester en schepenen, noch het college als orgaan, kan van deze mogelijkheid gebruik maken.

      Regelgeving

      Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

      Bevoegdheidsgrond:

      • het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41;
      • Art. 3. - § 1 van het huishoudelijk reglement, vastgesteld door de gemeenteraad van 29 januari 2025;
      Feiten, context en argumentatie

      Onderstaande vraag hebben we op dinsdag 20 januari ontvangen van raadslid Filip Rooselaers.

      Einde december 2025 werd in de K. Keymolenstraat ter hoogte van het woonzorgcentrum Keymolen
      een pakjesautomaat van bpost geplaatst die voorzien is van bestickering opgesteld uitsluitend in het
      Frans.


      Of er voor deze bbox een omgevingsvergunning werd aangevraagd, laat ik nog in het midden.
      De automaat bevindt zich in het Vlaamse Gewest, waar volgens de geldende taalwetgeving het Nederlands de enige bestuurstaal is.
      Conform de taalwetgeving in bestuurszaken moet alle communicatie van overheidsdiensten en concessiehouders die een openbare dienst verlenen in het Vlaamse Gewest eentalig Nederlands zijn.

      Bpost is belast met een openbare dienst en treedt, voor wat betreft haar publieke dienstverlening en communicatie naar gebruikers toe, op als instelling die onder het toepassingsgebied van de taalwetgeving in bestuurszaken valt. Publieke communicatie, vaste opschriften en signalisatie die uitgaat van dergelijke instellingen moeten in het Nederlandse taalgebied eentalig Nederlands zijn.
      De eentalige Franse bestickering is strijdig met deze Vlaamse taalwetgeving en ondermijnt bovendien het principe van het eentalig karakter van het openbaar leven in Vlaanderen.


      Vragen aan het college / de bevoegde schepen
      1. Het college is op de hoogte van deze eentalige Franse bestickering op de betrokken bpost pakjesautomaat maar werd hierover reeds contact opgenomen met bpost? Zo ja, met welk resultaat ?
      2. Is het college bereid bpost formeel te verzoeken om deze bestickering zo snel mogelijk te vervangen door eentalig Nederlandstalige signalisatie, conform de taalwetgeving ?
      3. Overweegt het college, indien nodig, melding te maken bij de bevoegde toezichthoudende instantie ?


      Besluit / voorstel van beslissing
      De gemeenteraad verzoekt het college om bpost formeel aan te schrijven met de vraag de betrokken pakjesautomaat in overeenstemming te brengen met de Vlaamse taalwetgeving en hierover terug te rapporteren aan de gemeenteraad.

      Rooselaers Filip
      Gemeenteraadslid Vlaams Belang Lennik

       

      Burgemeester Irina De Knop antwoordt:

      Een tiental dagen geleden kregen we melding van een media die mij naar de mening vroeg over het overtreden van de taalwetgeving door Bpost.

      We hebben onmiddellijk contopgenomen met Bpost en zij hebben ook meteen ook actie ondernomen. In diezelfde namiddag was het euvel al verholpen en hebben ze eenNederlandstalige sticker op de automaat gehangen. Het bedrijf heeft zelf de nodige acties genomen en zijn wij van oordeel dat we geen verdere stappen dienen te nemen.

      Het was een administratieve fout die onderweg gemaakt is en geen intentie om de taalwetgeving te overtreden. We moeten steeds kort op de bal opvolgen omdat we het Nederlandstalig karakter van onze gemeente belangrijk is waarbij we weten dat het gebruik van de taal vrij is voor particuliere mensen.


       

      Financiële impact

      Niet van toepassing.

      Besluit

      Enig artikel:

      De gemeenteraad neemt kennis van de vraag van raadslid Filip Rooselaers mbt het niet-conform taalgebruik op het bpost bbox pakjesautomaat.

    • Aanvullend punt - raadslid Stefaan Jans - besluit omtrent de openbare boekenruilkasten

      Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
      Verontschuldigd: Christel Van der Perre
      Aanleiding

      Conform artikel 3§1 van het huishoudelijk reglement van de gemeente- en raad voor maatschappelijk welzijn kunnen raadsleden aanvullende vragen indienen.

