Terug
Gepubliceerd op 01/06/2026

Besluit  Gemeenteraad

wo 27/05/2026 - 20:00

Kinderopvang - Decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) - Lokaal erkenningskader - goedkeuring.

Aanwezig: Erik O, voorzitter
Irina De Knop, burgemeester
Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, schepenen
Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, raadsleden
Anaïs Nies, algemeen directeur
Verontschuldigd: Marie Vetsuypens, raadslid
Aanleiding

Met het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) streeft de Vlaamse Regering naar een betere afstemming tussen buitenschoolse opvang en activiteiten voor alle kinderen en gezinnen. Het lokaal bestuur heeft hierbij de regie in handen. Samen met verschillende partners stippelt het lokaal bestuur een lokaal beleid buitenschoolse opvang en activiteiten uit, binnen de krachtlijnen van het decreet. Op 4/12/2023 keurde het college van burgemeester en schepenen de visie en doelstellingen rond BOA voor Lennik goed. 

 

Op 28 februari 2025 besliste de Vlaamse Regering over de verdere uitvoering van het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten. Er wordt 80 miljoen euro extra geïnvesteerd om de lokale besturen te versterken in het realiseren van hun BOA opdrachten. De overgangstermijn wordt gewijzigd naar een regeling op maat. Het lokaal bestuur heeft de regie over de buitenschoolse opvang en activiteiten, met onder meer de opdracht tot het erkennen en handhaven van het opvangaanbod binnen een Vlaams kwaliteitskader.

 

Op 28 april 2025 communiceerde Opgroeien een nieuwsbrief rond de verdere uitrol van het BOA-decreet met alle informatie rond de financiële impact voor Lennik. Het lokaal bestuur moest voor de overgangstermijn kiezen tussen 2 opties (starten met BOA op 1/01/2026 of op 1/09/2026). Op het Vast Bureau van 7/07/2025 werd de start op 1/09/2026 goedgekeurd. 

 

Met het BOA decreet heeft de Vlaamse Overheid een nieuw kader vastgelegd voor de organisatie, regie en kwaliteitshandhaving van buitenschoolse opvang en activiteiten. Het lokaal bestuur moet voortaan het lokaal opvangaanbod erkennen en handhaven aan de hand van een lokaal erkenningskader. Dit kader bepaalt de visie en voorwaarden om erkend te worden als lokaal opvanginitiatief. Het lokaal erkenningskader werd in samenspraak met het lokaal samenwerkingsverband opgemaakt en wordt ingezet om onze BOA-visie en doelstellingen te realiseren.  

Regelgeving

Volgende regelgeving en bevoegdheidsgrond zijn van toepassing:

 

Bevoegdheidsgrond:

- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 84

 

Regelgeving:

- decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

- decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019

- gemeenteraadsbeslissing van 25 maart 2026 waarin werd goedgekeurd dat het Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK) zal fungeren als lokaal samenwerkingsverband

Feiten, context en argumentatie

Vanuit haar regierol en in afstemming met het lokaal samenwerkingsverband, zal het lokaal bestuur het lokale aanbod erkennen en handhaven op basis van de volgende 6 kerngebieden bepaald binnen het Vlaams kwaliteitskader: 
1.    Organisatorisch beleid: inclusief het beleidsvoerend vermogen (het beleid, de regelgeving en de financiering vanuit een heldere visie op ieders verantwoordelijkheid). 
2.    Pedagogisch beleid: de inhoud van de pedagogische werking en kwaliteit gericht op de holistische ontwikkeling van elk kind, inclusief: 
       . het aangaan van kwaliteitsvolle interacties tussen de medewerkers en de kinderen.
       . het gebruik van het Nederlands als verbindende taal en het stimuleren van de kennis van het Nederlands. 
3.    Medewerkersbeleid: de medewerkers in de kinderopvang en het belang van hun competenties, permanente vorming en werkomstandigheden, inclusief:
       . medewerkers hebben de nodige competenties. 
       . medewerkers hebben voldoende kennis van het Nederlands. 
       . de organisator controleert bij aanstelling van elke persoon die werkt in de kinderopvanglocatie, het goed en zedelijk gedrag van de betrokkene. 
4.    Toegankelijkheid: betaalbaarheid van het aanbod voor alle gezinnen en kinderen met het oog op participatie, sociale cohesie en respect voor diversiteit. Bijzondere aandacht gaat uit naar kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte. 
5.    Monitoring en evaluatie: in het belang van het kind en het gezin, met het oog op kwaliteitsverbetering van beleid en praktijk. 
6.    Verbondenheid: de verbinding met andere aanbieders van naschoolse activiteiten, de buurt, de gemeenschap en andere voorzieningen die werken met gezinnen en kinderen. 

