Met het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) streeft de Vlaamse Regering naar een betere afstemming tussen buitenschoolse opvang en activiteiten voor alle kinderen en gezinnen. Het lokaal bestuur heeft hierbij de regie in handen. Samen met verschillende partners stippelt het lokaal bestuur een lokaal beleid buitenschoolse opvang en activiteiten uit, binnen de krachtlijnen van het decreet. Op 4/12/2023 keurde het college van burgemeester en schepenen de visie en doelstellingen rond BOA voor Lennik goed.
Op 28 februari 2025 besliste de Vlaamse Regering over de verdere uitvoering van het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten. Er wordt 80 miljoen euro extra geïnvesteerd om de lokale besturen te versterken in het realiseren van hun BOA opdrachten. De overgangstermijn wordt gewijzigd naar een regeling op maat. Het lokaal bestuur heeft de regie over de buitenschoolse opvang en activiteiten, met onder meer de opdracht tot het erkennen en handhaven van het opvangaanbod binnen een Vlaams kwaliteitskader.
Op 28 april 2025 communiceerde Opgroeien een nieuwsbrief rond de verdere uitrol van het BOA-decreet met alle informatie rond de financiële impact voor Lennik. Het lokaal bestuur moest voor de overgangstermijn kiezen tussen 2 opties (starten met BOA op 1/01/2026 of op 1/09/2026). Op het Vast Bureau van 7/07/2025 werd de start op 1/09/2026 goedgekeurd.
Met het BOA decreet heeft de Vlaamse Overheid een nieuw kader vastgelegd voor de organisatie, regie en kwaliteitshandhaving van buitenschoolse opvang en activiteiten. Het lokaal bestuur moet voortaan het lokaal opvangaanbod erkennen en handhaven aan de hand van een lokaal erkenningskader. Dit kader bepaalt de visie en voorwaarden om erkend te worden als lokaal opvanginitiatief. Het lokaal erkenningskader werd in samenspraak met het lokaal samenwerkingsverband opgemaakt en wordt ingezet om onze BOA-visie en doelstellingen te realiseren.
Volgende regelgeving en bevoegdheidsgrond zijn van toepassing:
Bevoegdheidsgrond:
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 84
Regelgeving:
- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
- decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019
- gemeenteraadsbeslissing van 25 maart 2026 waarin werd goedgekeurd dat het Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK) zal fungeren als lokaal samenwerkingsverband
Vanuit haar regierol en in afstemming met het lokaal samenwerkingsverband, zal het lokaal bestuur het lokale aanbod erkennen en handhaven op basis van de volgende 6 kerngebieden bepaald binnen het Vlaams kwaliteitskader:
1. Organisatorisch beleid: inclusief het beleidsvoerend vermogen (het beleid, de regelgeving en de financiering vanuit een heldere visie op ieders verantwoordelijkheid).
2. Pedagogisch beleid: de inhoud van de pedagogische werking en kwaliteit gericht op de holistische ontwikkeling van elk kind, inclusief:
. het aangaan van kwaliteitsvolle interacties tussen de medewerkers en de kinderen.
. het gebruik van het Nederlands als verbindende taal en het stimuleren van de kennis van het Nederlands.
3. Medewerkersbeleid: de medewerkers in de kinderopvang en het belang van hun competenties, permanente vorming en werkomstandigheden, inclusief:
. medewerkers hebben de nodige competenties.
. medewerkers hebben voldoende kennis van het Nederlands.
. de organisator controleert bij aanstelling van elke persoon die werkt in de kinderopvanglocatie, het goed en zedelijk gedrag van de betrokkene.
4. Toegankelijkheid: betaalbaarheid van het aanbod voor alle gezinnen en kinderen met het oog op participatie, sociale cohesie en respect voor diversiteit. Bijzondere aandacht gaat uit naar kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte.
5. Monitoring en evaluatie: in het belang van het kind en het gezin, met het oog op kwaliteitsverbetering van beleid en praktijk.
6. Verbondenheid: de verbinding met andere aanbieders van naschoolse activiteiten, de buurt, de gemeenschap en andere voorzieningen die werken met gezinnen en kinderen.
Om erkend te worden moet het opvanginitiatief aan alle voorwaarden van de 6 kerngebieden voldoen.
