Terug
Gepubliceerd op 02/02/2026

Besluit  Gemeenteraad

wo 28/01/2026 - 20:00

Omgeving - Gemeentelijk belastingreglement betreffende privéwaterafvoer 2026 - 2031 - Goedkeuring

Aanwezig: Erik O, voorzitter
Irina De Knop, burgemeester
Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, schepenen
Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, raadsleden
Anaïs Nies, algemeen directeur
Verontschuldigd: Christel Van der Perre, raadslid
Aanleiding

Wegens het vervallen van het vorige belastingreglement op afkoppeling van regen- en afvalwater zoals goedgekeurd door de gemeenteraad 19 december 2019, wordt een nieuw reglement voorgesteld. Dit reglement is gebaseerd op het sjabloon dat door Fluvius aan de gemeente is geleverd.

Regelgeving

Volgende regelgeving en bevoegdheden zijn van toepassing:

Bevoegdheden:

  • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 40 § 3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt, artikel 41 14° dat bepaalt dat het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen toekomt aan de gemeenteraad, artikels 286 en 287 betreffende de bekendmaking van besluiten en artikel 330 betreffende de melding van besluiten aan de toezichthoudende overheid.
Regelgeving:
  • De Europese kaderrichtlijn Water 2000/60/EG.
  • Artikel 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet.
  • Het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en latere wijzigingen.
  • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
  • Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018.
  • Het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2024 over de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting.
  • Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (citeeropschrift: "de Hemelwaterverordening van 2023").
  • Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2017 betreffende de subsidiëring van de werken, vermeld in artikel 32duodecies van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging.
  • Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement (“het algemeen waterverkoopreglement”).
  • Het besluit van de Vlaams Regering van 1 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen.
  • Het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1999 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning.
  • Het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.
  • Het ministerieel besluit tot goedkeuring van de aanvullende voorwaarden bij het algemeen waterverkoopreglement van Fluvius West, Fluvius Limburg, Fluvius Antwerpen en Riobra van 14 januari 2019.
  • Het ministerieel besluit van 20 augustus 2012 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerp en de aanleg van rioleringssystemen.
  • Het ministerieel besluit van 28 juni 2011 betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer (“het keuringsbesluit”).
  • De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 die de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit coördineert.
  • De machtiging van de Vlaamse Toezichtscommissie om persoonsgegevens uit te wisselen in het kader van de uitvoering van dit reglement.
  • De gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2019 betreffende het handhavingsregelement afkoppeling van regen- en afvalwater, berging en buffering.
Feiten, context en argumentatie

De afkoppeling van hemelwater van de openbare riolering is noodzakelijk voor de efficiëntie en de goede werking van rioolwaterzuiveringsinstallaties.

Indien de afkoppeling niet voor elke woning gebeurt, blijft er hemelwater in de afvalwaterleiding van het openbare rioleringsstelsel terechtkomen. De dimensionering van dergelijke afvalwaterleidingen door de rioolbeheerder wordt ook niet voorzien voor de opvang van hemelwater maar enkel voor opvang van afvalwater.

De niet-afkoppeling kan bijgevolg resulteren in wateroverlast op het openbaar domein en/of overlast bij naburige gebouwen waar de afkoppeling wel werd uitgevoerd. Dergelijke situatie kan tevens resulteren in het lozen van afvalwater in oppervlaktewateren of in de hemelwaterleiding, met bijkomende kosten en eventuele verontreiniging op het openbaar domein tot gevolg.

Ter zake kan een gemeente een belastingreglement vaststellen en dit toepassen op ingebreke blijvende burgers die na de aanleg van een dubbele riolering voor vuil en zuiver water hun zuiverwaterafvoer niet afzonderlijk aansluiten.

 

Fluvius heeft in overleg met de diensten van Binnenlands Bestuur, VVSG en Vlario daartoe een ontwerp van belastingreglement opgesteld dat gebruikt kan worden door de gemeenten. Belangrijkste verschil met het vorige reglement is de extra vrijstellingsmogelijkheid voor eigenaars van woningen en/of gebouwen met betrekking tot de optimale afkoppeling (artikel 9 §5).

