Terug
Gepubliceerd op 03/02/2026

Notulen  Gemeenteraad

wo 17/12/2025 - 20:00 raadszaal Dekenij
Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies

De voorzitter opent de zitting op 17/12/2025 om 22:27.

  • Openbaar

    • Algemeen

      • Goedkeuring van de notulen en het zittingsverslag van de vergadering van 26 november 2025

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        De goed te keuren notulen van de gemeenteraad 26 november 2025 vindt u als bijlage bij dit agendapunt.

        Het zittingsverslag van deze vergadering kunt u via volgende link beluisteren :https://youtu.be/68ZlDQcGv74

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Enig artikel:

        Het PV van de notulen en het zittingsverslag van de vergadering van 26 november 2025 worden goedgekeurd.

      • Secretariaat - Voorstel data gemeenteraden en raad voor maatschappelijk welzijn 2026 - kennisname

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        De data voor de gemeenteraden en raden voor maatschappelijk welzijn in 2026 moeten ter kennis genomen worden.

        Besluit

        De gemeenteraad neemt kennis van het voorstel van de voorzitter om de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn samen te roepen op volgende data in 2026, onder voorbehoud van uitzonderlijke wijzigingen.

         

    • Secretariaat

      • Secretariaat - Actualisering van de uurtarieven en wijziging van de samenwerkingsovereenkomsten van onbepaalde duur tussen Haviland en de gemeente Lennik - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Regelgeving

        Volgende bevoegdheden en regelgevingen zijn van toepassing:

        Bevoegdheden: 

        • Decreet over het Lokaal Bestuur dd. 22 december 2017, inzonderheid artikel 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;  
        Regelgevingen:
        • Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;  
        Feiten, context en argumentatie

        Dat de gemeente Lennik als deelnemer van de dienstverlenende vereniging Haviland in de mogelijkheid is om een beroep te doen op de diensten van voormelde vereniging. Dat de gemeente Lennik verschillende samenwerkingsovereenkomsten van onbepaalde duur met Haviland heeft gesloten, waarin de uurtarieven voor de dienstverlening werden vastgelegd.   


        Overwegende dat de raad van bestuur van Haviland op 13 oktober 2025 goedkeuring verleende aan de actualisering van de verschillende uurtarieven en deze aldus worden gewijzigd als volgt:  

        • Dienst ruimtelijke ordening, mobiliteit, GIS en omgevingshandhaving: € 118,00 

        • Dienst milieu, burenbemiddeling: € 106,50 

        • Dienst informatieveiligheid, communicatie: € 110 

        • Juridische dienst: € 125 

        • Dienst infrastructuur: € 129 


        Gelet op kennisgeving van Haviland 23/10/2025 waarin de motieven werden opgenomen inzake de actualisering van de uurtarieven, met name:  

        • De uurtarieven werden bepaald in 2016Hoewel de uurtarieven telkens werd geïndexeerd op basis van de aanpassing van de lonen in de openbare sector, is de gemiddelde loonkost ten gevolge van baremieke aanpassingen en de aanwerving van meer gespecialiseerde profielen meer gestegen.  

        • Een benchmark leert dat de huidige tarieven 10 tot 15% lager liggen dan de meest toegepaste tarieven bij collega streekintercommunales en tot 20% lager dan op de private markt. De nieuwe uurtarieven zijn dus marktconform. 


        De nieuwe uurtarieven zijn geldig voor alle nieuwe projecten die worden opgestart, en voor alle dienstverleningen waarvoor een contract van onbepaalde duur is afgesloten. De contracten van bepaalde duur wijzigen niet 


        Bijlagen: 

        • Addendum samenwerkingsovereenkomsten van onbepaalde duur. 


        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1: 

        De gemeenteraad keurt de actualisering van de uurtarieven van Haviland goed, zoals voorgesteld op de raad van bestuur dd. 13 oktober 2025. De nieuwe tarieven treden in werking op 1 januari 2026 en zijn van toepassing op alle nieuwe contracten die worden afgesloten en op de contracten van onbepaalde duur. 


        Artikel 2: 

        De gemeenteraad keurt de gewijzigde samenwerkingsovereenkomsten van onbepaalde duur met Haviland, overeenkomstig het bijgevoegde addendum, goed.  


        Artikel 3: 

        Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van deze beslissing. 




         

    • Ruimtelijke Ordening

      • Omgeving - Belastingsreglement met betrekking tot de afgifte administratieve stukken ikv omgevingsvergunning en aanverwante wetgeving - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        De afgifte van allerlei administratieve stukken in het kader van de VCRO, omgevingsvergunning en aanverwante wetgeving is dikwijls zeer arbeidsintensief en het is gepast hiervoor van de aanvrager een belasting te eisen.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheden en regelgevingen zijn van toepassing:

        Bevoegdheden:

        • Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994

        • Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur.

        Regelgeving:

        • Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
        • Decreet van 5 april 1995 betreffende de algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

        • Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (DOV)
        • Het besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen (BOV)
        • De Vlaamse codex ruimtelijke ordening (VCRO)
        • De beslissing van de gemeenteraad van 21 november 2019 inzake de belasting op het afleveren van administratieve stukken
        Feiten, context en argumentatie

        Het huidige belastingreglement werd grondig geëvalueerd, waarbij is gebleken dat bijsturing noodzakelijk is omwille van verschillende inhoudelijke en beleidsmatige redenen. In het bijzonder blijkt uit de praktijk dat de regelgeving omtrent omgevingsvergunningen regelmatig wijzigt. Om hier adequaat op in te spelen wordt voorgesteld om het belastingreglement los te koppelen van reglementen die op andere gemeentelijke diensten van toepassing zijn. Dit biedt de nodige flexibiliteit om tijdig en gericht bij te sturen.

        De voorgestelde bedragen zijn afgestemd op wat gangbaar is in omliggende gemeenten en kunnen als redelijk en billijk beschouwd worden, gelet op de financiële behoeften van onze gemeente.

        De vrijstellingen van de belasting die in dit reglement zijn opgenomen sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

        Financiële impact

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Tegenstanders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Onthouders: Stefaan Jans
        Resultaat: Met 15 stemmen voor, 5 stemmen tegen, 1 onthouding
        Besluit

        Artikel 1:

        Het gemeentelijk belastingsreglement op de behandeling van omgevingsvergunningsaanvragen en aanverwante wetgeving wordt vastgesteld als volgt:

        Artikel 1.2:

        De gemeentelijke belasting is verschuldigd door de natuurlijk persoon of de rechtspersoon die de aanvraag van omgevingsvergunning doet.


        Artikel 1.3:

        De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. 

        Artikel 1.4:

        De belasting wordt, voor het aanslagjaar 2026, als volgt vastgesteld:

        gemeente

         

        Lennik

         

         

        euro

        Omgevings-

        vergunningen

         

        bij regularisatie x2

        melding

        SHE (stedenbouwkundige handelingen)                                                                                                                                                                                                                                                                  

        € 50

         

        IIOA (ingedeelde inrichting of activiteit)– klasse 3

        € 70

         

        Verzoek bijstelling of afwijking milieuvoorwaarden op verzoek van de exploitant (art. 82 DOV) - klasse 3

        € 100

         

        VEG (vegetatiewijziging)

        € 50

        eenvoudige procedure

        SHE (stedenbouwkundige handelingen)

        € 75/entiteit

         

        IIOA (ingedeelde inrichting of activiteit)

        € 100

         

        VEG (vegetatiewijziging)

        € 100

         

        KHA (kleinhandelsactiviteit)

        € 250

        gewone procedure

        SHE(stedenbouwkundige handelingen)

        € 100/entiteit

         

        SHE - met gemeenteraadbeslissing

        € 130 per entiteit

         

        SHE– aanstelling landmeter door gemeente

        € 1500

         

        IIOA (ingedeelde inrichting of activiteit)- klasse 2

        € 200

         

        VEG (vegetatiewijziging)

        € 100

         

        KHA (kleinhandelsactiviteit)

        € 350

         

        verkaveling of bijstelling – per bebouwbaar lot

        € 120/lot

         

        Verzoek bijstelling of afwijking milieuvoorwaarden op verzoek van de exploitant (art. 82 DOV) - klasse 2

        € 200

         

        Omzetting van een milieuvergunning of melding met bepaalde duur naar onbepaalde duur

        120

         

        aanvraag verzaken verkaveling

        € 50

        algemeen

        administratieve kost bekendmaking beslissing (1 affiche)

        € 30 + €15/bijkomende affiche

         

        inrichten OO (opmaak)

        €  50 + € 15/ bijkomende affiche

         

        aangetekende zending OO (openbaar onderzoek)

        bedrag aangetekende zendingen

         

        informatievergadering OO - projectvergadering

        € 200

         

        publicatie dag- weekblad OO (openbaar onderzoek)

        publicatiekosten

         

        project-MER

         € 300

         

        Mer-screening

        € 50 /entiteit

         

        wijzigingslus

        € 150

         

        weigering OMV (omgevingsvergunning)

        € 40

         

        intrekking OMV na volledigheid

        € 25

         

        Aanvraag tot verlenging van de omgevingsvergunning (art. 99 DOV): het
        betreft een vraag van de aanvrager waarbij deze gemotiveerd vraagt om de omgevingsvergunning te verlengen omdat hij ze niet binnen de
        gestelde termijn kan uitvoeren.

        € 50

         

        Digitalisering OMV

        € 250

         

         

         

        toepassing Vlaamse Codex RO

        aanvraag planologisch attest

        € 500

         

        stedenbouwkundig attest

        € 50

         

        conformiteitsattest

        € 90

         

        Vraag tot opname in het vergunningenregister als “vergund geacht” door het college van burgemeester en schepenen (art. 5.1.3. VCRO)

        € 80

         

        adviesvraag tot notariële splitsing (art. 5.2.2. VCRO)

        € 50

         

        verkoopbaarheidsattest verkavelingsakte (art. 4.2.16. VCRO)

        € 50

         

        Het verstrekken van vastgoedinformatie (stedenbouwkundige inlichtingen) via het vastgoedplatform Vlaanderen. De retributie is verschuldigd per betrokken capakey (kadastraal perceel).
        De prijs van de ‘Vastgoedinlichtingen voor overdracht’ bestaat uit een gemeentelijke retributie (nu reeds van toepassing) en een platformretributie (van toepassing vanaf 1/1/2024). Deze retributies worden doorgerekend aan de aanvrager per dossier ter vergoeding van de dienstprestatie van het lokaal bestuur en van het platform.

        €125

         

        vergunning springstoffen

        € 60,00

        vergunning ioniserende stralingen

        € 60,00

        drankvergunning

        € 60,00

          

        opvragen omgevingsvergunningen, stedenbouwkundige vergunning, ARAB-vergunningen, milieuvergunningen en milieu (technisch) attesten/documenten

        € 25 

        plannen digitaal mailen kleiner/gelijk aan A3

        € 10 per document 

        plannen digitaal mailen groter aan A3

        € 15 per document 

         

        Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning tot regularisatie  (een aanvraag die tot doel heeft een bestaande niet-vergunde toestand te vergunnen) worden bovenvermelde tarieven verdubbeld.

        Bij gecombineerde aanvragen worden de afzonderlijke tarieven samengeteld.

         

        De belasting wordt, vanaf het aanslagjaar 2026, op 1 februari automatisch herzien op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex, volgens volgende formule:

        Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index

                                        Basisindex

        De basisindex is de gezondheidsindex van toepassing voor de maand december 2025.

        De nieuwe index is de gezondheidsindex van toepassing in de loop van de maand december die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de belasting. Na indexering wordt het nieuwe tarief van de belasting afgerond naar de hogere euro.


        Artikel 1.5:

        De belasting is verschuldigd door de aanvrager of de melder die gehouden is tot het indienen van de aanvraag tot omgevingsvergunning of de melding of de aanvraag tot afgifte van documenten zoals opgesomd in artikel 1.2.


        Artikel 1.6:

        De belasting is niet verschuldigd voor:

        • Inrichtingen geëxploiteerd door beschermde werkplaatsen;
        • Dossiers ingediend door of in naam van volgende entiteiten zijn vrijgesteld van de belasting:
          • Overheid(instanties)
          • Sociale huisvestingsmaatschappijen
          • Instellingen van openbaar nut

        Gelet op het openbare dienst karakter van deze entiteiten is het niet wenselijk hun werking door deze belasting te bezwaren;

         

        De stukken die in uitvoering van een wet of van gelijk welk reglement van de administratieve overheid door het gemeentebestuur kosteloos moeten worden afgeleverd;

        • dossiers waarin de gemeente niet tijdig een beslissing nam (stilzwijgende weigering, art. 32, Ş4 en art. 46, Ş 2 van het omgevingsvergunningsdecreet);
        • procedurestappen die worden overgedaan als gevolg van een administratieve lus (art. 13 omgevingsvergunningsdecreet);

         

        In het kader van duurzaam Lennik 2030 moeten duurzame maatregelen gestimuleerd worden; Hiervoor worden volgende vergunningsplichtige werken vrijgesteld

        van belasting:

        • Een omgevingsvergunning dat enkel het isoleren van de gevels bevat;
        • Een omgevingsvergunning dat enkel het ontharden van de voortuin bevat;
        • Een omgevingsvergunning voor het aanleggen of uitbreiden van een (amfibieën)poel voor een meerwaarde aan de reeds aanwezige natuur;


        Artikel 1.7:

        De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs of via overschrijving na ontvangst van een factuur. Bij gebrek aan betaling wordt de belasting van ambtswege ingekohierd.

         

        Artikel 2:

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk ingediend worden en ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.

        Het bezwaarschrift kan ook online worden ingediend via www.lennik.be in zover in deze mogelijkheid wordt voorzien en binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in dit artikel. Meldingen via andere duurzame dragers zoals e-mail worden niet als bezwaarschrift aanvaard.

        Artikel 3:

        Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente.  De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

        Artikel 4:

        Het belastingsreglement treedt in werking op 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

        Artikel 5:

        Het belastingreglement op het afleveren van administratieve stukken vastgesteld in de zitting van 21 november 2019 wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van dit besluit.