      Art. 3. - § 1. - Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda van de gemeenteraad toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun toegelicht voorstel van beslissing schriftelijk aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de gemeenteraadsvoorzitter. Noch een lid van het college van burgemeester en schepenen, noch het college als orgaan, kan van deze mogelijkheid gebruik maken.

      Regelgeving

      Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

      Bevoegdheidsgrond:

      • het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41;
      • Art. 3. - § 1 van het huishoudelijk reglement, vastgesteld door de gemeenteraad van 29 januari 2025;
      Feiten, context en argumentatie

      Onderstaande vraag hebben we op vrijdag 23 januari ontvangen van raadslid Stefaan Jans.

      Er zijn reeds verschillende gemeenten in Vlaanderen die boekenruilkasten geplaatst hebben. Kortenberg is een voorbeeld in Vlaams-Brabant.
      Boekenruilkasten hebben een aantal voordelen:
      - leesbevordering op een laagdrempelige manier;
      - versterking van sociale cohesie en buurtontmoeting;
      - duurzaamheid en hergebruik van boeken;
      - het is gratis en toegankelijk voor iedereen.


      De bedoeling van een boekenruilkast is dat men een boek achterlaat wanneer men een boek meeneemt. Zo wisselt het aanbod en blijft het aantrekkelijk.
      De eerste lading boeken kan geschonken worden door inwoners en door een samenwerking met de bibliotheek.
      Ons voorstel is om in elke parochie een kast te plaatsen, bij voorkeur op een
      zichtbare locatie en nabij een zitbank. Er kan gestart worden met één pilootproject.
      Het is vrij eenvoudig uit te voeren door de technische dienst en de kost is minimaal;± €500,00 per kast.

      Uiteraard zal er iemand een oogje in het zeil moeten houden. Er zou per kast een meter of peter kunnen aangeduid worden... Een buurtbewoner die zelf regelmatig gebruik maakt van de kast.
      Dit is een laagdrempelig initiatief met een beperkte kost en een duidelijke sociale meerwaarde voor onze gemeente.
      Graag had ik hierover een princiepsakkoord ter stemming voorgelegd.


      Stefaan Jans
      voor Groen Lennik.

      Financiële impact

      Niet van toepassing.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
      Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef
      Onthouders: Filip Rooselaers
      Resultaat: Met 19 stemmen voor, 1 onthouding
      Besluit

      Enig artikel:

      De gemeenteraad keurt het voorstel van raadslid Stefaan Jans ivm de openbare boekenruilkasten goed.

    • Aanvullend punt - raadslid Stefaan Jans - Vraag omtrent het dossier PFAS

      Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
      Verontschuldigd: Christel Van der Perre
      Aanleiding

      Conform artikel 3§1 van het huishoudelijk reglement van de gemeente- en raad voor maatschappelijk welzijn kunnen raadsleden aanvullende vragen indienen.

      Art. 3. - § 1. - Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda van de gemeenteraad toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun toegelicht voorstel van beslissing schriftelijk aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de gemeenteraadsvoorzitter. Noch een lid van het college van burgemeester en schepenen, noch het college als orgaan, kan van deze mogelijkheid gebruik maken.

      Regelgeving

      Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

      Bevoegdheidsgrond:

      • het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41;
      • Art. 3. - § 1 van het huishoudelijk reglement, vastgesteld door de gemeenteraad van 29 januari 2025;
      Feiten, context en argumentatie

      Onderstaande vraag hebben we op vrijdag 23 januari ontvangen van raadslid Stefaan Jans.

       

      Hierbij kom ik terug op het PFAS-dossier dat ik op de gemeenteraden van april en september 2025 reeds ter sprake bracht.
      In september werd beloofd dat er een tweede brief zou verstuurd worden aan de betrokkenen; zijnde de bewoners binnen een perimeter van 100 m rond de
      brandweersite in Eizeringen. Op deze site werden eerder afwijkende PFAS-waarden
      vastgesteld. De brief werd uiteindelijk ontvangen op 18 december.

      Blijkbaar wachten we nog steeds op een uitspraak van het Departement Omgeving van de Vlaamse overheid, dat moet oordelen of de aanvraag tot vrijstelling door de
      brandweer wordt aanvaard. Intussen weten we echter – ondanks het feit dat we al bijna een jaar op deze uitspraak wachten – dat de brandweer niet verantwoordelijk is
      voor de vastgestelde vervuiling.