Om erkend te worden moet het opvanginitiatief aan alle voorwaarden van de 6 kerngebieden voldoen.

 

Het lokaal erkenningskader werd opgemaakt onder begeleiding van Coaster Consulting en besproken binnen het lokaal samenwerkingsverband op 22 mei 2026. Vanaf 1 september 2026 is het lokaal bestuur verantwoordelijk voor de erkenning, het toezicht en de handhaving van het lokaal aanbod aan buitenschoolse opvang en activiteiten. 

Publieke stemming
Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

Enig artikel: De gemeenteraad keurt het lokaal erkenningskader buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) goed. 


Lokaal erkenningskader BOA


Situering
Het Vlaams decreet ‘Buitenschoolse Opvang en Activiteiten’ geeft het lokaal bestuur de regierol om samen met alle lokale spelers een geïntegreerd aanbod aan buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) te ontwikkelen. Dit houdt in dat kinderen speelmogelijkheden en ontplooiingskansen krijgen terwijl ouders werk, opleiding en gezin vlot kunnen combineren en dat het aanbod voor alle kinderen toegankelijk en betaalbaar is. 

De Vlaamse Overheid creëerde het lokaal erkenningskader als instrument voor lokale besturen om lokale opvanginitiatieven te erkennen. Dit kader bepaalt de visie en voorwaarden om erkend te worden als lokaal opvanginitiatief. 

Het lokaal erkenningskader wordt ingezet om onze BOA-visie en doelstellingen, goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen in vergadering van 4/12/2023, mee te realiseren.  

Visie
Het lokaal bestuur neemt de regierol op over de buitenschoolse opvang en activiteiten van kinderen in Lennik. Opvangtijd is belangrijke tijd. Tijdens de buitenschoolse opvang en activiteiten kunnen kinderen proeven van een gevarieerd aanbod en is er ruimte voor kwalitatief vrij spel. 

Doelstellingen
1. Toegankelijkheid. We streven ernaar dat alle Lennikse kinderen tussen 2,5 en 12 jaar toegang hebben tot buitenschoolse opvang en activiteiten, met extra aandacht voor kwetsbare kinderen. 
2. Kwaliteit. Kinderen hebben recht op een kwalitatief aanbod aan opvang en activiteiten, naschools en tijdens schoolvakanties. 
3. Vrije keuze. We streven naar een gevarieerd aanbod met maximale keuzevrijheid met of zonder ontwikkelingsdoel. Ons aanbod zet in op ontmoeten, spelen, bewegen, rust en ontwikkeling. 
4. Welbevinden. Het welbevinden van kinderen staat centraal. Kinderen moeten zich goed in hun vel voelen, zichzelf durven zijn, opkomen voor zichzelf en zich veilig en geborgen voelen. 
5. Samenwerking met lokale partners. Om deze doelstellingen te bereiken, brengen we lokale actoren samen die relevant zijn voor buitenschoolse opvang en activiteiten. 

Toepassingsgebied
Onder het toepassingsgebied van het lokaal erkenningskader vallen alle gemeentelijke opvanginitiatieven die minstens 200u voor- en/of naschoolse opvang aanbieden aan schoolgaande kinderen t.e.m. het zesde leerjaar en doorgaan op het grondgebied van Lennik.  