      • Omgeving - Beslissing zaak van de wegen ingevolge van een gedeeltelijke verplaatsing van een voetweg nr. 110 in een omgevingsaanvraag – Joseph Van Den Bosschestraat 84 - 2025/V10 - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Het college van burgemeester en schepenen ontving op 18 juni 2025 een aanvraag voor een omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen met referentie OMV_2025073208 de aanvraag handelt over een verkavelingsaanvraag voor 1 lot waarbij voetweg nr.110 gedeeltelijk verplaatst moet worden, dit op een perceel gelegen Joseph Van Den Bosschestraat 84 - kadastraal gekend als 1ste afdeling, sectie E, nr. 465s2.

         

        Het dossier werd op 27 september 2025 volledig en ontvankelijk verklaard.

         

        De gemeenteraad moet beslissen over het goedkeuren van het de verplaatsing van de voetweg nr. 110 en de daarbij horende rooilijnplannen (voetweg nr. 110).

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing :

        Bevoegdheidsgrond :

        • Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

        Regelgeving:

        • Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen (BS 12 augustus 2019).
        • Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO).
        • Decreet van 25 april 2014 betreffende de Omgevingsvergunning en uitvoeringsbesluit van het omgevingsvergunningsdecreet, in bijzonder artikel 31 dat het volgende bepaalt:
          • “§ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.

        De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.

          • § 2. Als het college van burgemeester en schepenen niet de bevoegde overheid is die in eerste aanleg over de aanvraag beslist, dan bezorgt de gemeente de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg binnen zestig dagen na het verzoek aan de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15.”
        • Decreet van 25 april 2014 betreffende de Omgevingsvergunning en uitvoeringsbesluit van het omgevingsvergunningsdecreet, in bijzonder artikel 47 dat het volgend bepaalt:
          • “Als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad daarover een besluit. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. Uiterlijk tien dagen na de gemeenteraadszitting stelt de gemeente de gemeenteraadsbeslissing ter beschikking hetzij van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie als die advies moet verlenen, hetzij van het bevoegde bestuur als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.”
        • Toelichting bij bovengenoemd omgevingsdecreet en -besluit:
          • “Art. 47. Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning herneemt de welbekende regeling van de tussenkomst van de gemeenteraad over de zaak van de wegen. Voor alle duidelijkheid wordt ook hier herhaald:
            • de bevoegde overheid mag rechtstreeks weigeren zonder het dossier aan de gemeenteraad voor te leggen.
            • de regeling geldt zowel voor aanvragen voor stedenbouwkundige handelingen als voor het verkavelen van gronden.
            • beslist de gemeenteraad ongunstig over de zaak van de wegen, dan kan de bevoegde overheid geen vergunning verlenen, ook niet in beroep
            • de gemeenteraad spreekt zich enkel uit over de zaak van de wegen, niet over de vergunningsaanvraag.
            • de gemeenteraad bespreekt enkel de bezwaren die handelen over de zaak van de wegen, niet de andere bezwaarschriften.”
        Feiten, context en argumentatie

        De omgevingsvergunningsaanvraag omvat wegeniswerken waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft. Indien de bevoegde overheid oordeelt dat de omgevingsvergunning kan worden verleend, neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen voor de bevoegde overheid een beslissing neemt over de aanvraag.

         

        Het dossier dient aan de gemeenteraad te worden voorgelegd voor goedkeuring van de rooilijnen (voetweg nr. 110) voor de aanpassing van het openbaar domein.

        • Vastlegging nieuwe rooilijn (verplaatsing voetweg nr. 110) zoals voorzien op plan: VA_VP_N_RLP OT4.pdf. Nieuwe tracé van de voetweg is aangeduid in het bruin/groen, bestaande tracé in het geel. Het groene deel van de voetweg blijft behouden.
        • Meer- en minwaarde gedeeltelijke verlegging deel voetweg n°110

         

        Openbaar onderzoek

        De aanvraag werd van 1 oktober 2025 tot en met 30 oktober 2025 openbaar gemaakt volgens de regels vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Er werden geen bezwaarschriften ingediend.

        Financiële impact

        Niet van toepassing.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1:

        De gemeenteraad besluit de zaak der wegenis, met inbegrip van de nieuwe rooilijn (voetweg nr. 110) binnen de omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2025073208 aangaande de aanvraag van een verkaveling van 1 lot waarbij voetweg nr. 110 gedeeltelijk verplaatst moet worden, op een perceel gelegen Joseph Van Den Bosschestraat 84 - kadastraal gekend als 1ste afdeling, sectie E, nr. 465s2, goed te keuren.

         

        Artikel 2:

        Er is dus geen meerwaarde van toepassing op de verplaatsing van voetweg n°110.

         

        Artikel 3:

        Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering. De procedure van dit beroep verloopt volgens art. 31/1 van het Omgevingsdecreet.

      • Omgeving - Waarborgreglement omgevingsvergunningen - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Dit reglement beschrijft de waarborgen die in kader van een omgevingsvergunning kunnen worden opgelegd.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheden en regelgevingen zijn van toepassing:

        Bevoegdheden:

        • het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

        Regelgevingen:

        • de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, meerbepaald artikel 4.2.16 §2
        • het Omgevingsvergunningendecreet van 25 april 2014, meerbepaald artikel 77
        • het Instrumentendecreet van 26 mei 2023, meerbepaald artikels 105-106
        • Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
        Feiten, context en argumentatie

        De verschillende soorten waarborgen die momenteel bij omgevingsvergunningen kunnen opgevraagd worden en de daarbij horende procedure voor controle en vrijgave, zijn niet geregeld in een gemeentelijk reglement.

        Dit reglement beschrijft de waarborgen die in kader van een omgevingsvergunning kunnen worden opgelegd ter garantie van de uitvoering van opgelegde lasten.

        Het omvat volgende doelstellingen:

        • Een onderbouwd kader bieden voor het waarborgen van bepaalde bijzondere voorwaarden die met name verwijzen naar de doelstellingen van het Lokaal Energie en Klimaatpact op vlak van vergroening en ontharding.
        • Een actieve hefboom bieden voor de controle op de effectieve uitvoering van de algemene en bijzondere voorwaarden.
        • Zorgen voor meer administratieve efficiëntie en transparantie bij het afleveren en de nazorg van de omgevingsvergunning.

        Het nieuwe reglement gaat in werking op 1 januari 2026.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1:

        De gemeenteraad stelt het reglement vast rond waarborgen in kader van omgevingsvergunningen:

        Artikel 1: Toepassingsgebied

        Dit reglement is van toepassing op omgevingsvergunningen die goedgekeurd worden na de datum van inwerkingtreding van dit reglement.


        Artikel 2: Definities

        In dit reglement wordt verstaan onder:

        1. Waarborg: geldsom te betalen voor aanvang van bepaalde werken.
        2. Bouwheer: private of rechtspersoon die de omgevingsvergunning aanvraagt of de melding indient.
        3. Vergunnings- of meldingsplichtige werken: werken waarvoor in het kader van het Vlaamse omgevingsrecht een vergunning of melding is opgelegd.
        4. Last in natura: de niet-financiële lasten verbonden aan een omgevingsvergunning, zoals beschreven in artikel 77 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
        5. Groenbuffer: een voornamelijk lineair op te vatten zone met groenvoorzieningen, functioneel bedoeld als visuele afscherming en landschappelijke inkleding
        6. Hoogstammen: een boom die intrinsiek het potentieel heeft en bij aanplant ook zo voorzien is om uit te groeien tot een hoogte van meer dan twee meter. Dit is de benadering volgens het nieuwe goederenrecht: artikel 3.133 Burgerlijk Wetboek.
        7. Verkoopbaarheidsattest verkavelingsakte: Een attest afgeleverd door de gemeente dat de lasten die verbonden zijn aan de verkaveling zijn uitgevoerd of gewaarborgd door bijvoorbeeld de storting van een financiële waarborg.


        Artikel 3: Tarieven

        §1. In dossiers waarbij een bijzondere vergunningsvoorwaarden worden opgelegd of een last in natura aan de orde is, worden volgende tarieven gehanteerd:

        Groenelementen:

          • Groenscherm €30/m
          • Hoogstammige boom:  Per gekapte boom wordt een waarborg opgelegd van 100 euro, met een maximum plafond van 1.000 euro per aanvraag (tot 15 bomen). Vanaf het kappen van meer dan vijftien bomen binnen eenzelfde aanvraag blijft de waarborg 100 euro per gekapte boom, maar bestaat er een maximumplafond van 10.000 euro.
          • Correcte aanleg van de voortuin in minstens 50% levend groen: Voor de voortuinen wordt een waarborg opgelegd van 500 euro per aanvraag voor een individuele woning. In geval van een meergezinswoning bedraagt de waarborg 500 euro per wooneenheid, met een maximumplafond van 10.000 euro.

        Verkavelingen:

          • Ontwerpakte gratis grond afstand en verkoopbaarheidsattest verkavelingsakte (art. 4.2.16. VCRO): Het attest bevestigt dat de lasten die verbonden zijn aan de volledige verkaveling of de specifieke verkavelingsfase, zijn uitgevoerd of gewaarborgd door de storting van een financiële waarborg: 500 euro per bouwkavel.

         

        §2. Deze waarborgen worden gestort in de gemeentekas, behoudens de waarborgen voortvloeiend uit lasten in natura volgens het Omgevingsvergunningsdecreet, artikel 77.

        De waarborgen moeten voldaan worden voor het starten van de werken en in ieder geval ten laatste 3 maanden na het definitief worden van de vergunning.  

        De financiële waarborg blijft geblokkeerd tot de gemeente heeft vastgesteld dat alle opgelegde lasten volledig en correct zijn uitgevoerd.


        Artikel 4: Vrijgave waarborg

        Voor verkavelingen: Na het afleveren van het verkoopbaarheidsattest door de gemeente en de eventuele ontwerpakte voor de gratis grondafstand.

        Voor andere omgevingsvergunningen kan de waarborg teruggevraagd worden na de volledige uitvoering van de vergunde werken én na melding van het einde der werken via het omgevingsloket. Dit gebeurt via het daartoe bestemde digitaal formulier via de gemeentelijke website. Voor niet-digitale aanvragen kan u contact opnemen met de dienst omgeving. De vrijgave gebeurt op basis van de vaststelling door de gemeentelijke diensten van de correcte en kwalitatieve uitvoering.

        Het college van burgemeester en schepenen neemt een beslissing over de vrijgave van de waarborg binnen de 90 dagen na deze vaststelling.

        In andere uitzonderlijke gevallen kan de waarborg vrijgegeven worden na de goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen.


        Artikel 5: Verjaring van de waarborg

        De waarborg die zes jaar na afgifte van de omgevingsvergunning in laatste aanleg nog niet werd opgevraagd, wordt beschouwd als definitief verworven door de gemeente.


        Artikel 6: Overdracht van eigendom/vergunning

        Ingeval de volle en volledige eigendom overgedragen wordt voor of tijdens het uitvoeren van de bouwwerken, dient de nieuwe eigenaar een nieuwe financiële waarborg te storten, die identiek is aan het oorspronkelijk vastgesteld bedrag. De waarborg van de oorspronkelijke eigenaar wordt pas vrijgegeven door het college van burgemeester en schepenen van zodra deze nieuwe waarborg betaald is.


        Artikel 2:

        Het reglement rond waarborgen in kader van omgevingsvergunningen treedt in werking op 1 januari 2026.


        Artikel 3:

        Dit reglement wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke website.

    • Financiën

      • Financiën – Aanpassing meerjarenplan 2020-2025 (Gemeente) - Vaststelling

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Artikel 257 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 stipuleert dat minstens een keer per jaar het meerjarenplan wordt aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld. Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast. Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen of vast te stellen.  Dit laatste is hier het geval.  De vaststelling van de kredieten voor 2026 maken nl. het voorwerp uit van de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031.

        Een aanpassing van het meerjarenplan omvat minstens een aangepaste financiële nota, een toelichting en de eventuele wijzigingen van de strategische nota.

        In de strategische nota worden de beleidsdoelstellingen en actieplannen voor de periode 2020-2025 geïntegreerd weergegeven. In de financiële nota wordt verduidelijkt hoe de financiële evenwichten worden gehandhaafd en worden de financiële consequenties van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        • Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 249;

         

        Regelgeving:

        • Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2;
        • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
        • Het Ministerieel Besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
        • De omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 van 18 september 2020 over de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens
          de beleids- en beheerscyclus.
        Feiten, context en argumentatie

        Het meerjarenplan voor de planningsperiode 2020 t.e.m. 2025 van het lokaal bestuur Lennik maakt opnieuw voorwerp uit van een aanpassing. Deze aanpassing volgt uit diverse budgetbesprekingen met de gemeentelijke diensten, de budgetbesprekingen in het managementteam van 18 november 2025 en de budgetbesprekingen in het college van burgemeester en schepenen.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Jo Massaer, Karen De Waele, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Onthouders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Resultaat: Met 15 stemmen voor, 6 onthoudingen
        Besluit

        Artikel 1:

        De gemeenteraad stelt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 van de gemeente vast, bestaande uit de wijziging van de strategische nota, de aangepaste financiële nota, de aangepaste toelichting en de motivering van de wijzigingen.

         

        Artikel 2: 

        Voorliggend besluit alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

      • Financiën - Meerjarenplan 2026-2031 (Gemeente) - Vaststelling

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving zijn van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41 3°:

        Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 249;

         

        Regelgeving:

        Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2;

        Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- & beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC), laatst gewijzigd op 14 juli 2023;

        Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- & beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC), laatst gewijzigd op 08 december 2023;

        De omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus

        Feiten, context en argumentatie

        Voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen wordt een meerjarenplan vastgesteld. Dat meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.

        Het meerjarenplan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen.

        In de strategische nota van het meerjarenplan worden de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het extern en intern te voeren beleid geïntegreerd weergegeven.

        In de financiële nota van het meerjarenplan wordt de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd.

        De toelichting van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.

        Het voorliggende meerjarenplan 2026-2031 werd opgesteld na een uitgebreid intern en extern traject en werd o.m. gebaseerd op de omgevingsanalyse, het bestuursakkoord, het gevoerde participatietraject.