      Maar tot zo lang we niet weten of de vervuiling verder gaat dan de brandweersite blijven de no regret-maatregelen van kracht!
      Mogen wij er dan ook op aandringen dat er, los van de uitspraak van het departement Omgeving en zonder hierop verder te wachten, zo snel mogelijk
      bijkomende metingen of proeven worden uitgevoerd in de directe omgeving van de brandweersite?

      Op die manier kan er eindelijk uitsluitsel worden verkregen, hopelijk met een geruststellend resultaat.
      Stefaan Jans
      voor Groen Lennik.

      Schepen Geert De Cuyper antwoordt:

      Er stond toevallig een artikel in de krant. Op 2792 plekken in Vlaanderen is er op PFAS vast te stellen maar de sanering laat op zich wachten. Er zijn op de onderzochte terreinen uit de eerste fase slechts op 7 plaatsen saneringswerken gestart. Er zijn nog een 15tal dossiers die bijna klaar zijn om te starten.

      Een toxicoloog zegt dat PFAS niet meteen kwaad kan, het hangt af van de dosering. Van alle dossiers moeten er in 803 al geen maatregelen genomen worden. Als er moet gesaneerd moet worden zal het 1,3 miljard kosten.

      Het is geen grond van de gemeente Lennik en wij als gemeente niet rechtstreeks kunnen aangesproken worden. Men willen dit ten laste leggen van de brandweerzone. Als gemeente nemen wij wel deel aan de hulpverleningszone. We wachten op een vaststelling voor behandeling van dit dossier. Dit is niet in onze handen maar in handen van de rechtbank. We kunnen alleen maar op basis van de info die men geeft brieven toesturen. We gaan informeren wat men ons van hogerhand adviseert. We zijn geen rechtstreeks betrokken partij.

      Ik belde vandaag met de verantwoordelijke van de brandweerzone en hij liet weten dat het in handen van de raadsman is. Er is momenteel nog geen nieuws en ik heb gevraagd om een stand van zaken op te vragen om te weten wanneer deze zaak zal behandeld worden. Wij nemen hier zelf verder geen initiatief meer in. Enkel op de basis van de gegevens die de overheid ons geeft geven wij informatie over wat kan en wat niet kan.

      Als je dit binnen 3 maanden opnieuw vraagt, zal ik vermoedelijk hetzelfde antwoorden tenzij ik voordien andere informatie heb gekregen van de brandweer. De dienst heeft mij voor een derde keer een overzicht gegeven van alle tussenkomsten maar dus nu nog geen uitspraak en dus ook niet meer informatie te geven.

       

      Financiële impact

      Niet van toepassing.

      Besluit

      Enig artikel:

      De gemeenteraad neemt kennis van de vraag van raadslid Stefaan Jans ivm het dossier PFAS.

    • Aanvullend punt - raadslid Karel Van Belle - vraag ivm het openstellen site achter de voormalige gemeentelijke werkplaats het "Vetkot" als parkeerplaats.

      Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
      Verontschuldigd: Christel Van der Perre
      Aanleiding

      Conform artikel 3§1 van het huishoudelijk reglement van de gemeente- en raad voor maatschappelijk welzijn kunnen raadsleden aanvullende vragen indienen.

      Art. 3. - § 1. - Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda van de gemeenteraad toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun toegelicht voorstel van beslissing schriftelijk aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de gemeenteraadsvoorzitter. Noch een lid van het college van burgemeester en schepenen, noch het college als orgaan, kan van deze mogelijkheid gebruik maken.

      Regelgeving

      Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

      Bevoegdheidsgrond:

      • het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41;
      • Art. 3. - § 1 van het huishoudelijk reglement, vastgesteld door de gemeenteraad van 29 januari 2025;
      Feiten, context en argumentatie

      Onderstaande vraag hebben we op vrijdag 23 januari ontvangen van raadslid Karel Van Belle.

      Uit een enquête  uitgevoerd door N-VA+ Lennik tijdens de vorige jaarmarkt blijkt dat 32% van de deelnemers van mening is  dat er in het centrum van Sint-Kwintens-Lennik extra parkeergelegenheid moet komen.