Het lokaal erkenningskader werd opgemaakt onder begeleiding van Coaster Consulting en besproken binnen het lokaal samenwerkingsverband op 22 mei 2026. Vanaf 1 september 2026 is het lokaal bestuur verantwoordelijk voor de erkenning, het toezicht en de handhaving van het lokaal aanbod aan buitenschoolse opvang en activiteiten.
Enig artikel: De gemeenteraad keurt het lokaal erkenningskader buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) goed.
Lokaal erkenningskader BOA
Situering
Het Vlaams decreet ‘Buitenschoolse Opvang en Activiteiten’ geeft het lokaal bestuur de regierol om samen met alle lokale spelers een geïntegreerd aanbod aan buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) te ontwikkelen. Dit houdt in dat kinderen speelmogelijkheden en ontplooiingskansen krijgen terwijl ouders werk, opleiding en gezin vlot kunnen combineren en dat het aanbod voor alle kinderen toegankelijk en betaalbaar is.
De Vlaamse Overheid creëerde het lokaal erkenningskader als instrument voor lokale besturen om lokale opvanginitiatieven te erkennen. Dit kader bepaalt de visie en voorwaarden om erkend te worden als lokaal opvanginitiatief.
Het lokaal erkenningskader wordt ingezet om onze BOA-visie en doelstellingen, goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen in vergadering van 4/12/2023, mee te realiseren.
Visie:
Het lokaal bestuur neemt de regierol op over de buitenschoolse opvang en activiteiten van kinderen in Lennik. Opvangtijd is belangrijke tijd. Tijdens de buitenschoolse opvang en activiteiten kunnen kinderen proeven van een gevarieerd aanbod en is er ruimte voor kwalitatief vrij spel.
Doelstellingen:
1. Toegankelijkheid. We streven ernaar dat alle Lennikse kinderen tussen 2,5 en 12 jaar toegang hebben tot buitenschoolse opvang en activiteiten, met extra aandacht voor kwetsbare kinderen.
2. Kwaliteit. Kinderen hebben recht op een kwalitatief aanbod aan opvang en activiteiten, naschools en tijdens schoolvakanties.
3. Vrije keuze. We streven naar een gevarieerd aanbod met maximale keuzevrijheid met of zonder ontwikkelingsdoel. Ons aanbod zet in op ontmoeten, spelen, bewegen, rust en ontwikkeling.
4. Welbevinden. Het welbevinden van kinderen staat centraal. Kinderen moeten zich goed in hun vel voelen, zichzelf durven zijn, opkomen voor zichzelf en zich veilig en geborgen voelen.
5. Samenwerking met lokale partners. Om deze doelstellingen te bereiken, brengen we lokale actoren samen die relevant zijn voor buitenschoolse opvang en activiteiten.
Toepassingsgebied
Onder het toepassingsgebied van het lokaal erkenningskader vallen alle gemeentelijke opvanginitiatieven die minstens 200u voor- en/of naschoolse opvang aanbieden aan schoolgaande kinderen t.e.m. het zesde leerjaar en doorgaan op het grondgebied van Lennik.
Erkenningsvoorwaarden
Vanuit haar regierol en in afstemming met het lokaal samenwerkingsverband, zal het lokaal bestuur het lokale aanbod erkennen en handhaven op basis van de volgende 6 kerngebieden bepaald binnen het Vlaams kwaliteitskader:
1. Organisatorisch beleid: inclusief het beleidsvoerend vermogen (het beleid, de regelgeving en de financiering vanuit een heldere visie op ieders verantwoordelijkheid).
2. Pedagogisch beleid: de inhoud van de pedagogische werking en kwaliteit gericht op de holistische ontwikkeling van elk kind, inclusief:
. het aangaan van kwaliteitsvolle interacties tussen de medewerkers en de kinderen.
. het gebruik van het Nederlands als verbindende taal en het stimuleren van de kennis van het Nederlands.
3. Medewerkersbeleid: de medewerkers in de kinderopvang en het belang van hun competenties, permanente vorming en werkomstandigheden, inclusief:
. medewerkers hebben de nodige competenties.
. medewerkers hebben voldoende kennis van het Nederlands.
. de organisator controleert bij aanstelling van elke persoon die werkt in de kinderopvanglocatie, het goed en zedelijk gedrag van de betrokkene.
4. Toegankelijkheid: betaalbaarheid van het aanbod voor alle gezinnen en kinderen met het oog op participatie, sociale cohesie en respect voor diversiteit. Bijzondere aandacht gaat uit naar kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte.