        Het meerjarenplan werd opgesteld in overleg met de gemeentelijke diensten en managementteam, alsook met het college van burgemeester en schepenen en vast bureau.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Jo Massaer, Karen De Waele, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Tegenstanders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Onthouders: Filip Rooselaers, Stefaan Jans
        Resultaat: Met 14 stemmen voor, 5 stemmen tegen, 2 onthoudingen
        Besluit

        Artikel 1:

        De gemeenteraad stelt het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente vast, bestaande uit de strategische nota, de financiële nota en de toelichting.

        Artikel 2: 

        Voorliggend besluit alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente.  De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

      • Financiën – Aanpassing meerjarenplan 2020-2025 (OCMW) – Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Artikel 257 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 stipuleert dat minstens een keer per jaar het meerjarenplan wordt aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld. Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast. Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen of vast te stellen.  Dit laatste is hier het geval.  De vaststelling van de kredieten voor 2026 maken nl. het voorwerp uit van de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031.

        Een aanpassing van het meerjarenplan omvat minstens een aangepaste financiële nota, een toelichting en de eventuele wijzigingen van de strategische nota.

        In de strategische nota worden de beleidsdoelstellingen en actieplannen voor de periode 2020-2025 geïntegreerd weergegeven. In de financiële nota wordt verduidelijkt hoe de financiële evenwichten worden gehandhaafd en worden de financiële consequenties van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        • Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 249;

         
        Regelgeving:

        • Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2;
        • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
        • Het Ministerieel Besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
        • De omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 van 18 september 2020 over de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
        Feiten, context en argumentatie

        Het meerjarenplan voor de planningsperiode 2020 t.e.m. 2025 van het lokaal bestuur Lennik maakt opnieuw voorwerp uit van een aanpassing. Deze aanpassing volgt uit diverse budgetbesprekingen met de gemeentelijke diensten, de budgetbesprekingen in het managementteam van 18 november 2025 en de budgetbesprekingen in het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Jo Massaer, Karen De Waele, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Onthouders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Resultaat: Met 15 stemmen voor, 6 onthoudingen
        Besluit

        Artikel 1:

        De gemeenteraad geeft zijn goedkeuring aan de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 van de raad voor maatschappelijk welzijn.


        Artikel 2:

        Voorliggend besluit alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

      • Financiën – Meerjarenplan 2026-2031 (OCMW) – Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving zijn van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41 3°:

        Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 249;

         

        Regelgeving:

        Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2;

        Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- & beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC), laatst gewijzigd op 14 juli 2023;

        Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- & beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC), laatst gewijzigd op 08 december 2023;

        De omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus

        Feiten, context en argumentatie

        Overwegende de budgetbesprekingen met de gemeentelijke diensten;

        Overwegende de budgetbesprekingen in het managementteam;

        Overwegende de budgetbesprekingen met het college van burgemeester en schepenen.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Jo Massaer, Karen De Waele, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Onthouders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Resultaat: Met 14 stemmen voor, 7 onthoudingen
        Besluit

        Artikel 1:

        De gemeenteraad geeft zijn goedkeuring aan het meerjarenplan 2020-2025 van de raad voor maatschappelijk welzijn.


        Artikel 2:

        Voorliggend besluit alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

      • Financiën - Gemeentebelasting - Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting – Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;

        Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur.

         

        Regelgeving:

        De artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;

        Het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

         

        Feiten, context en argumentatie

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

        Financiële impact
        Onderdeel Extra Input 2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Exploitatie Exploitatie - ontvangsten 6 006 252,81 6 182 719,04 6 350 311,54 6 215 166,25 6 209 928,83 6 292 902,18
        Exploitatie - uitgaven            
        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

        Artikel 2. De belasting wordt m.b.t. de aanslagjaren 2026 tot en met 2028 vastgesteld op 7,9 % en met betrekking tot de aanslagjaren 2029 tot en met 2031 op 7,5%,  van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.

        Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

        Artikel 3. De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, overeenkomstig de bepalingen vervat in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

        Artikel 4. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.

        Artikel 5: Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente.  De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

      • Financiën - Gemeentebelasting - Opcentiemen op de onroerende voorheffing - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;

        Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur.

         

        Regelgeving:

        Het wetboek der inkomstenbelasting 1992, meer bepaald het artikel 464,1°;

        Het artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit;

        Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

         

        Feiten, context en argumentatie

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

        Financiële impact
        Onderdeel Extra Input 2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Exploitatie Exploitatie - ontvangsten 4 225 413,55 4 335 935,78 4 492 198,77 4 627 119,42 4 761 571,29 4 899 566,23
        Exploitatie - uitgaven            
        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Jo Massaer, Karen De Waele, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Tegenstanders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Onthouders: Stefaan Jans
        Resultaat: Met 14 stemmen voor, 6 stemmen tegen, 1 onthouding
        Besluit

        Artikel 1: Voor de aanslagjaren 2026 tem 2031 worden ten bate van de gemeente Lennik 878,69 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.

        Artikel 2: De vestiging en de inning van de gemeentebelasting zullen door het toedoen van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie gebeuren, overeenkomstig de bepalingen vervat in artikel 3.1.0.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

        Artikel 3: Deze beslissing treedt in werking op 1 januari 2026

        Artikel 4: Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente.  De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

      • Financiën - Belasting op de bank- en daarmee gelijkgestelde belastingen - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;

        Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur.

         

        Regelgeving:

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

        De Beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure.

        Feiten, context en argumentatie

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

        Financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, jaarbudgetrekening :

        GBB-FIN/0020-00/73411000

        Onderdeel

        Extra Input 2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Exploitatie Exploitatie - ontvangsten 2 000,00 2 000,00 2 000,00 2 000,00 2 000,00 2 000,00
        Exploitatie - uitgaven            
        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Karen De Waele, Karel Van Belle, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Onthouders: Jo Massaer, Stefaan Jans
        Resultaat: Met 19 stemmen voor, 2 onthoudingen
        Besluit

        Artikel 1: Belastbaar feit

        De gemeente Lennik heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting op de banken en daarmee gelijkgestelde instellingen.

         

        Artikel 2: Definities

        Als bank- of daarmee gelijkgestelde instelling wordt beschouwd elke vestiging die als hoofd- of nevenactiviteit bank-, financierings-, hypotheek-, krediet-, spaar- of wisselverrichtingen uitvoert. Daaronder wordt eveneens begrepen de makelaarsactiviteiten rond deze verrichtingen en spaarverzekeringen. Deze verrichtingen hoeven niet tot de hoofdbezigheid van de instelling te behoren

         

        Artikel 3: De belastingplichtige

        De belastingplichtige is de natuurlijke persoon of rechtspersoon onder wiens handelsnaam, logo of embleem de hierboven bedoelde instellingen geëxploiteerd worden

         

        Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief 

        De belasting wordt vastgesteld als volgt:

        · 500,00 euro per instelling met een personeelsbestand van meer dan 5.

        · 250,00 euro per instelling met een personeelsbestand tot 5 personen.

        · 50,00 euro per éénmanszaak die voor de exploitant enkel een nevenberoep uitmaakt.

         

        Het hierboven bedoelde personeelsbestand omvat eveneens de persoon (personen) verantwoordelijk voor de exploitatie.

        De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd welke ook de datum is waarop de dienstverlening aanvangt of eindigt. Bij overname van de instelling of geldautomaat is de nieuwe houder eveneens belastingplichtig.


        Artikel 5: Wijze van inning

        De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet

         

        Artikel 6: Aangifteplicht

        De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat, binnen 30 dagen na verzending van het aangifteformulier, behoorlijk ingevuld en ondertekend, moet worden teruggestuurd.

        Indien, om welke reden ook, de belastingplichtige geen aangifteformulier ontvangen heeft, wordt hij er jaarlijks toe gehouden vóór 1 juli van het belastingjaar op eigen initiatief het gemeentebestuur te informeren en aangifte te doen. Dit kan via het mailadres : financien@lennik.be en/of bij het gemeentebestuur :

        Gemeente Lennik, Markt 18, 1750 Lennik.

         

        Artikel 7: Ambtshalve vestiging en belastingverhoging

        Bij gebrek van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de ambtshalve ingekohierde belasting verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting.

        Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.

        Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

        De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingvordering met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

        De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

         

        Artikel 8: Bezwaarmogelijkheid

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk ingediend worden en ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.

        Het bezwaarschrift kan ook online worden ingediend via www.lennik.be in zover in deze mogelijkheid wordt voorzien en binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in dit artikel. Meldingen via andere duurzame dragers zoals e-mail worden niet als bezwaarschrift aanvaard.

         

        Artikel 9:

        Dit reglement treedt in werking de dag waarop het op de webtoepassing van de gemeente wordt bekend gemaakt.


        Artikel 10: 

        Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente.  De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

      • Financiën - Belasting op bar en rendez-vous huizen - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;

        Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur.

         

        Regelgeving:

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        De Beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure.

        Feiten, context en argumentatie

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

        De aanwezigheid van bars en rendez-voushuizen op het grondgebied van de gemeente kan aanleiding geven tot activiteiten die de veiligheid, openbare orde, rust en zedelijkheid in de gemeente in het gedrang brengen;

        Om redenen van administratieve vereenvoudiging wordt geopteerd voor een forfaitair bedrag voor de belasting;

        Door het heffen van een forfaitaire belasting kunnen controles op de aangifte door de gemeentelijke administratie vermeden worden, hetgeen wenselijk is;

        Rekening houdend met het feit dat de personeelsleden van bedoelde exploitaties zeer wisselend zijn en vaak voor zeer korte periodes in dienst blijven van eenzelfde exploitatie.


        Financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, jaarbudgetrekening :

        GBB-FIN/0020-00/73409000

        Onderdeel Extra Input 2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Exploitatie Exploitatie - ontvangsten 4 000,00 4 000,00 4 000,00 4 000,00 4 000,00 4 000,00
        Exploitatie - uitgaven            
        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Onthouders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Resultaat: Met 15 stemmen voor, 6 onthoudingen
        Besluit

        Artikel 1: Belastbaar feit

        De gemeente Lennik heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting op de exploitatie van Bar en Rendez-vous huizen.

         

        Artikel 2: Definities

        Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:

        Bar: iedere instelling waar personen direct of indirect, de handel van de exploitant bevorderen, hetzij door gewoonlijk met de klanten te verbruiken, hetzij door het verbruik op gelijk welke andere manier te stimuleren dan door gewoon de klanten te bedienen, te zingen of te dansen. Dit kan vastgesteld worden doordat die huizen of inrichtingen ofwel hun aard door uiterlijke kentekens ter kennis van voorbijgangers brengen, ofwel als dusdanig bekend zijn en uit bepaalde vaststellingen en onderzoeken, uitgevoerd door de politiediensten, blijkt dat zij een dergelijke bedrijvigheid uitoefenen.

        Rendez-vous huis: Als rendez-voushuis wordt beschouwd: een plaats (kamer, appartement, salon, e.d.) die al dan niet tegen vergoeding ter beschikking wordt gesteld voor een intieme ontmoeting tussen personen, zonder dat het de bedoeling is om er, zoals in een erkend hotel, pension, logementhuis of gelijkaardige instelling te overnachten. Dit kan vastgesteld worden doordat die huizen of inrichtingen ofwel hun aard door uiterlijke kentekens ter kennis van voorbijgangers brengen, ofwel als dusdanig bekend zijn en uit bepaalde vaststellingen en onderzoeken, uitgevoerd door de politiediensten, blijkt dat zij een dergelijke bedrijvigheid uitoefenen.

         

        Artikel 3: De belastingplichtige

        De belasting is verschuldigd door de exploitant van de bar of het rendez-voushuis of een gedeelte ervan. Indien de identiteit van de exploitant niet kan worden vastgesteld, worden achtereenvolgens de huurder en de eigenaar van de bar of het rendez-voushuis als exploitant beschouwd.

        De eigenaar is eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting die lastens de exploitant of huurder, waarvan hiervoor sprake, werd ingekohierd.

         

        De hoofdelijke aansprakelijkheid van de eigenaar zal evenwel worden opgeschort indien de vier hiernavolgende voorwaarden gezamenlijk vervuld zijn:

        1. Het pand of de lokaliteit heeft enkel uiterlijke kenmerken van een woongelegenheid;

        2. Het huurcontract laat enkel het normaal gebruik als woongelegenheid toe;

        3. De eigenaar heeft, binnen de twee maanden van een vastgestelde andere aanwending van de beschouwde lokaliteit, een procedure gestart tot verbreking van het huurcontract.

        Als kennisgeving van een andere aanwending geldt de aangetekende melding door het gemeentebestuur aan de eigenaar gedaan, waaruit de vaststelling blijkt dat ter plaatse een bar of rendez-voushuis in uitbating werd geconstateerd. Als de procedure tot verbreking wordt stopgezet of ingetrokken, dan wordt de eigenaar opnieuw aansprakelijk voor de betaling van de belasting. Dit is eveneens het geval indien de eigenaar binnen de hiervoor bepaalde termijn heeft verzuimd aan het gemeentebestuur de nodige en juiste gegevens te bezorgen dienstig voor het vestigen van de aanslag jegens de huurder.

        4. De eigenaar was voor de kennisgeving van het gemeentebestuur vermeld onder artikel 2.3 nog niet op de hoogte van de oneigenlijke aanwending van de beschouwde lokaliteit.

         

        Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief

        Het bedrag van de belasting bedraagt 2.500 euro per kamer/en of plaats.

        De belasting is onverdeelbaar. Zij is verschuldigd voor het hele jaar, ongeacht de datum van het in gebruik stellen of stopzetten van de inrichting of de overname van een bestaande instelling. Bij overname in de loop van een bepaald aanslagjaar is de belasting in haar geheel opnieuw verschuldigd door de nieuwe exploitant en blijft de belasting, gesteld op de exploitant die de inrichting overdraagt, in haar geheel behouden. De eigenaar kan evenwel, per jaar en per uitbatingplaats, slechts eenmaal hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de betaling van de belasting, die lastens de exploitant werd ingekohierd.

         

        Artikel 5: Wijze van inning

        De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

         

        Artikel 6: Aangifteplicht

        De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat, binnen 30 dagen na verzending van het aangifteformulier, behoorlijk ingevuld en ondertekend, moet worden teruggestuurd.