 

In vermelde situaties is ook extra inzet en opvolging van en door de gemeentelijke diensten noodzakelijk ter herstelling van de openbare reinheid. Om al deze redenen is het nodig dat bij de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel het hemelwater afkomstig van privéterrein moet afgekoppeld worden conform de bepalingen van artikel 6.2.2.1.2 van Vlarem II.

 

Daarbij kan rekening gehouden worden met het feit dat naar aanleiding van de uitvoering van een project tot aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel hiertoe gratis een afkoppelingsadvies, opgemaakt door de afkoppelingsdeskundige, aangesteld door de rioolbeheerder, wordt gegeven aan de betrokken eigenaars van aanpalende percelen.

Om dezelfde redenen wordt er bij nieuwbouw of verbouwing een gescheiden aanleg van afval- en hemelwaterleiding op privédomein tot aan de perceelsgrens opgelegd in de bouwvergunning.

 

Daarbij verplicht sinds 1 juli 2011 het algemeen waterverkoopreglement een keuring van de privéwaterafvoer in volgende gevallen:

  • voor de eerste ingebruikname;
  • bij belangrijke wijzigingen;
  • na vaststelling van een inbreuk op de gelijkvormigheid (de wettelijke voorschriften) op verzoek van de exploitant;
  • bij aanleg van een gescheiden riolering op het openbaar domein Er wordt eveneens een intensieve begeleiding opgezet door de betrokken partners, gemeente en rioolbeheerder, om de eigenaars bij te staan in een correcte afkoppeling van hemel- en afvalwater.

 

Deze intensieve begeleiding eindigt wanneer de betrokken eigenaar een conform keuringsattest betreffende de privéwaterafvoer aflevert overeenkomstig de geldende regelgeving.

Wanneer eigenaars geen conform keuringsattest aanleveren, is een bijkomende intensieve opvolging vereist die extra kosten met zich meebrengt.

De aanleg van 2-DWA-leidingen met een maximale afkoppeling op woningniveau is tevens noodzakelijk om in aanmerking te komen voor de maximale subsidies voor de uitvoering van de rioleringswerken vanwege de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM).

Tevens moet vastgesteld worden dat er nog steeds lozingen gebeuren van afvalwater in grachten of sterfputten in plaats van het aansluiten van de privéwaterafvoer op het openbaar saneringsnetwerk, waardoor lozingen van afvalwater de oppervlaktewateren of het grondwater kunnen verontreinigen.

Er wordt eveneens vastgesteld dat er nog steeds nieuwe of gewijzigde huisaansluitingen op illegale wijze op het openbaar saneringsnetwerk gebeuren, dat dus nieuwe of gewijzigde huisaansluitingen niet worden aangevraagd bij de rioolbeheerder wat intensieve opvolging en extra kosten met zich meebrengt.

De betrokken eigenaars dragen door hun nalatigheid of het illegaal aansluiten ook niet op gelijke wijze bij aan de realisatie van de milieudoelstellingen voortvloeiende uit de Vlaamse wetgeving en reglementering en het gemeentelijke beleid.

De nodige afspraken werden gemaakt tussen de rioolbeheerder en de gemeente inzake de opvolging van dergelijke overtredingen en inbreuken en op het (administratieve) voortraject dat in de schoot van de rioolbeheerder en de gemeente wordt doorlopen.

Daarbij biedt het opvolgtraject de desbetreffende burgers voldoende kansen om tot een gekeurde huisaansluiting te komen.

Wanneer zij echter na drie pogingen nog steeds in gebreke blijven wordt het dossier overgemaakt aan de handhavingsinstantie, zijnde de gemeente.

Door het invoeren van een belasting, rekening houdend met de veroorzaakte lasten, worden de nodige middelen voor de gemeente ter beschikking gesteld om de betrokken eigenaars verder aan te sporen om zich in regel te stellen en zodoende de bijkomende opvolging door de gemeente alsnog te kunnen voltooien. De inkomsten uit deze belasting zijn tevens budgettair noodzakelijk.

 

Publieke stemming
Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef, Anaïs Nies
Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Cindy De Greef
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

Belastingverordening betreffende de privéwaterafvoer – termijn 1 februari 2026 t/m 31 december 2031

Artikel 1:

Voor de lezing van dit reglement zijn de definities van het algemeen waterverkoopreglement van toepassing. Verder wordt onder de volgende begrippen begrepen : 

Conform keuringsattest: het attest dat afgeleverd wordt door de keurder privéwaterafvoer indien de privéwaterafvoer conform de geldende wettelijke en technische voorschriften uitgevoerd zijn zoals beschreven in artikel 6 van het keuringsbesluit.