      Heden is ook de parking langsheen de Schoolweg voor een deel niet meer toegankelijk door de bouw van sociale woningen.

      Er is dus nood aan de creatie van bijkomende parkeergelegenheid.

      Gezien de gemeentelijke werkliedendienst verhuisd is naar twee loodsen gelegen langsheen de Assesteenweg te Eizeringen staat de voormalige werkplaats het "Vetkot" leeg.

      Ik veronderstel  dat ook de site achter dit gebouw zal opgeruimd worden.

      Gezien  er noch aan het "Vetkot", noch aan de achterliggende site op korte termijn werken gepland zijn lijkt het mij logisch dat de site achter het "Vetkot" wordt opengesteld als bijkomende parkeergelegenheid.

      Enkel kleine ingrepen zoals het aanbrengen van belijning zou daar al snel kunnen zorgen voor een 25-tal bijkomende parkeergelegenheden.

      Misschien kan er ook nog eens nagedacht worden over de aanleg van een grote (ondergrondse) parking, met behoud van het groen, op de site achter het vetkot.

      Vraag 

      Kan de site achter het "Vetkot" opengesteld worden als  parkeergelegenheid?

      Karel Van Belle

      Gemeenteraadslid voor N-VA+ Lennik

       

      Schepen Heidi Elpers antwoordt:

      We begrijpen dat parkeren voor veel inwoners en bezoekers een belangrijk aandachtspunt blijft maar onze bevoegde schepen is hier zeker mee bezig. In dat kader willen we meegeven dat er vanuit de gemeente een participatietraject werd georganiseerd in het kader van de opmaak meerjarenplanning.  Aan deze participatie hebben 1252 inwoners deelgenomen. En dat vertegenwoordigt 10 procent van de bevolking en geven aan dat er minder nood is aan bijkomende parkeerplaatsen creëren.

      Voor de bouw van de sociale woningen wordt er gedurende 3 maand een strook van 12m ingenomen om de werf in te richten, daarna wordt er een strook van 6m ingenomen. De eerste 3 maand is de impact het grootst, daarna is er een beperkte impact.

      In het kader van deze impact heeft het college van burgemeester en schepenen beslist om beslist om de blauwe zone op het Masiusplein tijdelijk in te trekken. Dit betekent dat er gratis mag worden geparkeerd op het volledige Masiusplein. Deze bijkomende gratis parkeerplaatsen compenseren ruimschoots de parkeerplaatsen die door de werf worden ingenomen in de Schoolweg.

      Bij controle tijdens de dag en avond zijn er steeds nog parkeerplaatsen beschikbaar op het Masiusplein en indien er toch eens problemen zouden zijn is er nog steeds de gratis parking aan Den Bleek op wandelafstand.

      Wat de site achter het Vetkot betreft, moeten we meegeven dat het niet mogelijk is om daar bijkomende parkeerplaatsen in te richten.

      De Technische Dienst van de gemeente maakt van deze site nog steeds actief gebruik voor het storten en verwerken van groenafval. Een openstelling van het terrein als parkeerzone zou impliceren dat de site dag en nacht toegankelijk moet blijven, wat om veiligheidsredenen niet te verantwoorden is.

      Daarnaast bestaat er een reëel risico dat een dergelijke openstelling zou leiden tot bijkomend sluikstorten, wat we uiteraard zoveel mogelijk willen vermijden. Daar is ook ergens een serieuze put dus dit is zeker qua veiligheid niet geschikt.

      Aangezien er voldoende parkeerplaatsen zijn op het openbaar domein heeft de gemeente op korte termijn geen intenties om bijkomende parkeerplaatsen te voorzien. Bij een ontwikkeling van de Vetkotsite zal het aspect parkeren onderzocht worden.

       

      Financiële impact

      Niet van toepassing.

      Besluit

      Enig artikel:

      De gemeenteraad neemt kennis van de vraag van raadslid Karel van Belle ivm het openstellen site achter de voormalige gemeentelijke werkplaats het "Vetkot" als  parkeerplaats.

De voorzitter sluit de zitting op 28/01/2026 om 21:10.

Namens Gemeenteraad,

Anaïs Nies
algemeen directeur

Erik O
voorzitter