        Indien, om welke reden ook, de belastingplichtige geen aangifteformulier ontvangen heeft, wordt hij er jaarlijks toe gehouden vóór 1 juli van het belastingjaar op eigen initiatief het gemeentebestuur te informeren en aangifte te doen. Dit kan via het mailadres : financien@lennik.be en/of bij het gemeentebestuur :

        Gemeente Lennik, Markt 18, 1750 Lennik.

         

        Artikel 7: Ambtshalve vestiging en belastingverhoging

        Bij gebrek van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

        De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.

        Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

        De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingvordering met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

        De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.


        Artikel 8: Bezwaarmogelijkheid

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk ingediend worden en ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.

        Het bezwaarschrift kan ook online worden ingediend via www.lennik.be in zover in deze mogelijkheid wordt voorzien en binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in dit artikel. Meldingen via andere duurzame dragers zoals e-mail worden niet als bezwaarschrift aanvaard.


        Artikel 9:

        Dit reglement treedt in werking de dag waarop het op de webtoepassing van de gemeente wordt bekend gemaakt.


        Artikel 10: 

        Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente.  De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

      • Financiën - Belasting op nachtwinkels - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;

        Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur.

         

        Regelgeving:

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

        De Beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure.

        Feiten, context en argumentatie

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

        De activiteiten van nachtwinkels verschillen fundamenteel van deze van de gewone kleinhandel: de openingsuren situeren zich grotendeels tijdens de nachtrust van de meeste omwonenden;

        Een teveel aan nachtwinkels zou de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van het winkelapparaat schaden en in het bijzonder de openbare orde verstoren, de netheid aantasten en de ordehandhavers en de stedelijke openbare diensten extra belasten;

        Het is billijk dat de betrokken handelszaken als tegenprestatie een bijzondere financiële inspanning doen;

        Financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, jaarbudgetrekening :

        GBB-FIN/0020-00/73408000

        Onderdeel Extra Input 2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Exploitatie Exploitatie - ontvangsten 1000 1000 1000 1000 1000 1000
        Exploitatie - uitgaven            
        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1: Belastbaar feit

        De gemeente Lennik heft voor de aanslagaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting op nachtwinkels gelegen op het grondgebied van Lennik.

         

        Artikel 2: Definities

        Voor de toepassing van het reglement, moet er onder nachtwinkels verstaan worden, elke winkel zoals bedoeld in artikel 2, 9° van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening.

         

        Artikel 3: De belastingplichtige

        De belastingplichtige is de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de nachtwinkel exploiteert op 1 januari van het aanslagjaar of op het moment van de detectie of de afgifte van de vergunning.

        De eigenaar van het pand waarin de economische activiteiten plaatsgrijpen, is hoofdelijk aansprakelijk tot het betalen van de belasting

         

        Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief 

        De belasting bedraagt 1.250 euro per handelszaak.

        De jaarlijkse belasting is ondeelbaar en is verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook de aanvangs- of de stopzettingsdatum van de economische activiteit of de wijziging

        van uitbating in het jaar is.

        Er wordt geen enkele korting of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook.

         

        Artikel 5: Wijze van inning

        De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

         

        Artikel 6: Aangifteplicht

        De eigenaar van de handelszaak en de uitbater ervan zijn ertoe gehouden, voorafgaandelijk aan elke economische activiteit, aangifte hiervan te doen bij het gemeentebestuur. Ze zijn verplicht alle nodige documenten en vergunningen voor te leggen op eerste verzoek van het gemeentebestuur. Ze worden eraan gehouden de eventuele controle van hun verklaring mogelijk te maken.

        Teneinde de belasting te heffen, stuurt het gemeentebestuur naar alle uitbaters van de in artikel 1 genoemde handelszaken, een aangifteformulier dat binnen 30 dagen na verzending behoorlijk dient ingevuld, ondertekend en teruggestuurd te worden.

        Indien, om welke reden ook, de belastingplichtigen geen aangifteformulier ontvangen hebben, zijn deze jaarlijks ertoe gehouden vóór 1 juli van het belastingjaar op eigen initiatief het gemeentebestuur te informeren.

        De aangifte wordt ingediend op volgend adres: Markt 18 te 1750 Lennik en/of via het mailadres: financien@lennik.be

        Bij gebreke van aangifte of bij onvolledigheid hiervan wordt van ambtswege een belasting geheven op basis van de elementen waarover het gemeentebestuur beschikt.

         

        Artikel 7: Wijziging of stopzetting

        Elke wijziging of stopzetting van een economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.

         

        Artikel 8: Bezwaarmogelijkheid

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk ingediend worden en ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.

        Het bezwaarschrift kan ook online worden ingediend via www.lennik.be in zover in deze mogelijkheid wordt voorzien en binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in dit artikel. Meldingen via andere duurzame dragers zoals e-mail worden niet als bezwaarschrift aanvaard.

         

        Artkel 9:

        Dit reglement treedt in werking de dag waarop het op de webtoepassing van de gemeente wordt bekend gemaakt.

         

        Artikel 10:

        Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente.  De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

      • Financiën - Belasting op reclame- of aanplakborden en wegwijzers - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;

        Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur.

         

        Regelgeving:

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        De Beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure.

        Feiten, context en argumentatie

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

        Financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, jaarbudgetrekening :

        GBB-FIN/0020-00/73422000

        Onderdeel Extra Input 2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Exploitatie Exploitatie - ontvangsten 25 500 25 500 25 500 25 500 25 500 25 500
        Exploitatie - uitgaven            
        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Onthouders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Stefaan Jans
        Resultaat: Met 18 stemmen voor, 3 onthoudingen
        Besluit

        Artikel 1: Belastbaar feit

        De gemeente Lennik heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting op de reclame- of aanplakborden en de wegwijzers.

        Artikel 2: Definities

        Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:

        · Reclame- of aanplakborden: elke vergunde of niet-vergunde constructie geplaatst langs de openbare weg of op een plaats in open lucht die zichtbaar is vanaf de openbare weg, waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering of door elk ander middel, met inbegrip van muren of gedeelten van muren en de omheiningen die gehuurd of gebruikt worden om er reclame op aan te brengen.

        Voor de muren of gedeelten van muren waarop reclame wordt aangebracht, moet de bedekte totale oppervlakte beschouwd worden als één bord, ook indien er verschillende reclames op voorkomen.

        · Wegwijzer: elke constructie geplaatst langs de openbare weg of op een plaats in open lucht die zichtbaar is vanaf de openbare weg en die een richting aangeeft van etablissementen en plaatsen door het publiek bezocht.

        Artikel 3: De belastingplichtige

        De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of de rechtspersoon die over het recht beschikt om gebruik te maken van het reclame- of aanplakbord en in bijkomende orde, als de gebruiker onbekend is, door de eigenaar van de grond of van de muur waarop zich het reclame- of aanplakbord bevindt die hoofdelijk aansprakelijk is.

        De belasting op de wegwijzers is verschuldigd door de firma of instelling wiens naam op de wegwijzer vermeld staat.

        Artikel 4:  Berekeningsgrondslag en tarief 

        Het bedrag van de belasting wordt bepaald per reclame- of aanplakbord en per wegwijzer en deze wordt vastgesteld op 100,00 euro per vierkante meter. Elk gedeelte van een m² wordt voor een gehele m² aangerekend.

        Het minimumbedrag wordt vastgelegd op 100,00 euro per reclame- of aanplakbord, en 25,00 euro per wegwijzer.

        Voor de berekening van de belasting wordt de nuttige oppervlakte van het reclame-of aanplakbord in aanmerking genomen d.w.z. de oppervlakte die voor aanplakking kan gebruikt worden met uitzondering van de omlijsting. Voor de muren is alleen dat gedeelte van de muur belastbaar dat werkelijk voor reclame wordt gebruikt.

        De belasting is verschuldigd voor het ganse jaar, indien de reclame- of aanplakborden en wegwijzers in de loop van het eerste semester opgericht worden en op voorwaarde dat deze op voorhand worden aangevraagd aan de gemeente. Er geldt een vrijstelling van deze belasting voor de reclame- of aanplakborden en wegwijzers geplaatst ter hoogte van wegwerkzaamheden vergund door het college van burgemeester en schepenen op voorwaarde dat de werken minimum 1 maand aaneensluitend duren.

        Artikel 5: Vrijstellingen 

        Van de belasting zijn vrijgesteld:

        - Reclameborden en wegwijzers opgericht door openbare besturen of instellingen van openbaar nut en verenigingen.

        - notariële aankondigingen;  

        - reclame in verband met de verkiezingen van het Europees Parlement, de Federale Kamers, het Vlaams Parlement, de Provincieraad en de Gemeenteraad, in de sperperiode bepaald door de respectievelijke wetten betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven tot twee weken na de verkiezingsdag;

        - Reclame op een gebouw of een andere constructie, die de naam van de uitbating, exploitant of de aard van de exploitatie vermelden of die op één of andere wijze rechtstreeks verwijst naar de ter plaatse uitgeoefende activiteit.

        Artikel 6: Wijze van inning

        De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet

        Artikel 7: Aangifteplicht

        De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat, binnen 30 dagen na verzending van het aangifteformulier, behoorlijk ingevuld en ondertekend, moet worden teruggestuurd.

        Indien, om welke reden ook, de belastingplichtige geen aangifteformulier ontvangen heeft, wordt hij er jaarlijks toe gehouden vóór 1 juli van het belastingjaar op eigen initiatief het gemeentebestuur te informeren en aangifte te doen. Dit kan via het mailadres : financien@lennik.be en/of bij het gemeentebestuur :

        Gemeente Lennik, Markt 18, 1750 Lennik.

        Artikel 8: Ambtshalve vestiging en belastingverhoging

        Bij gebrek van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de ambtshalve ingekohierde belasting verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting.

        Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.

        Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

        De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingvordering met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

        De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

        Artikel 9: Omgevingsvergunning 

        Er moet steeds rekening gehouden worden met de geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten, alsook met eventuele bepalingen vastgelegd voor het perceel waar het reclame- of aanplakbord en de wegwijzer wordt aangevraagd zoals BPA, RUP, verkavelingsvoorschrift, vorige bouwvergunningen. De belasting geldt voor vergunde en niet-vergunde constructies.

        Artikel 10: Bezwaarmogelijkheid

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk ingediend worden en ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.

        Het bezwaarschrift kan ook online worden ingediend via www.lennik.be in zover in deze mogelijkheid wordt voorzien en binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in dit artikel. Meldingen via andere duurzame dragers zoals e-mail worden niet als bezwaarschrift aanvaard.

        Artikel 11:

        Dit reglement treedt in werking de dag waarop het op de webtoepassing van de gemeente wordt bekend gemaakt.

        Artikel 12:

        Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente.  De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

      • Financiën - Belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994; 

        Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur. 


        Regelgeving:

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen; 

        Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet); 

        Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA); 

        De Beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure. 


        Feiten, context en argumentatie

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. 

        De belasting compenseert de kosten van de overlast bij het verwerken van ongeadresseerd drukwerk en huldigt het principe 'de vervuiler betaalt’. 

        De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heeft ook een ecologischcomponent, met name het ontmoedigen van de veelverspreiding van reclame of publiciteit en het ontmoedigen van communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de inzameling en verwerking van afval door de gemeente. 

        Financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, jaarbudgetrekening :

        GBB-FIN/0020-00/73424000

        Onderdeel Extra Input 2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Exploitatie Exploitatie - ontvangsten 60 000 60 000 60 000 60 000 60 000 60 000
        Exploitatie - uitgaven            
        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Tegenstanders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Onthouders: Stefaan Jans
        Resultaat: Met 15 stemmen voor, 5 stemmen tegen, 1 onthouding
        Besluit

        Artikel 1: Het belastbaar feit 

        De gemeente Lennik heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk met handelskarakter en van gelijkgestelde producten in brievenbussen en op de openbare weg. 

         

        Artikel 2: Definities 

        Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder: 

         verspreidingbedeling in brievenbussen en op de openbare weg door persoonlijke afgifte of via een display. De verspreiding van hetzelfde drukwerk of gelijkgesteld product over een zeker tijdsverloop, wordt als één verspreiding aangezien; 

        2° drukwerk met handelskarakter: elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken en merknamen, en die erop gericht is de potentiële klant er toe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder; 

        3° gelijkgestelde productenalle stalen en andere promo-artikelen die meegenomen kunnen worden en die aanzetten om diensten, producten of transacties te doen gebruiken, verbruiken of aankopen. Voorbeelden zijn samples en bedrukte gadgets. Deze opsomming is niet limitatief; 

        4° ongeadresseerd: het ontbreken van individuele adressering. Ook collectieve adresaanduiding of een gedeeltelijke adresvermelding wordt beschouwd als ongeadresseerd.  

         

        Artikel 3: De belastingplichtige 

        De belasting is in eerste instantie verschuldigd door de fysieke persoon of rechtspersoon die de opdracht gaf aan de drukker om te drukken, of die opdracht gaf om het gelijkgestelde product te
        produceren. 

        Bij gebreke aan een aangifte overeenkomstig artikel 7, kan de belasting worden gevestigd lastens diegene die op het drukwerk als verantwoordelijke uitgever wordt vermeld.

        De fysieke of rechtspersoon onder wie zijn naam, handelsnaam, logo of embleem het niet geadresseerde drukwerk of het gelijkgestelde product wordt verspreid, is hoe dan ook hoofdelijk
        aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

         

        Artikel 4:  Berekeningsgrondslag en tarief 

        De belasting is verschuldigd op het moment van verspreiding van het ongeadresseerde drukwerk of het gelijkgestelde product.  

        De belasting wordt vastgesteld, met een minimum van 25,00 euro per drukwerk, op: 

        • 0,025 euro per verspreid exemplaar voor alle drukwerken waarvan de totale bedrukbare oppervlakte niet groter is dan of gelijk is aan 1 blad A4 

        • 0,0725 euro per verspreid exemplaar voor alle andere drukwerken. 

        Het open geplooide reclamedrukwerk dat groter is dan 1 A4 wordt aanzien als meerbladig reclame drukwerk. 

