Aan de gemeenteraad wordt een aangepast belastingreglement op grondaanvullingen en/of grondophogingen voorgelegd.
De toezichthoudende overheid had enkele opmerkingen op het goedgekeurde reglement van dd. 17 december 2025, deze opmerkingen worden in het voorliggende reglement opgenomen.
Volgende bevoegdheden en regelgevingen zijn van toepassing:
Bevoegdheden:
Artikel 40, §3, en 41, tweede lid, 14°, van het decreet over het lokaal bestuur
Regelgevingen:
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;
Beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure;
Gemeenteraadsbeslissing 17 oktober 2019 voor een belasting- en retributiereglementen op grondaanvullingen en/of grondophogingen.
Gemeenteraadsbeslissing 17 december 2025 voor een belasting- en retributiereglementen op grondaanvullingen en/of grondophogingen.
De gemeente Lennik wil een belasting heffen op grondaanvullingen of terreinophogingen (nivelleringswerken) om de maatschappelijke kost die deze aanvullingen of ophogingen met zich meebrengen voor een deel te verhalen op de exploitant en/of vergunninghouder.
Het onbillijk zou zijn om een belasting te heffen bij het bouwrijp maken van woonkavels conform de vigerende ruimtelijke bestemmingsplannen.
Binnen de context van het ruimtelijk beleid onbillijk zou zijn een belasting te heffen op handelingen nodig ter uitvoering van een rechtmatig verkregen omgevingsvergunning voor de woningbouw op woonkavels met een oppervlakte van minder dan 20 are.
Het beleid van de hogere Vlaamse overheid stelt dat het opvullen van groeven met niet-verontreinigde grond niet belastbaar mag wordt gesteld. Op dd.23 januari 2026 werd een bericht ontvangen van mevr. Olivia Soleme, Agentschap Binnenlands Bestuur, Afdeling Lokale Financiën, waarbij gemeld werd dat dit reglement niet toegepast kan worden op de opvullingen van groeven (met niet-verontreinigde grond), omdat dit zou indruisen tegen het algemeen belang i.e. het Vlaams delfstoffen- en bodembeschermingsbeleid.
Deze belasting moet opgenomen worden in het meerjarenplan 2026-2031 om aan de voorwaarden tot het bereiken van het financieel evenwicht te voldoen zoals bepaald in het ministerieel besluit met betrekking tot de invoering van de Beleids- en Beheerscyclus (BBC).
Artikel 1:
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten laste van exploitanten en/of vergunninghouders van nivelleringswerken op gronden die gelegen zijn binnen de grenzen van de gemeente een directe gemeentebelasting gevestigd op de aangevoerde hoeveelheid grond of materiaal.
Artikel 2:
De heffing wordt semestrieel gevestigd op uiterlijk:
Artikel 3:
Deze belasting bedraagt € 0,50 per m³ aangevoerde hoeveelheid grond of materiaal.
Artikel 4:
De belasting is verschuldigd door de exploitanten en/of vergunninghouders van de betrokken nijverheid en/of activiteit.
De belasting is niet verschuldigd voor woonkavels met een maximum oppervlakte van 20 are.
Artikel 5:
De exploitanten en/of vergunninghouders zijn verplicht om voor 31 juli van het aanslagjaar en voor 31 januari van het jaar volgend op het aanslagjaar een halfjaarlijkse aangifte bij het gemeentebestuur in te dienen van het aantal aangevoerde m³ grond of materiaal.
Deze zesmaandelijkse aangiften dienen te gebeuren op gestandaardiseerde door de administratie opgestelde en ter beschikking gestelde aangifteformulieren.
De overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren.
De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen
Artikel 6:
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 7:
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet. Dit aanslagbiljet moet onverwijld na de uitvoerbaar verklaring van het kohier, aan de belastingplichtige worden toegezonden.
Artikel 8:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk ingediend worden en ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de
hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in
het bezwaarschrift worden gevraagd.
Het bezwaarschrift kan ook online worden ingediend via www.lennik.be in zover in deze mogelijkheid wordt voorzien en binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in dit artikel. Meldingen via andere duurzame dragers zoals e-mail worden niet als bezwaarschrift aanvaard.
Artikel 9:
Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026.
Artikel 10:
Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.