Erkenningsvoorwaarden
Vanuit haar regierol en in afstemming met het lokaal samenwerkingsverband, zal het lokaal bestuur het lokale aanbod erkennen en handhaven op basis van de volgende 6 kerngebieden bepaald binnen het Vlaams kwaliteitskader: 
1. Organisatorisch beleid: inclusief het beleidsvoerend vermogen (het beleid, de regelgeving en de financiering vanuit een heldere visie op ieders verantwoordelijkheid). 
2. Pedagogisch beleid: de inhoud van de pedagogische werking en kwaliteit gericht op de holistische ontwikkeling van elk kind, inclusief: 
. het aangaan van kwaliteitsvolle interacties tussen de medewerkers en de kinderen.
. het gebruik van het Nederlands als verbindende taal en het stimuleren van de kennis van het Nederlands. 
3. Medewerkersbeleid: de medewerkers in de kinderopvang en het belang van hun competenties, permanente vorming en werkomstandigheden, inclusief:
. medewerkers hebben de nodige competenties. 
. medewerkers hebben voldoende kennis van het Nederlands. 
. de organisator controleert bij aanstelling van elke persoon die werkt in de kinderopvanglocatie, het goed en zedelijk gedrag van de betrokkene. 
4. Toegankelijkheid: betaalbaarheid van het aanbod voor alle gezinnen en kinderen met het oog op participatie, sociale cohesie en respect voor diversiteit. Bijzondere aandacht gaat uit naar kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte. 
5. Monitoring en evaluatie: in het belang van het kind en het gezin, met het oog op kwaliteitsverbetering van beleid en praktijk. 
6. Verbondenheid: de verbinding met andere aanbieders van naschoolse activiteiten, de buurt, de gemeenschap en andere voorzieningen die werken met gezinnen en kinderen. 

Om erkend te worden moet het opvanginitiatief aan alle voorwaarden van de 6 kerngebieden voldoen. 
 
1Organisatorisch beleid 

  • De organisator onderschrijft de BOA-visie van het lokaal bestuur. 
  • De organisator beschikt over een gedragen visie over de organisatie van opvang voor kleuters, kinderen uit kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte. 
  • De organisator heeft een gezond financieel beleid en heeft rechtspersoonlijkheid. 
  • De organisator is in staat een kwaliteitsvolle en duurzame buitenschoolse opvang te organiseren door zelfstandig een beleid te voeren waarbij een geïntegreerde aanpak, doeltreffende communicatie en samenwerking centraal staan (beleidsvoerend vermogen).
  • De organisator heeft de integriteit om de opvang te organiseren volgens de geldende normen en waarden, met specifieke aandacht voor de omgang met kinderen, ouders en begeleiders en het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag. 
  • De organisator beschikt over een verplichte aansprakelijkheidsverzekering.
  • De organisator voldoet aan alle regelgeving omtrent preventie, welzijn en gegevensbescherming. 
  • De organisator evalueert jaarlijks de werking en bepaalt minstens 3 prioriteiten waar het volgende jaar aan zal worden gewerkt.    
  • De organisator beschikt over een uittreksel uit het centraal strafregister op naam van de rechtspersoon. 


2. Pedagogisch beleid
•    Activiteiten en spelaanbod
De organisator creëert rijke en gevarieerde ontplooiingskansen en speelmogelijkheden in een sfeer van vrije tijd. 

  • Het spelaanbod is gevarieerd en draagt bij tot de sociale, pedagogische en cognitieve ontwikkeling van de kinderen.  
  • De activiteiten zorgen voor verruiming van de mogelijkheden van de kinderen, er is een aanbod van iets wat ze thuis niet kunnen. 
  • Er is keuze tussen vrij en begeleid spelen. 
  • Er is een doordachte indeling in groepen. 
  • Er is ruimte voor engagement of ontwikkelen van talenten of vaardigheden.  