         

        Artikel 5: Vrijstellingen en/of verminderingen 

        Vrijstelling van belasting wordt verleend als: 

        1° de opdracht tot drukken of produceren uitgaat van een politieke partij die een lijst indiende voor de Europese, federale, gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of van een kandidaat op die lijst, voor zover het drukwerk of de gelijkgestelde producten verspreid worden in de sperperiode voor het voeren van politieke propaganda; 

        2° het drukwerk kadert in een gemeentelijke volksraadpleging, voor zover het verspreid wordt aan de gerechtigde deelnemers van de volksraadpleging overeenkomstig artikel 317 van het decreet over het lokaal bestuur tot uiterlijk de dag van de volksraadpleging; 

        3° het drukwerk uitgaat van openbare instellingen, notarissen, erkende gemeentelijke verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele verenigingen en sportverenigingen. 


        De verschuldigde belasting wordt verminderd : 

        • Met 25% indien wordt bewezen dat de drukwerken zijn uitgegeven op recyclagepapier 

        • Met 25% indien wordt bewezen dat de drukwerken gebeurden via droog offset drukwerk. 

        De bewijzen hiervan dienen geleverd te worden bij de aangifte aan de hand van een attest van de papierleverancier en/of drukker. Indien deze attesten bij de aangifte ontbreken wordt de belastingvermindering niet toegepast. Deze belastingverminderingen zijn niet cumuleerbaar. De minimumbelasting van 25 euro blijft echter verschuldigd. 

         

        Onvolledige verspreiding van het aantal drukwerken en/of gelijkgestelde producten waarvan aangifte gedaan werd bij het gemeentebestuur geeft geen aanleiding tot belastingvermindering. 

         

        Artikel 6: Wijze van inning 

        De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat driemaandelijks vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. 

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. 

         

        Artikel 7: Aangifteplicht  

        §1. De belastingplichtige doet binnen de 15 kalenderdagen na elk verstreken kwartaal, uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, aangifte bij de gemeente van de verspreiding binnen het verstreken kwartaal. De aangifte dient te gebeuren middels het aangifteformulier dat ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur en/of via de website van Gemeente Lennik.. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst. 

        De aangifte wordt ingediend op volgend adres: Markt 18 te 1750 Lennik  

        en/of via het mailadres: financien@lennik.be  

        en/of op digitale wijze via het e-loket van de website van de Gemeente Lennik: https://www.lennik.be/eloket/formulier/18/drukwerkaangifte 

         

        Ingeval van periodieke verspreidingen kan de aangifte op voorhand gedaan worden, deze aangifte kan gelden voor de daaropvolgende verspreidingen tijdens hetzelfde dienstjaar. 

         

        De aangifte dient over de volgende gegevens te beschikken: 

        • naam, adres en rijksregisternummer of ondernemings- of vestigingsnummer van de belastingplichtige; 

        • datum van de verspreiding; 

        • aantal verspreide exemplaren; 

        • referentie en/of benaming van het drukwerk of het gelijkgestelde product; 

        • afmeting en aantal pagina’s van het drukwerk;  

        • (in voorkomend geval) plaats van de verspreiding via een display of ander verdeelsysteem. 

         

        §2. De gemeente kan een exemplaar van het verspreide drukwerk of van het verspreide gelijkgesteld product opvragen. 

         

        Artikel 8: Ambtshalve vestiging en belastingverhoging  

        Bij gebrek van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de ambtshalve ingekohierde belasting verhoogd met een bedrag gelijk aan tweemaal de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd. 

        Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. 

        De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingvordering met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen. 

        De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. 

         

        Artikel 9: Bezwaarmogelijkheid 

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. 

        Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag. 

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk ingediend worden en ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.

        Het bezwaarschrift kan ook online worden ingediend via www.lennik.be in zover in deze mogelijkheid wordt voorzien en binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in dit artikel. Meldingen via andere duurzame dragers zoals e-mail worden niet als bezwaarschrift aanvaard

         

        Artikel 10:

        Dit reglement treedt in werking de dag waarop het op de webtoepassing van de gemeente wordt bekend gemaakt.

         

        Artikel 11:

        Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente.  De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

      • Financiën – Lijst van de nominatieve subsidies – Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Jaarlijks wordt een lijst opgemaakt van nominatieve subsidies aan verenigingen, andere overheden, vzw's. Deze subsidies kunnen exploitatietoelagen zijn of investeringstoelagen. Nominatieve subsidies zijn niet onderworpen aan een gemeentelijk subsidiereglement.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        • het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 41, §2, 23°;

         Regelgeving:

        • de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
        Feiten, context en argumentatie

        De gemeenteraad van 17 december 2025 stelde het meerjarenplan 2026-2031 (gemeente) vast en keurde de aanpassing van het meerjarenplan 2026-2031 (OCMW) goed.

        Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om de bijgevoegde lijst met nominatieve subsidies voor het boekjaar 2026 goed te keuren.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Enig artikel:

        De gemeenteraad geeft zijn goedkeuring aan de lijst met nominatieve subsidies voor het boekjaar 2026.

      • Financiën – Delegatie overheidsopdrachten aan college van burgemeester en schepenen – Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Het Decreet lokaal bestuur (22 december 2017, B.S. 15 februari 2018) kent principieel de bevoegdheid tot het vaststellen van de voorwaarden van de opdracht en het vaststellen van de plaatsingsprocedure toe aan de gemeenteraad (art. 41, §2, 10°), met evenwel de toewijzing van die bevoegdheden aan het college van burgemeester en schepenen indien:

        • de opdracht past binnen het begrip `dagelijks bestuur' (art. 41, §2, 10°, a) voor gemeenten);
        • de gemeenteraad de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden voor die overheidsopdracht nominatief aan het college van burgemeester en schepenen (art. 41, §2, 10°, b)) heeft toevertrouwd.



        Er is een afzonderlijk besluit vereist omtrent die bevoegdheidsdelegatie.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        • het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 41, §2, 10° b

        Regelgeving:

        • het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 56, §3, 6°;
        Feiten, context en argumentatie

        Op 17 december 2025 stelde de gemeenteraad het meerjarenplan 2026-2031 (gemeente) vast en keurde ze het meerjarenplan 2026-2031 (OCMW) goed.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Jo Massaer, Karen De Waele, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Tegenstanders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Onthouders: Stefaan Jans
        Resultaat: Met 14 stemmen voor, 6 stemmen tegen, 1 onthouding
        Besluit

        Enig artikel:

        De gemeenteraad geeft zijn goedkeuring aan de lijst met overheidsopdrachten die nominatief aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.

    • Personeel

      • Personeel - Arbeidsreglement voor gemeente en OCMW personeel - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        In het kader van de actualisering van de arbeidsorganisatie werd vorig jaar de rechtspositieregeling voor het gemeente- en ocmw-personeel aangepast, met inwerkingtreding op 1 oktober 2024;

         

        Het arbeidsreglement wordt nu in dezelfde lijn herwerkt. Daarnaast worden enkele aanvullende aanpassingen doorgevoerd in functie van gewijzigde wetgeving en interne werking;

        Regelgeving

        Volgende regelgeving en bevoegdheidsgrond is van toepassing:


        Bevoegdheidsgrond:

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §2;

         

        Regelgeving:

        • De wet van 8 april 1965 betreffende de arbeidsreglementen;
        • De beslissing van de gemeenteraad en de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 21 juni 2023, betreffende de goedkeuring van het arbeidsreglement voor gemeente- en ocmw-personeel met ingang van 1 juli 2023;
        • De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 18 augustus 2025, betreffende de goedkeuring van de raamovereenkomst met Haviland in het kader van fietslease met nieuwe opdrachthouder;
        Feiten, context en argumentatie

        Het collegebesluit van 18 augustus 2025 betreffende de goedkeuring van de nieuwe raamovereenkomst fietslease met Haviland maakt een aanpassing van de fietspolicy, als onderdeel van het arbeidsreglement, noodzakelijk;

         

        Het arbeidsreglement werd aangepast zodat het voortaan tevens van toepassing is op jobstudenten en monitoren, waardoor eerdere interpretatie-onduidelijkheden worden weggenomen;


        Een aantal wettelijke wijzigingen en/of toevoegingen zijn meegenomen in de aanpassing van het arbeidsreglement:

        • De bepalingen inzake de indienst- en uitdiensttreding van statutaire personeelsleden werden bijgewerkt overeenkomstig de geldende wetgeving
        • De uurroosters die binnen de wettelijke grenzen vallen van de in bijlage opgenomen uurroosters werden geschrapt, aangezien afzonderlijke opname in het arbeidsreglement niet vereist is
        • De praktische modaliteiten voor het aanvragen van een nieuwe flexibele werkregeling voor twee zorgdoeleinden werden toegevoegd
        • De verlof- en feestdagenregeling voor personeelsleden tewerkgesteld onder artikel 186 §2, 3° DLB werd aangepast zodat deze overeenstemt met de regeling voor andere personeelsleden
        • De bepalingen inzake afwezigheid wegens ziekte zonder attest werden geactualiseerd overeenkomstig de geldende regelgeving
        • De modaliteiten betreffende de bescherming tegen psychosociale risico’s werden herzien en geactualiseerd
        • Er werd een collectieve sluitingsperiode vastgesteld binnen het werkkader van de buitenschoolse kinderopvang
        • Het reglement inzake tijdsregistratie werd geactualiseerd en verduidelijkt waar onduidelijkheden bestonden
        • Een nieuwe bijlage 6 inzake het gebruik van generatieve AI-tools werd toegevoegd
        • Bijlage 14 betreffende telewerk werd uitgebreid
        • Bijlage 17 betreffende moederschapsbescherming werd toegevoegd
        • Een nieuw aanwezigheidsbeleid werd opgenomen in bijlage 18;

         

        Het ontwerp van arbeidsreglement werd besproken in het managementteam;

         

        Het ontwerp van arbeidsreglement en bijlagen werd besproken op het syndicaal overlegcomité van 22 oktober 2025 waarvan het verslag in bijlage;

        Het verslag werd vervolgens, vergezeld van een formeel verzoek om advies, aan de vakorganisaties voorgelegd, met een reactietermijn van 14 dagen;

        Geen van de vakorganisaties heeft binnen deze termijn advies uitgebracht;

        Aangezien binnen deze termijn geen enkel advies werd ontvangen, wordt vastgesteld dat er geen opmerkingen of bezwaren werden ingediend;

         

        Het arbeidsreglement is opgenomen in bijlage bij deze beslissing, wordt van kracht vanaf 1 januari 2026 en zal kenbaar gemaakt worden aan het personeel;

        Financiële impact

        Deze beslissing heeft geen financiële impact op het lokaal bestuur.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1:

        Het arbeidsreglement en de bijlagen worden voor het gemeente- en OCMW-personeel vastgesteld zoals in bijlage geviseerd. Dit nieuwe arbeidsreglement treedt in werking op 1 januari 2026.


        Artikel 2:

        Het arbeidsreglement voor het personeel, zoals goedgekeurd in zitting van 21 juni 2023, wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven.

         

        Artikel 3:

        Het arbeidsreglement en de bijlagen worden, samen met een afschrift van dit besluit, overgemaakt aan de Inspectie van de sociale wetten.


      • Personeel – Aanpassing rechtspositieregeling voor gemeente- en ocmw-personeel - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        De huidige rechtspositieregeling voor gemeente- en ocmw-personeel, goedgekeurd door de gemeenteraad en de Raad voor Maatschappelijk Welzijn op 19 juni 2024, dient aangepast te worden ingevolge gewijzigde hogere wetgeving;

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving zijn van toepassing:

         

        Bevoegdheidsgrond:

        Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 186 §1;


        Regelgeving:

        • Het Koninklijk Besluit van 10 november 2025 (BS 17 november 2025) tot wijziging van artikel 19bis van het KB van 28 november 1969, waarmee de maximale werkgeversbijdrage in maaltijdcheques stijgt van 6,91 euro naar 8,91 euro vanaf 1 januari 2026;
        • Het besluit van de gemeenteraad en de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 19 juni 2024, betreffende de goedkeuring van de rechtspositieregeling voor gemeente- en ocmw-personeel;
        Feiten, context en argumentatie

        De gemeenteraad neemt kennis van de federale beslissing om, via het Koninklijk Besluit van 10 november 2025 tot wijziging van artikel 19bis van het KB van 28 november 1969, de maximale werkgeversbijdrage in maaltijdcheques te verhogen per 1 januari 2026.
        Deze maatregel verhoogt de wettelijke grens van de werkgeversbijdrage van 6,91 euro naar 8,91 euro, wat een mogelijke maximale nominale waarde van 10 euro per maaltijdcheque toelaat;

         

        Hoewel de huidige rechtspositieregeling voor het gemeente- en OCMW-personeel voorziet dat toekomstige verhogingen van de wettelijke maaltijdchequegrens standaard worden gevolgd, blijkt een onmiddellijke overstap naar een nominale waarde van 10 euro financieel niet haalbaar binnen de budgettaire ruimte van het bestuur voor het dienstjaar 2026 en de meerjarenplanning;

         

        Tegelijk wenst het bestuur de leefbaarheid van het voordelenpakket voor het personeel te behouden en een evenwichtige compensatie te voorzien voor het wegvallen van een ander voordeel. Een verhoging van de maaltijdcheques biedt hiervoor een structureel en administratief eenvoudiger alternatief;

         

        Daarom wordt voorgesteld:

        • De ecocheques af te schaffen vanaf 1 januari 2026 (aanpassing aan artikel 207 §6 RPR)
        • De waarde van de maaltijdcheques te verhogen van 8 euro naar 9 euro vanaf 1 januari 2026 (aanpassing aan artikel 198 §5 RPR),

         

        Deze verschuiving is budgettair evenwichtig en houdt rekening met:

        • De stijgende federale maximumbedragen
        • De nood aan een houdbare financiële organisatie van het bestuur
        • Het behoud van een aantrekkelijk arbeidsvoorwaardenpakket voor de medewerkers,

         

        De afschaffing van de ecocheques wordt dus uitdrukkelijk gemotiveerd door:

        • De aanzienlijke federale verhoging van de toegestane maaltijdchequewaarde
        • De beperkte financiële marge om zowel ecocheques als maaltijdcheques op het nieuwe maximumniveau toe te kennen
        • De wens om een transparant en administratief eenvoudiger voordelenpakket te creëren;

         

        Het voorliggend ontwerp van gewijzigde rechtspositieregeling is het resultaat van een inspraakprocedure met de dienst Personeel en Organisatie, het managementteam, de vakorganisaties en het beleid:

        • Het managementteam werd geraadpleegd over het ontwerp van gewijzigde rechtspositieregeling voor het gemeente- en ocmw-personeel en gaat akkoord met de voorliggende tekst
        • De respectievelijke vakorganisaties werden op 22 oktober 2025 geraadpleegd over het voorliggende ontwerp van rechtspositieregeling voor gemeente- en ocmw-personeel, waarvan het verslag is voorzien in bijlage bij dit agendapunt; 

        Het verslag werd vervolgens, vergezeld van een formeel verzoek om advies, aan de vakorganisaties voorgelegd, met een reactietermijn van 14 dagen;

        Geen van de vakorganisaties heeft binnen deze termijn advies uitgebracht;

        Aangezien binnen deze termijn geen enkel advies werd ontvangen, wordt vastgesteld dat er geen opmerkingen of bezwaren werden ingediend;

         

        De nieuwe rechtspositieregeling voor gemeente- en ocmw-personeel zal in werking treden vanaf 1 januari 2026;

        Financiële impact

        Deze maatregel heeft geen bijkomende financiële impact op het lokaal bestuur, aangezien de verhoging van de maaltijdcheques naar 9 euro volledig wordt gecompenseerd door de afschaffing van de ecocheques vanaf 1 januari 2026;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1:

        De gemeenteraad gaat akkoord met de gewijzigde versie van de rechtspositieregeling voor het gemeente- en ocmw-personeel zoals voorzien in bijlage bij deze beslissing.