Alle afvalwater septische put: De individuele voorbehandelingsinstallatie waaronder wordt begrepen septische putten of gelijkaardige inrichtingen voor de voorbehandeling van normaal huisafvalwater ter verwijdering van vetstoffen, bezinkbare en drijvende stoffen met een minimale inhoud van 3.000 liter. 

Rioolbeheerder: Fluvius System Operator CV, die instaat voor de exploitatie van de openbare saneringsinfrastructuur in naam en voor rekening van de opdrachthoudende verenigingen Fluvius West, Fluvius Limburg, Fluvius Antwerpen en Riobra. 

Eigenaar:  de volle eigenaar, de vruchtgebruiker, de erfpachter of de opstalhouder van het belastbaar goed. 

 

Artikel 2:

Er wordt een belasting geheven op het niet beschikken over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer in de gevallen waar dit voorgeschreven is door het algemeen waterverkoopreglement en het illegaal aansluiten op het openbaar saneringsnetwerk voor een termijn beginnend op 1 februari 2026 en eindigend op 31 december 2031.

 

Artikel 3:

Na melding en ontvangst van een dossier van de rioolbeheerder betreffende het niet aanleveren van een conform keuringsattest bij een eerste ingebruikname van een huisaansluiting of bij de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel of na melding en ontvangst van de rioolbeheerder betreffende de op illegale wijze aangesloten privéwaterafvoer, verstuurt de gemeente een aangetekende brief, waarin de betrokken eigenaar aangemaand wordt om zich binnen een termijn van 6 maand, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de aangetekende zending verstuurd is (bewijs met poststempel), in orde te stellen met de toepasselijke wetgeving en opgelegde voorwaarden.

 

Artikel 4:

De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het onroerend goed die door zijn toedoen na het verstrijken van de aanmaningstermijn in de aangetekende brief, bedoeld in artikel 3, niet beschikt over een wettelijk verplicht conform keuringsattest of zich na deze aanmaningstermijn niet in regel stelt bij de rioolbeheerder inzake de op illegale wijze aangesloten aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk. Deze termijn kan met 1 jaar verlengd worden in het geval de eigenaar grondige verbouwingsplannen heeft met aanpassing van de privéwaterafvoer op voorwaarde dat de omgevingsvergunning werd verleend uiterlijk 6 maanden na de datum van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de wegenis- en rioleringswerken op het openbaar domein. 

Het wettelijk verplicht conform keuringsattest is verplicht indien de eerste ingebruikname van de rioleringsaansluiting is aangevraagd na de invoering van het algemeen waterverkoopreglement. 

 

Artikel 5: 

§1 De belasting slaat op de eigendom en is verschuldigd door wie op 1 januari van het belastingjaar eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder is van het belastbaar goed. 

§2 Ingeval er een vruchtgebruik, recht van opstal of erfpacht bestaat, is respectievelijk de vruchtgebruiker, opstalgever of de erfpachtgever hoofdelijk aansprakelijk met de blote eigenaar, opstalhouder of erfpachthouder voor de betaling van de belasting. 

§3 Indien het belastbaar goed in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende personen, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd, terwijl de leden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de volledige belasting.

 

Artikel 6: 

De belasting is verschuldigd na het verlopen van de termijn van 6 maanden waarvan sprake is in artikel 3. Indien de betrokken eigenaar nalaat een conform keuringsattest aan te leveren of weigert zich in orde te stellen met de opgelegde voorwaarden in het aangetekend schrijven, wordt de belasting geheven. Dit gebeurt na de vaststelling door een personeelslid, daartoe speciaal aangesteld door het college van burgemeester en schepenen, dat niet aan de voorgeschreven voorwaarden is voldaan zoals bedoeld in art. 3. Deze vaststelling vindt ten vroegste plaats in de maand na het verstrijken van de aanmaningstermijn.