•    Er wordt actief geluisterd naar en ingespeeld op de interesses en leefwereld van de kinderen binnen het geheel van het aanbod
Kinderen staan centraal. Daarin vinden we autonomie, verbondenheid en competentie belangrijk. 
 . Autonomie

  • Kinderen kunnen doen waar ze plezier in vinden en wat ze belangrijk vinden. 
  • Kinderen worden gemotiveerd om mee te doen, maar niet verplicht.   
  • Kinderen kiezen op welke manier ze meedoen en krijgen keuzemogelijkheden binnen het kader.  
  • Kinderen kiezen met wat - met wie - hoe - waar ze spelen.  
  • Kinderen hebben inspraak en kunnen mee beslissen.   

 . Verbondenheid

  • Kinderen voelen zich welkom, er is een warm onthaal. 
  • Kinderen voelen zich sociaal en emotioneel veilig.    
  • Kinderen kunnen andere kinderen ontmoeten en vrienden maken.   
  • Kinderen voelen zich op hun gemak bij de begeleiders.   
  • Het groepsgevoel en de band tussen de kinderen onderling wordt versterkt, voor, tijdens en na het aanbod.    

 . Competentie

  • Kinderen voelen zich capabel om deel te nemen, het aanbod is op maat van hun capaciteiten.  
  • Kinderen kunnen dingen ervaren waar ze anders geen mogelijkheden toe hebben.     
  • Kinderen kunnen experimenteren, proberen en mogen ook fouten maken.  
  • Kinderen worden uitgedaagd om te ontdekken en zichzelf te ontplooien.    
  • Kinderen kunnen proeven van iets nieuws, ze voelen begeestering en inspiratie.  
  • Kinderen krijgen de kans om goed te worden in iets, ze kunnen hun talenten inzetten en ontwikkelen. 
 

•    De organisator biedt een gezonde omgeving aan die aan de volgende voorwaarden voldoet

  • Er is zowel een binnen- als een buitenruimte die de mogelijkheid biedt om te spelen en te bewegen.   
  • Er is een gevarieerd aanbod aan spelmateriaal dat aansluit bij de interesses en belevingswereld van de kinderen.      
  • Ze is uitdagend en zo veilig als nodig.   
  • De locatie is aangepast aan de leeftijd en mogelijkheden van de kinderen.     
  • Er is een plek waar kinderen tot rust kunnen komen.   
  • De locatie is ingericht als rijke speelomgeving (hoeken, materialen, plaats, …). 
  • Er is ruimte voor de kinderen om er hun eigen plek van te maken.
  • De buurt wordt als speelruimte ingezet.  
  • De locatie is hygiënisch en er is aandacht voor gezonde voeding. 


•    De organisator biedt kwalitatief materiaal aan

  • Het materiaal dat nodig is, is aanwezig.    
  • Er zijn verschillende prikkelende materialen die de kinderen uitdagen.       
  • Er is materiaal dat kinderen thuis niet kennen of de mogelijkheid niet toe hebben.   
  • Het materiaal is beschikbaar voor kinderen om zelf hun spel in te vullen.   


•    Het aangaan van kwaliteitsvolle interacties tussen de medewerkers en de kinderen
Begeleiders gaan kwaliteitsvolle interacties aan met de kinderen om het welbevinden, de betrokkenheid en de verbondenheid tussen de kinderen te bevorderen en ervoor te zorgen dat kinderen zich veilig en geborgen voelen.   

  • Kinderbegeleiders observeren de kinderen tijdens interacties of via een specifieke methode die het welzijn en de betrokkenheid van de kinderen meet. 
  • Het bevorderen van een positieve en open sfeer door actief te luisteren naar de kinderen en aandacht te hebben voor de eigenheid van elk kind.   
  • Zorgen voor continuïteit in de begeleiding zodat een relatie kan worden opgebouwd tussen de kinderen en de kinderbegeleiders.  
  • Per begeleider zijn er max. 14 kleuters aanwezig of max. 20 kinderen van de lagere school om de nodige kwaliteit, speelkansen en zorg te kunnen aanbieden, tenzij in uitzonderlijke omstandigheden. De organisator voorziet een procedure die in uitzonderlijke omstandigheden kan toegepast worden wanneer een begeleider alleen staat en er zich een incident voordoet.
  • Participatie: kinderen hebben inspraak in het spelaanbod en de inrichting van de ruimtes. 