        Artikel 2:

        De ingangsdatum wordt vastgelegd op 1 januari 2026.


        Artikel 3:

        Een afschrift van deze beslissing zal overhandigd worden aan de dienst Personeel en Organisatie.

      • Personeel – Rechtspositieregeling voor jobstudenten en monitoren - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Voor de doelgroepen jobstudenten en monitoren bestond binnen het bestuur tot op heden geen specifieke rechtspositieregeling;

         

        Dit leidde tot onduidelijkheden omtrent hun rechten, plichten en praktische arbeidsvoorwaarden, waardoor zowel medewerkers als leidinggevenden soms onzeker waren over de toepasselijke regels;

         

        Om een transparante en uniforme samenwerking te bevorderen, werd er voor deze specifieke doelgroepen een afzonderlijke rechtspositieregeling opgesteld dewelke dient goedgekeurd te worden;

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving zijn van toepassing:

         

        Bevoegdheidsgrond:

        Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 186 §1;


        Regelgeving:

        • De beslissing van de gemeenteraad en de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 17 december 2025, betreffende de goedkeuring van de rechtspositieregeling voor het gemeente- en ocmw-personeel;
        Feiten, context en argumentatie

        Voor de doelgroepen jobstudenten en monitoren bestond binnen het bestuur tot op heden geen specifieke rechtspositieregeling;

         

        Dit leidde tot onduidelijkheden omtrent hun rechten, plichten en praktische arbeidsvoorwaarden, waardoor zowel medewerkers als leidinggevenden soms onzeker waren over de toepasselijke regels;

         

        Om een transparante en uniforme samenwerking te bevorderen, werden nu een afzonderlijke rechtspositieregeling opgesteld voor deze twee doelgroepen;

         

        Deze rechtspositieregeling regelt op een duidelijke manier de belangrijkste afspraken rond:

        • Rechten en plichten van jobstudenten en monitoren
        • Praktische arbeidsvoorwaarden, afgestemd op het tijdelijke karakter van hun tewerkstelling;

         

        Door deze rechtspositieregeling vast te leggen:

        • Worden verwachtingen voor medewerkers duidelijk
        • Wordt gelijke en correcte behandeling gewaarborgd
        • Wordt de werking op de werkvloer vlotter en consistenter;

         

        Het voorliggend ontwerp van rechtspositieregeling voor jobstudenten en monitoren is het resultaat van een inspraakprocedure met de dienst Personeel en Organisatie, het managementteam, de vakorganisaties en het beleid:

        • Het managementteam werd geraadpleegd over het ontwerp van rechtspositieregeling voor jobstudenten en monitoren en gaat akkoord met de voorliggende tekst
        • De respectievelijke vakorganisaties werden op 22 oktober 2025 geraadpleegd over het voorliggende ontwerp van rechtspositieregeling voor jobstudenten en monitoren, waarvan het verslag is voorzien in bijlage bij dit agendapunt;

        Het verslag werd vervolgens, vergezeld van een formeel verzoek om advies, aan de vakorganisaties voorgelegd, met een reactietermijn van 14 dagen;

        Geen van de vakorganisaties heeft binnen deze termijn advies uitgebracht;

        Aangezien binnen deze termijn geen enkel advies werd ontvangen, wordt vastgesteld dat er geen opmerkingen of bezwaren werden ingediend;

         

        De rechtspositieregeling voor jobstudenten en monitoren zal in werking treden vanaf 1 januari 2026;

        Financiële impact

        De voorgestelde rechtspositieregeling voor jobstudenten en monitoren heeft geen financiële impact op het lokaal bestuur;

         

        De regeling legt slechts rechten, plichten en praktische arbeidsvoorwaarden vast, zonder dat dit leidt tot bijkomende uitgaven;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1:

        De gemeenteraad gaat akkoord met de de rechtspositieregeling voor jobstudenten en monitoren zoals voorzien in bijlage bij deze beslissing.


        Artikel 2:

        De ingangsdatum wordt vastgelegd op 1 januari 2026.


        Artikel 3:

        Een afschrift van deze beslissing zal overhandigd worden aan de dienst Personeel en Organisatie.

    • Mobiliteit

      • Mobiliteit - Belastingreglement inzake de inname van het openbaar domein - goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Het belastingreglement inzake de inname van het openbaar domein voor het plaatsen van containers, kranen en hiermee identificeerbare voorwerpen vervalt op 31 december 2025. Een nieuw belastingreglement is nodig voor een vlotte verwerking van de aanvragen.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        • het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, artikel 40;
        • Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

        Regelgeving:

        • artikel 173 van de grondwet;
        • het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen procedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;
        • het Decreet 'Bestuursdecreet' van 7 december 2018 betreffende de openbaarheid van bestuur;
        • de gemeenteraadsbeslissing van 2 mei 2011 houdende goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure;
        • de gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2019 inzake het plaatsen van containers, kranen en hiermee identificeerbare voorwerpen op het openbaar domein;
        • de omzetbrief KB/ABB 2019/02 van 15 februari 2019 - coördinatie van de onderrichten over de gemeentefiscaliteit.
        • De Beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure.

        Feiten, context en argumentatie

        Het belastingreglement voor het tijdelijk in gebruik nemen van de openbare weg loopt ten einde op 31 december 2025. Een vernieuwing van het belastingreglement is nodig om de dagelijkse aanvragen te kunnen blijven verwerken.

        Een bepaald aantal feiten en instellingen zijn vrijgesteld van de belasting.

        Het innemen van het openbaar domein wordt ingedeeld in categorieën waarbij een aantal bepalingen nader vastgelegd worden.

        De verschuldigde belasting wordt met een forfaitair bedrag verhoogd wanneer er geen vergunning werd aangevraagd.

        Deze belasting is van toepassing op het volledige openbaar domein.

        Financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Jo Massaer, Karen De Waele, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Onthouders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Resultaat: Met 15 stemmen voor, 6 onthoudingen
        Besluit

        Artikel 1:

        Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt ten voordele van de gemeente een belasting geheven voor elke inname van het openbaar domein, onder welke vorm ook, gelijkgronds, ondergronds of bovengronds, door materialen van allerlei aard zoals - zonder evenwel beperkend te zijn - staketsels, stellingen, ladders, containers, kranen, bouwmaterialen, afsluitingen en hiermee identificeerbare voorwerpen, alsook het volledig of gedeeltelijk afsluiten van openbare wegen voor het doorgaand verkeer. 

        Het reserveren van (parkeer)plaatsen voor voertuigen, werfvoertuigen, verhuiswagens of gelijkaardige toepassingen in het kader van tijdelijke activiteiten wordt eveneens als een inname van het openbaar domein beschouwd.

        Het laden en lossen van goederen dat gedurende meer dan 30 minuten hinder veroorzaakt voor het verkeer en waarvoor verkeersmaatregelen moeten worden getroffen, wordt beschouwd als inname van het openbaar domein.

         

        Artikel 2

        De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon in wiens opdracht of voor wiens rekening de inname van het openbaar domein gebeurt. De aanvraag tot machtiging vermeldt alle elementen die noodzakelijk zijn voor de berekening van de belasting. Hetzelfde geldt voor elke aanvraag tot wijziging.

        De belasting is verschuldigd zolang het ophouden van het gebruik aan het gemeentebestuur niet betekend werd, behalve indien er in de machtiging een termijn bepaald werd.

        Zijn van deze belasting vrijgesteld:

        • herstellings- en onderhoudswerken aan geklasseerde gebouwen en monumenten, waarvan de uitvoering van de restauratie afhankelijk is van het Hoger Bestuur voor Monumentenzorg;
        • de werken aan gebouwen toebehorend aan instellingen die ingevolge bijzondere wetten vrijgesteld zijn van alle gemeentelijke belastingen;
        • werken in opdracht van nutsmaatschappijen;
        • werken op openbaar domein in opdracht van overheden;
        • de inrichters van wielerwedstrijden;
        • de door het gemeentebestuur erkende verenigingen;
        • innames in samenwerking met de gemeente zoals de jaarmarkt.
         

        Artikel 3:

        Een aanvraag voor een machtiging, een verlenging of een wijziging moet worden ingediend ten minste tien (10) werkdagen vóór de datum van de start van de inname van het openbaar domein.


        Artikel 4:

        Het bedrag van de belasting op het innemen van het openbaar domein wordt vastgesteld op 1,25 EUR per m² of gedeelte van m² per dag of gedeelte van een dag van de inname, evenwel steeds met een minimum van 15 EUR per dag of per gedeelte van een dag.

        Indien een verlenging nodig is moet de vergunning opnieuw aangevraagd worden zodat de situatie kan geëvalueerd worden.

        Voor bouwverlof kan geen onderbreking van de vergunning worden toegestaan, tenzij het voorwerp dat het openbaar domein inneemt, wordt verwijderd.

        Een gedeelte van een dag wordt beschouwd als een volle dag en een begonnen vierkante meter wordt beschouwd als een volledige vierkante meter.

        Een gedeeltelijk inname van een parkeervak wordt beschouwd als de inname van een volledig parkeervak (12m²).

        Wanneer de straat volledig afgesloten wordt voor doorgaand verkeer bedraagt de retributie 100 EUR per gestarte periode van 24 uren bovenop de retributie per m².

        Wanneer een wijziging aan de vergunning wordt aangevraagd zal een extra administratieve kost van 50 EUR worden aangerekend.

        De vergunning zal pas worden afgeleverd na het betalen van de retributie.

        Uitzonderlijke maatregelen:
        • elke handelszaak kan één (1) dag per kalenderjaar kosteloos maximaal 24m² (2 parkeerplaatsen) openbaar domein reserveren;
        • voor eigenaars van een eengezinswoning en voor projecten van socialewoningbouw wordt het te betalen bedrag geplafonneerd op maximaal 1.500 EUR per periode van drie (3) maanden gedurende de bouw van de woning.


        Artikel 5:

        Voor de berekening van de verschuldigde belasting geldt de oppervlakte van de fictieve rechthoek die het object of de groep objecten die het openbaar domein innemen volledig ontsluit.


        Artikel 6:

        Bij vaststelling van een inname van het openbaar domein of van het afsluiten of versperren van een straat zonder vergunning, wordt de belasting zoals bepaald in dit reglement verhoogd met

        • een sanctietoeslag van 150 EUR per dag dat de niet-vergunde inname bestaat, én
        • een eenmalige administratieve belasting van 50 EUR.

        Als de inname van het openbaar domein blijft bestaan na de dag van de vaststelling, dient onverwijld een aanvraag te worden ingediend voor verdere inname van het openbaar domein. De belasting hiervoor zal worden berekend op basis van een verlenging zoals voorzien in artikel 4 van dit reglement, met ingang van de dag na de vaststelling.

        Indien geen aanvraag wordt ingediend binnen de drie (3) werkdagen na verzending van de eerste vaststelling van inname van het openbaar domein zonder vergunning, kunnen de politie of beëdigde ambtenaar vaststelling doen, teneinde de materialen en machines, waarmee het openbaar domein zonder vergunning werd ingenomen, te laten verwijderen. De kosten om de niet vergunde inname te verwijderen vallen volledig ten laste van de personen zoals voorzien in artikel 2 en artikel 6 van dit reglement. De periode dat de niet vergunde inname van het openbaar domein heeft bestaan, zal ook aangerekend worden conform het bedrag van een verlenging zoals voorzien in artikel 4 van dit reglement.


        Artikel 7:

        Het intrekken van de machtiging bij politiemaatregel wegens een fout van de betrokkene of het afzien van deze laatste van het genot van de gegeven machtiging, brengt voor de begunstigde van de machtiging geen enkel recht mee op de terugbetaling van de reeds gestorte sommen.

         

        Artikel 8:

        De belasting is verschuldigd zonder dat de betrokkene kan aanspraak maken op enig onherroepelijk recht van concessie noch erfdienstbaarheid op het openbaar domein, doch integendeel de plicht heeft bij het eerste verzoek van de overheid het toegestaan gebruik op te heffen of te beperken en zonder daarom aanspraak te maken op enige vergoeding.

        De betaling van de belasting brengt voor de gemeente geen speciale toezichtstaak mee. Het gebruik van het openbaar domein gebeurt op eigen risico van de begunstigde van de machtiging en onder zijn verantwoordelijkheid.