 

Artikel 7: 

De belasting wordt als volgt berekend: 

Bij een vaststelling dat de eigenaar weigert de keuring privéwaterafvoer uit te voeren en bijgevolg geen conform keuringsattest aanlevert of bij een vaststelling dat de eigenaar beschikt over een niet-conform keuringsattest en weigert de privéwaterafvoer aan te passen en bijgevolg geen conform keuringsattest aanlevert:

  • 250 euro voor het eerste aanslagjaar dat de belasting verschuldigd is
  • 500 euro vanaf het tweede en de daarop volgende aanslagjaren waarin de belasting verschuldigd is 

 

Artikel 8: 

De belasting is jaarlijks verschuldigd tot en met het jaar waarin aan de in de aangetekende brief opgelegde verplichting is voldaan. De vaststelling dat hieraan is voldaan gebeurt door een personeelslid daartoe speciaal aangesteld door het college van burgemeester en schepenen. Daartoe moet de belastingplichtige dit bij de rioolbeheerder melden per aangetekende brief, waarbij het conform keuringsattest van de keurder privéwaterafvoer is gevoegd. De rioolbeheerder meldt per brief aan het college van burgemeester en schepenen dat het conform keuringsattest is overgemaakt. In het geval op illegale wijze aangesloten was op het openbaar saneringsnetwerk zal de melding gebeuren door de rioolbeheerder aan het college van burgemeester en schepenen, dat de betrokken eigenaar binnen de vastgelegde termijn aan de voorwaarden heeft voldaan door het aanvragen van de rioleringsaansluiting en het aanleveren van een conform keuringsattest.

 

Artikel 9:

§1 Aanvraag vrijstelling of vermindering:

De aanvraag voor vrijstelling van de belasting moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen 30 dagen vanaf de verzending van het aanslagbiljet, via beveiligde zending.

De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals hierna in dit reglement beschreven, moet hiervoor zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.

§2 Vrijstelling voor een nieuwe eigenaar, zoals bedoeld in artikel 5 §1:

De nieuwe eigenaar, die op 1 januari minder dan één jaar eigenaar is, wordt vrijgesteld van de belasting. Deze vrijstelling geldt voor één belastingjaar volgend op de datum van de notariële akte inhoudende de eigendomsoverdracht.

§3 Vrijstelling voor woningen en/of gebouwen volledig gelegen binnen een onteigeningsplan:

De eigenaar, zoals bedoeld in artikel 5 §1 van woningen en/of gebouwen die op 1 januari van het belastingjaar binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan liggen of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigening wordt voorbereid.

§4 Vrijstelling voor de eigenaar van woningen en/of gebouwen die bij de keuring privéwaterafvoer uitsluitend zijn afgekeurd door het niet aanwezig zijn van een alle afvalwater septische put in het collectief te optimaliseren buitengebied volgens het gemeentelijk zoneringpslan.

§5 Vrijstelling voor de eigenaar van woningen en/of gebouwen met betrekking tot de optimale afkoppeling: Een onafhankelijke expert in het afkoppelen kan door de eigenaar van de woning of het gebouw aangesteld worden om de afwijking op optimale afkoppeling, technisch te beoordelen conform het referentiekader in de code van goede praktijk rioleringssystemen en oordelen dat de afkoppeling niet van toepassing is zodat de scheiding van afvalwater en hemelwater niet dient uitgevoerd te worden. 

§6 Er wordt voorzien in een vermindering van 125 € indien de belastingplichtige recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming op 1 januari van het belastingjaar op basis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994.

 

Artikel 10:

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De kohierbelasting moet worden betaald binnen een periode van 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Het uitvoerbaar verklaard kohier wordt tegen ontvangstbewijs gezonden aan de met invordering belaste financieel beheerder die onverwijld instaat voor de verzending van de aanslagbiljetten zonder kosten voor de belastingplichtige.  

 

Artikel 11: 

De in de artikelen 6 en 8 vermelde personeelsleden zijn de aangestelde personeelsleden door het college van burgemeester en schepenen, zoals bepaald in artikel 5 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen. 

 

Artikel 12: 

De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 13: 

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 zoals gewijzigd, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en artikel 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat wetboek van toepassing op de gemeentebelastingen, voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen. 

 

Artikel 14: 

De rioolbeheerder wordt op de hoogte gehouden van de beslissing tot heffing van de belasting, de eventuele bezwaarschriften, beroepsprocedures en ontheffingen van een individueel dossier. 

 

Artikel 15: 

Dit besluit wordt, overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.