•    Het gebruik van het Nederlands als verbindende taal en het stimuleren van de kennis van het Nederlands
De organisator ontwikkelt een taalbeleid waarbij het Nederlands de voertaal is.   

  • Alle begeleiders zetten in op de taalontwikkeling van de kinderen. 
  • Kinderen worden via spel en interactie gestimuleerd om de Nederlandse taal te gebruiken.         

   
3.    Medewerkersbeleid
•    De organisator realiseert een duurzaam medewerkersbeleid en zorgt voor goede werkomstandigheden.  

  • Nieuwe medewerkers worden warm onthaald.
  • Er is een intakegesprek voor nieuwe medewerkers. 
  • Medewerkers denken mee na over het aanbod en zijn betrokken bij het beleid. 
  • Er is een coördinator aangesteld die over de nodige competenties en vaardigheden beschikt om de dagelijkse werking aan te sturen, de medewerkers te ondersteunen en met kennis te handelen in crisissituaties.  
 

•    De organisator creëert een leerbeleid met jaarlijks minstens 2 vormingsmomenten en biedt daarbij ondersteuning op de werkvloer met het oog op een goede samenwerking en de ontwikkeling van competenties en vakgerelateerde kennis en kunde.   
 . Begeleidershouding – zorgen voor kinderen

  • Begeleiders zijn beschikbaar en hebben aandacht voor kinderen.  
  • Begeleiders discrimineren niet. 
  • Begeleiders bouwen mee aan een veilige omgeving en hebben aandacht voor inclusie, uitsluiting en pestgedrag. 
  • Begeleiders reageren rechtvaardig op conflictsituaties. 
  • Begeleiders signaleren verontrustende situaties aan de verantwoordelijke.    
  • Begeleiders zijn bereikbaar voor ouders. 
  • Begeleiders geven individuele aandacht aan kinderen.
  • Begeleiders bieden extra ondersteuning op basis van de noden van de kinderen.
  • Begeleiders bouwen een vertrouwensband op met kinderen.
  • Begeleiders pikken probleemsignalen op en ondernemen adequate actie.   
  • Begeleiders communiceren op eigen initiatief voor, tijdens en/of na de werking met ouders.    

 . Begeleidershouding – kinderen betrekken

  • Begeleiders zien wat er gebeurt en spelen daar op in.   
  • Begeleiders voorzien materiaal en ruimte om te spelen. 
  • Begeleiders zijn enthousiast, stimuleren kinderen om mee te doen en doen gericht zelf mee.  
  • Begeleiders bereiden een aanbod aan activiteiten voor.  
  • Begeleiders brengen iets vernieuwend, creatief en inspirerend aan. 

  . Begeleidersteam

  • Begeleiders hebben een voorbeeldfunctie.    
  • Begeleiders zijn herkenbaar.  
  • Begeleiders hebben hun persoonlijke stijl of dragen hun eigen talent uit.  


•    Begeleiders hebben deze competenties verworven ten laatste 2 jaar na de indiensttreding en kunnen deze aantonen met een diploma of ervaringsbewijs.     
•    In de opvang wordt Nederlands gesproken en alle communicatie met kinderen en ouders gebeurt in het Nederlands. Medewerkers dienen dus voldoende actieve kennis van het Nederlands te hebben (overeenkomstig met niveau B2).   
•    Bij aanwerving van nieuwe medewerkers wordt een uittreksel uit het strafregister model 596.2 opgevraagd.     


4.    Toegankelijkheid
De organisator zorgt binnen de opvang voor een werking waar elk kind en gezin zich welkom voelt, ongeacht hun afkomst, levensbeschouwing of beperking. Verdraagzaamheid en respect voor elkaar staan centraal.  