         

        Artikel 9:

        De inning van de belasting gebeurt uitsluitend via elektronische betaling. Hiertoe wordt aan de begunstigde van de machtiging een digitale betaallink verzonden. De vergunning wordt pas afgeleverd na ontvangst van de volledige betaling. 

         

        Artikel 10:

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

         

        Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

         

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk ingediend worden en ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.

         

        Het bezwaarschrift kan ook online worden ingediend via www.lennik.be in zover in deze mogelijkheid wordt voorzien en binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in dit artikel. Meldingen via andere duurzame dragers zoals e-mail worden niet als bezwaarschrift aanvaard.


        Artikel 11:

        Deze beslissing wordt overeenkomstig artikel 286, §1, 3°  van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente.

        De toezichthoudende overheid wordt in kennis gesteld van de bekendmaking overeenkomst artikel 330 van het hetzelfde Decreet.


        Artikel 12:

        Het besluit van de gemeenteraad van 23 november 2022 betreffende het belastingreglement op inname van het openbaar domein wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van onderhavig reglement.

         

        Artikel 13:

        Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en blijft van toepassing tot en met 31 december 2031.

    • Jeugd

      • Vrije Tijd - Politieverordening eindejaarsfuif - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Op 31 december 2025 organiseert KLJ hun jaarlijkse oudejaarsfuif en er dienen hiervoor bijkomende maatregelen genomen te worden.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        - decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41;

        Regelgeving:
         
        - Politieambt van 5 augustus 1992;
         
        - Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer;
         
        - Algemeen Politiereglement van politiezone Pajottenland goedgekeurd op de gemeenteraad van 17 september 2025
        Feiten, context en argumentatie

        KLJ Sint-Martens-Lennik organiseert jaarlijks met oudejaarsavond een fuif. Net als vorig jaar zal de fuif georganiseerd worden op de terreinen van KFC Lennik. 

        De tent heeft een maximum capaciteit van 1.800 bezoekers.

        Tijdens deze avond is er heel wat volk op de baan richting de fuif. Mensen uit Lennik maar ook uit de omliggende gemeenten.

        Om alles is goede banen te leiden en de openbare orde te kunnen garanderen werden er een aantal bijkomende politionele maatregelen genomen.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Onthouders: Marie Vetsuypens
        Resultaat: Met 20 stemmen voor, 1 onthouding
        Besluit

        Artikel 1:

        Op 01-01-2026 zijn de organisatoren van fuiven verplicht hun inrichting te sluiten en te ontruimen om 06u00. Het verkoop van dranken zal worden stopgezet om 05u00.

        Artikel 2:

        Het is verboden vanaf woensdag 31-12-2025 18u00 tot en met donderdag 01-01-2026 08u00 over te gaan tot verkoop, het gebruik en het bezit van spuitbussen, vuurwerk en andere voorwerpen of stoffen die schade kunnen veroorzaken, op het grondgebied van Lennik en op het openbaar vervoer.

        Artikel 3:

        Van woensdag 31-12-2025 18u00 tot en met donderdag 01-01-2026 08u00 is het verboden sterke drank (meer dan 22% alcohol) bij zich te hebben en te verkopen op de openbare weg. De verkoop vanuit uitstalramen van cafés en in de nachtwinkels is eveneens verboden.

        Artikel 4:

        De lokale en federale politie (en de controleurs van De Lijn in en rond de halteplaatsen en op de bussen van De Lijn) zullen toezicht houden op deze politieverordening en kunnen gebeurlijk overgaan tot inbeslagname van de verboden zaken en sterke dranken.

        Artikel 5:

        Deze politieverordening geldt van woensdag 31-12-2025 18u00 tot en met donderdag 01-01-2026 08u00.

        Artikel 6:

        Overtreding van de bepalingen van deze politieverordening kunnen gesanctioneerd worden met een administratieve geldboete van maximum 500 euro.

        Artikel 7:

        Afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan de Gouverneur van de Provincie, aan de griffie van de rechtbank van Eerste Aanleg, aan de griffie van de politierechtbank en aan de sanctionerende ambtenaren van de provincie Vlaams-Brabant.

        Artikel 8:

        De gemeenteraad keurt bovenstaande politieverordening aangaande de eindejaarsfuif 2025-2026 in Lennik goed.

    • Burgerlijke stand & bevolking

      • Burgerzaken - Huwelijksplechtigheden - Reglement - goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Het huidige reglement dient geactualiseerd te worden om het organiseren van huwelijksplechtigheden te optimaliseren en de tarieven af te stemmen op de huidige context. 

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        • Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994; 
        • Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het Decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017;
        • de wet van 12 juli 2009 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de plaats van het huwelijk betreft . 

         

        Regelgeving:

        • het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
        • de beslissing van de gemeenteraad van 21 november 2019 inzake de belasting op het afleveren van administratieve stukken; 
        • de omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit;
        • de beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure
        • de gemeenteraadsbeslissing van 21 mei 2021 betreffende huwelijksplechtigheden.   
        Feiten, context en argumentatie

        Omdat er steeds meer huwelijken aangegaan worden om administratieve redenen waardoor er geen omkaderende plechtigheid gewenst is, wordt de mogelijkheid geboden om het huwelijk te voltrekken in het gemeentehuis, meer bepaald in het bureau van de burgemeester, enkel op maandagen. 

        Omdat er nood is aan een duidelijk overzicht van beschikbare data voor het voltrekken van een huwelijk zal jaarlijks een kalender opgemaakt worden met beschikbare maandagen, vrijdagen en zaterdagen. Voor huwelijken op zaterdag wordt één zaterdag per maand voorzien.

        Een vaste kalender laat bovendien toe dat de organisatie van de plechtigheden vlotter kan verlopen.

        Financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Onthouders: Kristien Van Vaerenbergh
        Resultaat: Met 20 stemmen voor, 1 onthouding
        Besluit

        Artikel 1

        Een huwelijk kan plaatsvinden:

        • in de raadzaal van de Dekenij
        • in de dekenijtuin (enkel als de weersomstandigheden het toelaten)
        • in het bureau van de Burgemeester (enkel op maandag)

        Artikel 2

        Huwelijksplechtigheden kunnen plaatsvinden volgens de jaarlijks vastgestelde beschikbare data.

        De beschikbare data worden bij aanvang van elk kalenderjaar op de website gepubliceerd voor de komende 2 jaar.

        Huwelijksplechtigheden zullen aaneensluitend plaatsvinden van zodra er voor een bepaalde dag al een huwelijksplechtigheid vastgelegd werd.

        Artikel 3:

        Een huwelijksplechtigheid zonder een glaasje achteraf wordt verondersteld maximum 30 minuten te duren, met een glaasje achteraf maximum 60 minuten. Dit om de aanvang van volgende huwelijken vlot te laten verlopen.

        Het aantal aanwezigen dient bij de huwelijksaangifte aangegeven te worden. De maximumcapaciteit voor het aantal personen in de Raadzaal is 50.

        Artikel 4

        De huwelijken die in het bureau van de burgemeester voltrokken  worden vinden plaats in beperkte kring ( enkel  in aanwezigheid van het bruidspaar en eventuele getuigen).

        Artikel 5:

        De retributie voor huwelijken die voltrokken worden op vrijdag bedraagt 100€ (hierin inbegrepen: trouwboekje ter waarde van 25€ en plechtigheid met drankje ).

        De retributie voor de huwelijken die op zaterdag voltrokken worden 200€ (hierin inbegrepen: trouwboekje ter waarde van 25€ en plechtigheid met drankje ).

        Er is geen retributie verschuldigd voor de huwelijken die op maandag voltrokken worden (niet inbegrepen maar mogelijk indien gewenst: trouwboekje ter waarde van 25€).

        Artikel 6:

        Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en vervangt het reglement op de huwelijksplechtigheden van 21 mei 2021.

        Artikel 7: 

        Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente.  De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

      • Burgerzaken – Belastingsreglement op het afleveren van administratieve stukken - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Het huidige reglement bereikt zijn einddatum.  Een actualisatie is noodzakelijk om de tarieven te optimaliseren en af te stemmen op de huidige context.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        • Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994; 
        • Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het Decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Regelgeving:

        • het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
        • de beslissing van de gemeenteraad van 21 november 2019 inzake de belasting op het afleveren van administratieve stukken; 
        • de omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit;
        • de beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure.
        Feiten, context en argumentatie

        Het reglement van 21 november 2019 inzake de belasting op het afleveren van administratieve stukken bereikt zijn einddatum en sluit niet langer aan bij de actuele dienstverlening en gestegen kosten.  Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

        Financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Tegenstanders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Resultaat: Met 16 stemmen voor, 5 stemmen tegen
        Besluit

        Artikel 1: 
        Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 gelden voor het artikel 4 vermelde bedragen inzake belastingen gevestigd op het afleveren door het gemeentebestuur van administratieve stukken. 

        Artikel 2: 
        De belasting is verschuldigd door de persoon of de instelling aan wie het administratief stuk op verzoek of ambtshalve wordt uitgereikt. 

        Artikel 3: 

        Geeft geen aanleiding tot de toepassing van de belasting de afgifte van: 
        •    stukken onderworpen aan de betaling van een speciaal recht ten voordele van de gemeente krachtens een wet, een decreet of een reglement; 
        •    stukken die kosteloos moeten afgeleverd worden krachtens een wet, een decreet of een reglement. 

        Artikel 4: 
        De belasting wordt vastgesteld als volgt: 
        •    De door het ministerie van Binnenlandse Zaken vastgestelde kostprijs wordt vermeerderd met volgende belasting 

         Voor identiteitskaarten en verblijfsvergunningen afgeleverd aan Belgische onderdanen en aan
         vreemdelingen (eerste aflevering, vernieuwing en duplicaat)
         7 euro  
         Voor reispaspoorten / reistitels +18 jaar  25 euro
         Voor reispaspoorten / reistitels -18jaar  5 euro
         Voor rijbewijzen  7 euro


        •    Eenzijdige beëindiging wettelijk samenwonen

         Aanstelling gerechtsdeurwaarder 350 euro

         

        Artikel 5:
        De belasting waarvan sprake in artikel 4 van dit reglement moet bij het afleveren van de stukken betaald worden d.m.v. contante of elektronische betaling.

        Artikel 6: 
        Dit reglement vervangt het reglement "Belastingsreglement op het afleveren van administratieve stukken " van 31 november 2019 met ingang van 1 januari 2026.

        Artikel 7:

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk ingediend worden en ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.

        Het bezwaarschrift kan ook online worden ingediend via www.lennik.be in zover in deze mogelijkheid wordt voorzien en binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in dit artikel. Meldingen via andere duurzame dragers zoals e-mail worden niet als bezwaarschrift aanvaard.

        Artikel 8:

        Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente.  De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.



    • Economie

      • Vrije Tijd - Retributiereglement op standplaatsen op markten, kermissen, rommelmarkten en boerenmarkten – Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Het huidige retributiereglement op standplaatsen op markten, kermissen, rommelmarkten en boerenmarkten loopt ten einde op 31 december 2025 en vraagt om een vernieuwing voor de nieuwe beleidsperiode 2026-2031.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        • het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 40 & 41
        • Artikel 41, 162 en 173 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994

         

        Regelgeving:

        • Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
        • Koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten
        • Koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie
        • Decreet van 3 maart 2023 tot afschaffing van de voorafgaande machtiging voor de uitoefening van ambulante of kermisactiviteiten en tot wijziging van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 juni 2003 betreffende de controletaak van de erkende ondernemingsloketten ter gelegenheid van de inschrijving van handels- of ambachtsondernemingen in de Kruispuntbank van Ondernemingen, het koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten, het koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie en tot opheffing van het koninklijk besluit van 24 september 2006 houdende vaststelling van de vergoeding van de erkende ondernemingsloketten voor het beheer van de machtigingen van ambulante activiteiten en van de machtigingen van kermisactiviteiten
        • De Beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van niet-fiscale ontvangsten en vaststelling van de factuurvoorwaarden.

        Feiten, context en argumentatie

        De geldigheidsperiode van het bestaande retributiereglement, goedgekeurd op de gemeenteraad van 21 november 2019, verloopt op 1 januari 2026.

        Voor de retributie voor markten en kermissen is er geen verhoging van de retributie geweest sinds 2014. De retributie voor rommelmarkten werd in 2019 verlaagd. In het licht van een noodzakelijke indexering (verhoogde nutskosten, algemene inflatie,…) van de tarieven en na onderzoek van de geldende tarieven in omliggende gemeenten wordt beslist om de tarieven te verhogen voor de nieuwe beleidsperiode 2026-2031.

         

         

         

        Financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Tegenstanders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Resultaat: Met 16 stemmen voor, 5 stemmen tegen
        Besluit

        Artikel 1:

        Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op alle wagens, kramen, barakken of foorinrichtingen die op het openbaar domein worden geplaatst op kermissen en marktdagen.

         

        Artikel 2: Retributies:

        Deze belasting zal berekend worden in evenredigheid tot de oppervlakte van de inrichting:

        • voor de kermissen              : 2 euro per vierkante meter met een minimum bedrag van 125,00 euro per foorreiziger, frietkraam en andere en per kermis;
        • voor de marktdagen           : 2 euro de strekkende meter en per marktdag voor marktkramers met een abonnement (12 maanden)

        4 euro de strekkende meter en per marktdag voor marktkramers zonder abonnement (losse standplaats)

         

        • voor de rommelmarkt         : tegen 1 euro per verkoper en per marktdag, doch met een minimum van 25,00 euro;

        Als de rommelmarkt niet doorgaat (slecht weer, onvoldoende aanwezigen,…) is geen retributie verschuldigd. De organisator maakt hiervoor de nodige bewijsstukken over aan het college van burgemeester en schepenen.

        • voor de boerenmarkt          : tegen 1 euro per verkoper en per weekdag, doch met een minimum van 25,00 euro per marktdag.

        Als de boerenmarkt niet doorgaat (slecht weer, onvoldoende aanwezigen,…) is geen retributie verschuldigd. De organisator maakt hiervoor de nodige bewijsstukken over aan het college van burgemeester en schepenen.

         

        Artikel 3:Betaling

        • Kermis

        Voor de kermiskramen wordt het volledige bedrag van de belasting tenminste 1 week voor de aanvang van de kermis voldaan.