5. Monitoring en evaluatie: in het belang van het kind en het gezin, met het oog op kwaliteitsverbetering van beleid en praktijk.
6. Verbondenheid: de verbinding met andere aanbieders van naschoolse activiteiten, de buurt, de gemeenschap en andere voorzieningen die werken met gezinnen en kinderen.
Om erkend te worden moet het opvanginitiatief aan alle voorwaarden van de 6 kerngebieden voldoen.
1. Organisatorisch beleid
2. Pedagogisch beleid
• Activiteiten en spelaanbod.
De organisator creëert rijke en gevarieerde ontplooiingskansen en speelmogelijkheden in een sfeer van vrije tijd.
• Er wordt actief geluisterd naar en ingespeeld op de interesses en leefwereld van de kinderen binnen het geheel van het aanbod.
Kinderen staan centraal. Daarin vinden we autonomie, verbondenheid en competentie belangrijk.
. Autonomie
. Verbondenheid
. Competentie
• De organisator biedt een gezonde omgeving aan die aan de volgende voorwaarden voldoet:
• De organisator biedt kwalitatief materiaal aan.
• Het aangaan van kwaliteitsvolle interacties tussen de medewerkers en de kinderen.
Begeleiders gaan kwaliteitsvolle interacties aan met de kinderen om het welbevinden, de betrokkenheid en de verbondenheid tussen de kinderen te bevorderen en ervoor te zorgen dat kinderen zich veilig en geborgen voelen.
• Het gebruik van het Nederlands als verbindende taal en het stimuleren van de kennis van het Nederlands.
De organisator ontwikkelt een taalbeleid waarbij het Nederlands de voertaal is.
3. Medewerkersbeleid
• De organisator realiseert een duurzaam medewerkersbeleid en zorgt voor goede werkomstandigheden.
• De organisator creëert een leerbeleid met jaarlijks minstens 2 vormingsmomenten en biedt daarbij ondersteuning op de werkvloer met het oog op een goede samenwerking en de ontwikkeling van competenties en vakgerelateerde kennis en kunde.
. Begeleidershouding – zorgen voor kinderen
. Begeleidershouding – kinderen betrekken
. Begeleidersteam
• Begeleiders hebben deze competenties verworven ten laatste 2 jaar na de indiensttreding en kunnen deze aantonen met een diploma of ervaringsbewijs.
• In de opvang wordt Nederlands gesproken en alle communicatie met kinderen en ouders gebeurt in het Nederlands. Medewerkers dienen dus voldoende actieve kennis van het Nederlands te hebben (overeenkomstig met niveau B2).
• Bij aanwerving van nieuwe medewerkers wordt een uittreksel uit het strafregister model 596.2 opgevraagd.
4. Toegankelijkheid
De organisator zorgt binnen de opvang voor een werking waar elk kind en gezin zich welkom voelt, ongeacht hun afkomst, levensbeschouwing of beperking. Verdraagzaamheid en respect voor elkaar staan centraal.
5. Monitoring en evaluatie
De organisator evalueert de werking en stuurt bij waar nodig.
6. Verbondenheid
De organisator werkt samen met diverse partners om tegemoet te komen aan de noden van de kinderen en gezinnen binnen de opvang.
Aanvraagprocedure
De organisator dient een aanvraag in via ocmw@lennik.be.
De erkenning gebeurt na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen. In geval van betwisting over de toepassing van het erkenningskader neemt het college van burgemeester en schepenen een gemotiveerde beslissing. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen is beroep mogelijk bij de Deputatie van de provincie.
Handhaving
De handhaving van de voorwaarden van het lokaal erkenningskader is een opdracht van het lokaal bestuur. De organisator wordt jaarlijks op de voorwaarden gecontroleerd door een medewerker van het lokaal bestuur. De medewerker komt ter plaatse en gaat in gesprek met de verantwoordelijke en de begeleiders. Van dit bezoek wordt een verslag gemaakt met opmerkingen en aanbevelingen. Indien wordt vastgesteld dat er onvoldoende gebeurt met deze aanbevelingen, kan een organisator de erkenning verliezen door een beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
Duur van de erkenning
Dit lokaal erkenningskader treedt in werking vanaf 1 september 2026 en is geldig t.e.m. 31 december 2031. Er wordt een grondige evaluatie en bijsturing voorzien eind 2028.
De erkenning van het lokaal opvanginitiatief loopt tot het einde van de huidige legislatuur.