  • Er is aandacht voor kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte. Een uitgewerkt inclusiebeleid zorgt ervoor dat de drempel om deel te nemen aan het opvangaanbod voor deze kinderen zo laag mogelijk ligt.   
  • Het opvangaanbod en de voorwaarden, waaronder het opname- en prijsbeleid,  worden transparant beschreven en vooraf bekend gemaakt aan de gezinnen. Deze informatie wordt up-to-date gehouden.   
  • De opvang is flexibel, gezinnen krijgen de mogelijkheid om max. 30 min. voor of 30 min. na de standaard openingsuren opvang aan te vragen. 
  • Gezinnen die voldoen aan de voorwaarden, hebben recht op een sociaal tarief voor de opvang van hun kinderen.     
  • In de werking is er bijzondere aandacht voor de opvang van kleuters. Er worden opvangplaatsen voor kleuters voorzien en er is extra aandacht voor de leefwereld en ontwikkeling van kleuters, in de vorm van aangepaste activiteiten en speelhoeken.   


5.    Monitoring en evaluatie
De organisator evalueert de werking en stuurt bij waar nodig. 

  • De werking wordt permanent door de kinderen en medewerkers geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd. De werking wordt ten laatste in 2029 door de ouders geëvalueerd.  
  • Elke situatie waarbij de fysieke of psychische integriteit van een kind of een medewerker wordt geschonden, wordt gemeld aan de bevoegde instanties.    
  • De organisator beschikt over een heldere klachtenprocedure waarin beschreven staat hoe ouders een klacht kunnen uiten en hoe deze behandeld en geregistreerd wordt.  
  • Er worden overlegmomenten voorzien, zowel intern als met externe partners. Tijdens deze overlegmomenten wordt de werking door middel van reflectie en feedback bekeken en mogelijk bijgestuurd.    


6.    Verbondenheid
De organisator werkt samen met diverse partners om tegemoet te komen aan de noden van de kinderen en gezinnen binnen de opvang. 

  • Er wordt actief deelgenomen aan de overlegmomenten van het lokaal samenwerkingsverband.    
  • In het kader van het BOA decreet wordt er samengewerkt met het lokaal bestuur, scholen, verenigingen, de buurt en andere partners om een zo gevarieerd mogelijk aanbod aan buitenschoolse opvang en activiteiten te voorzien voor de kinderen.     
  • Ouders worden betrokken in de werking van de opvang, ze krijgen voldoende informatie over het dagelijkse reilen en zeilen, zijn op elk moment welkom in de opvang en mogen in de ruimtes komen waar hun kinderen spelen. Er is een open communicatie tussen de coördinator/begeleiders en de ouders.         


Aanvraagprocedure
De organisator dient een aanvraag in via ocmw@lennik.be.  
De erkenning gebeurt na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen. In geval van betwisting over de toepassing van het erkenningskader neemt het college van burgemeester en schepenen een gemotiveerde beslissing. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen is beroep mogelijk bij de Deputatie van de provincie.  

Handhaving
De handhaving van de voorwaarden van het lokaal erkenningskader is een opdracht van het lokaal bestuur. De organisator wordt jaarlijks op de voorwaarden gecontroleerd door een medewerker van het lokaal bestuur. De medewerker komt ter plaatse en gaat in gesprek met de verantwoordelijke en de begeleiders. Van dit bezoek wordt een verslag gemaakt met opmerkingen en aanbevelingen. Indien wordt vastgesteld dat er onvoldoende gebeurt met deze aanbevelingen, kan een organisator de erkenning verliezen door een beslissing van het college van burgemeester en schepenen.   

Duur van de erkenning
Dit lokaal erkenningskader treedt in werking vanaf 1 september 2026 en is geldig t.e.m. 31 december 2031. Er wordt een grondige evaluatie en bijsturing voorzien eind 2028. 

De erkenning van het lokaal opvanginitiatief loopt tot het einde van de huidige legislatuur.