         

        • Wekelijkse markt

        Marktkramers met abonnement: Voor de wekelijkse markt wordt de belasting voor een termijn van 6 maanden vooraf betaald. De marktkramer zal deze vergoeding tenminste 1 week voor de aanvang van de zesmaandelijkse periode op een rekening van de gemeente storten.

        Marktkramers zonder abonnement (losse standplaatsen): Voor de wekelijkse markt wordt de belasting per marktdag vooraf betaald worden op een rekening van de gemeente. Op eenvoudige vraag zal de marktkramer aan de marktleider een bewijs van betaling voorleggen.

         

        • Rommelmarkt/Boerenmarkt

        De belasting voor de rommelmarkten en de boerenmarkten worden geïnd door het organiserend marktbestuur en worden, op verzoek van het gemeentebestuur, jaarlijks doorgestort.

        Artikel 4: Opkuis

        De gebruikers zullen zelf instaan voor de opkuis van de marktplaats.

        Artikel 5: Elektriciteit

        • Kermis

        De gebruikers zullen zelf zorgen voor hun aansluiting van de elektriciteit op het gemeentelijk net.

        De retributie per kermis bedraagt:

        • Voor een aansluiting 16 A: € 30
        • Voor een aansluiting 32 A: € 80
        • Voor een aansluiting 63 A: € 160
        • Wekelijkse markt/Rommelmarkt/Boerenmarkt

        De standhouders van deze markten kunnen hun inrichting aansluiten op de elektriciteitskasten van de gemeente voor zover het verbruik in verhouding is met de lengte of grootte van hun inrichting en de betaald retributie voor de standplaats.

        Artikel 6:

         

        Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente.  De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

        Artikel 7:

        Deze verordening vervangt de verordening goedgekeurd bij gemeenteraadsbesluit van 21 november 2019 vanaf 1 januari 2026.

      • Vrije Tijd - gemeentelijk reglement voor het plaatsen van terrassen, promotionele uitstallingen en dergelijke op openbaar en privaat domein - goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Aanpassing van het gemeentelijk reglement voor het plaatsen van terrassen, promotionele uitstallingen en dergelijke op openbaar en privaat domein voor de beleidsperiode 2026-2031.

        Regelgeving

        Bevoegdheidsgrond:

        • het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 40 & 41;

         

        Regelgeving:

        • Het Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 betreffende de basisnormen voor preventie tegen brand en ontploffing, zoals laatst gewijzigd bij KB van 20 mei 2022 ;

        Het plaatsen van terrassen, uitstallingen, luifels, parasols en dergelijke, op het openbaar domein vergt bijzondere maatregelen met het oog op de openbare veiligheid en de kwaliteit van de beleving;

         

        Voor de handelskern van Lennik zijn specifieke richtlijnen van kracht om een aangename sfeer te creëren welk aanzet tot gezellig winkelen en verblijven in de handelskern ter ondersteuning van  zowel de horeca als de handel.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Onthouders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Resultaat: Met 16 stemmen voor, 5 onthoudingen
        Besluit

        Artikel 1:

        Het gemeentelijk reglement inzake het plaatsen van terrassen, promotionele uitstallingen en dergelijke op openbaar en privaat domein  zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van  20 februari 2017 wordt volledig vervangen door onderhavig reglement:

        Reglement voor het plaatsen van terrassen, promotionele uitstallingen en dergelijke op openbaar en privaat domein:

        Titel I. Definities en algemeenheden


        Artikel 1. Definities

        Openbaar domein: alle goederen in het bezit van een openbaar rechtspersoon, beheerd door een bestuurlijke overheid en toegankelijk voor publiek

        Stedenbouwkundige vergunning: een vergunning die afgeleverd wordt in het kader van de Vlaamse codex Ruimtelijke ordening

        Terras: elke inname van het openbaar domein, die als open uitbreiding van een horeca-uitbating dient, bestaande uit tafels, stoelen, banken, parasols, luifels, terrasafscherming, verwarmingselementen, aankondigingsborden, plantenbakken, verhoogde vloeren en dergelijke.

        Zomerterras: een terras dat ieder jaar opnieuw wordt geplaatst van 1 maart tot en met 31 oktober en waarbij een vrije doorgang voor voetgangers of rolstoelgebruikers van 1,50 m blijft gevrijwaard, volgens een van de schema ’s in bijlage A. Een zomerterras heeft geen permanent karakter.

        Jaarterras: terras dat vergund wordt van 1 januari tot en met 31 december, volgens een van de schema ’s in bijlage A, waarbij een vrije doorgang voor voetgangers en rolstoelgebruikers van 1,50 m blijft gevrijwaard.  Een jaarterras heeft een permanent karakter.

        Terrasuitbreiding: tijdelijke uitbreiding van het vergund terras wanneer de horecazaak gelegen is in een voor het verkeer tijdelijk afgesloten zone ter gelegenheid van een door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurde manifestatie.

        Terraszone: het gebied waarbinnen het terras dient te worden opgesteld

        Terrasconstructie: elementen zoals luifels, terrasafscherming, verhoogde vloeren en plantenbakken, zonder dat deze opsomming als beperkend mag aanzien worden

        Terrasmeubilair: elementen zoals tafels, stoelen, parasols en luifels, zonder dat deze opsomming als beperkend mag aanzien worden.

        Terrasvergunning: vergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor de uitbating van een terras op het openbaar domein

        Hindernissen: vaste elementen zoals parkeermeters, voetpadkasten van nutsmaatschappijen, verlichtings- of signalisatiepalen, putdeksels, vuilnisbakken, technische infrastructuur en andere

        Plein: openbare ruimte tussen gebouwen, welke zich van de aanpalende straten onderscheidt door zijn afwijkende breedte en lengte

        Kerngebied: zone die als kerngebied is aangeduid en waarbinnen bijkomende voorwaarden van kracht zijn.

        Eerste aanvraag: elke aanvraag die voor de eerste maal of na een onderbreking van meer dan twee jaar aangevraagd wordt

        Administratieve aanvraag: iedere aanvraag voor overdracht of verlenging van de vergunning

        Publiciteitspaneel: elke constructie met aanduiding of verwijzing naar de in de aanpalende zaak te koop aangeboden producten of diensten.

        Voetgangerszone: de zone die de passage van de voetgangers aanduidt en minstens 1,50 m breed is.

        Parasols: alle losstaande constructies, gebruikt ter bescherming tegen de zon en andere weersomstandigheden

        Luifel: een uitgespannen, uitklapbaar of oprolbaar zeil tot bescherming tegen felle zon en bevestigd tegen een gevel. Hiervoor is een stedenbouwkundige vergunning vereist.

        Titel II. Inname van het openbaar domein

        Hoofdstuk I. Toepassingsgebied:

        Artikel 2.

        De hiernavolgende verordenende maatregelen hebben betrekking op een tijdelijke of permanente en duidelijk begrensde bezetting van het openbaar domein met het oog op het uitbaten van een terras, promotiestand, publiciteitspaneel.

        De bepalingen van dit gemeentelijk reglement zijn van toepassing op het volledige grondgebied van de gemeente Lennik.

        Dit reglement is niet van toepassing op tijdelijke vergunningen voor het plaatsen van terrassen en/of standen op het openbaar domein, ter gelegenheid van en tijdens de duur van evenementen.

        Artikel 3.

        Indien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op een terras binnen het kerngebied zoals hieronder beschreven en weergegeven in kaart, gelden specifieke voorwaarden verder beschreven in dit reglement.

        Dit kerngebied bevat de volgende straten: Markt, Andreas Masiusplein, Karel Keymolenstraat (Markt – SIGO), Hendrik Ghijselenstraat, Schoolweg, Kroonstraat (van kruispunt Frans Van der Steenstraat tot aan kruispunt Schoolweg), Frans van der Steenstraat (vanaf kruispunt Kroonstraat tot aan Keitse), Alfred Algoetstraat (vanaf de Markt tot aan Gustaaf Van der Steenstraat), Albert Vanderkelenstraat, Stationsstraat (tussen Albert Vanderkelenstraat en Andreas Masiusplein), Borrekeitse (kruispunt Markt - Borrekeitse).

        Er wordt binnen het toepassingsgebied van deze afbakening gestreefd naar een kwaliteitsvol en uniform straatbeeld. Ook per zaak moeten – in functie van die eenheid – de diverse kwaliteitsvolle elementen op elkaar afgestemd worden en een geheel vormen.

        De inrichting van elk terras moet het duurzame, landelijke karakter van Lennik en de omgeving ondersteunen.

        De exacte bepalingen van deze kwaliteitsnormen binnen het kerngebied zijn opgenomen onder titel III, hoofdstuk II.

        Artikel 4.

        Binnen het kerngebied valt een terras geheel of gedeeltelijk op privaat domein maar grenzend aan en goed zichtbaar vanaf het openbaar domein, ook onder de bepalingen van dit reglement.

        Hoofdstuk II. Vergunningen

        Afdeling 1. Algemeen

        Artikel 5. Vergunnende overheid

        Het plaatsen van een terras, promotiestand, publiciteitspaneel bij handelszaken op het openbaar domein is verboden, tenzij daartoe een schriftelijke en voorafgaande vergunning van het college van burgemeester en schepenen werd afgeleverd.

        Artikel 6. Periode van het jaar

        De terrasvergunning kan worden verleend voor:

        a)         Een periode van 1 maart tot en met 31 oktober voor een zomerterras

        b)         Een periode van 12 maanden voor een jaarterras

        Artikel 7. Houder van de vergunning

        De vergunning voor inname van het openbaar domein voor een terras, promotiestand, publiciteitspaneel kan enkel verkregen worden voor de ruimte gelegen in de nabije omgeving van de betrokken handelszaak en uitsluitend door de uitbater of eigenaar van de betrokken zaak met uitzondering van vergunningen afgeleverd tijdens evenementen.

        Artikel 8. Voorwaarden

        De infrastructuur waarvoor een vergunning verleend wordt mag voor geen andere doeleinden worden gebruikt, dan deze ingeschreven in de vergunning.

        Het college van burgemeester en schepenen kan aan de vergunning voorwaarden verbinden in verband met:

        a) de inrichting en vormgeving van het terras, promotiestand, publiciteitspaneel

        b) de afbakening van de in te nemen zone

        c) de hygiëne,

        d) openbare veiligheid.

        De infrastructuur waarvoor de vergunning verleend wordt moet voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in dit reglement. Daarenboven dienen de voorwaarden van de Codex Ruimtelijke Ordening nageleefd te worden. Dit impliceert dat er voor sommige aanvragen tevens een stedenbouwkundige vergunning moet aangevraagd worden.

        Artikel 9. Vergunning

        Elke ingebruikname van het openbaar domein moet gebeuren volgens de verkregen vergunning(en) en het bijhorend inplantingsplan, zoals afgeleverd door de gemeente Lennik;

        Afdeling 2. Procedure

        Artikel 10. Aanvraag

        §1 Vormvereisten

        De vergunning inname van het openbaar domein voor een terras, promotiestand, publiciteitspaneel wordt aangevraagd door de exploitant van de handelszaak via het daartoe bestemde aanvraagformulier. Voor elke vorm van infrastructuur voor inname van het openbaar domein, zoals hierboven beschreven, dient in principe een afzonderlijke aanvraag te worden ingediend.

        De aanvraag wordt via het e-loket of afgifte tegen ontvangstbewijs ingediend bij de gemeente Lennik.

        De aanvraag moet bij de bevoegde dienst toekomen minstens 30 werkdagen voorafgaande aan de gewenste ingebruikname. Voor een aanvraag van een zomerterras kan dit pas in het jaar van de gewenste ingebruikname aangevraagd worden.

        Het aanvraagformulier moet behoorlijk ingevuld en vergezeld zijn van:

        -              Een duidelijke situatietekening (door markeringen van de betreffende plaats op een stratenplan).

        -              Een gedetailleerd inplantingsplan, betreffende een zone tot minimum 2 m rond de gevraagde oppervlakte waarop alle te plaatsen terrasconstructies en -meubilair zijn ingetekend, alsook het aanwezige straatmeubilair, de technische infrastructuur e.d., met vermelding van de afmetingen van de ingebruikname van het openbaar domein. De opstelling van het terras dient te beantwoorden aan één van de schema ’s in bijlage A, volgens de hierin vermelde situatie.

        -              Een beschrijving (technische tekening, materiaalstalen, attesten, foto’s en/of afbeeldingen) van het aantal, de vorm, de aard, de kleur, de materialen en afmetingen van alle voorwerpen en hun eventuele verankeringen. We verwijzen hiervoor naar art. 25 van dit reglement. Dit moet toelaten een duidelijk beeld te vormen van de beoogde inname.

        -              Minstens 3 relevante foto’s van de in gebruik te nemen oppervlakte en het aangrenzend pand of gebied.

        -              Een plaatsbeschrijving van het openbaar domein met vermelding van eventuele gebreken (gestaafd door fotomateriaal). Indien deze plaatsbeschrijving ontbreekt, wordt het openbaar domein in goede staat geacht.

        -              De aanvraag bouwvergunning, indien de Codex Ruimtelijke Ordening dit noodzaakt

        De aanvraag wordt als onontvankelijk en onvolledig beschouwd en afgewezen indien niet alle bijlagen bij de aanvraag zijn gevoegd.

        De termijn van 30 (dertig) dagen zoals voorzien in het derde lid zal pas ingaan op het ogenblik dat de administratie het dossier volledig en ontvankelijk verklaart bij gewoon schrijven. Indien uit de aanvraag blijkt dat er een stedenbouwkundige vergunning vereist is wordt de termijn van het afleveren gelijkgesteld met het afleveren van de stedenbouwkundige vergunning en vervalt de termijn van 30 dagen.

        §2 Extra vergunningen

        Indien de aanvraag betrekking heeft op de inname aan een gewestweg wordt bijkomend en voorafgaand een vergunning gevraagd aan het Agentschap Wegen en Verkeer. In geval vergunning wordt gevraagd aan Agentschap Wegen en Verkeer, wordt de termijn van 30 werkdagen voorafgaande aan de gewenste ingebruikname, opgeschort tot het advies verkregen is.

        Artikel 11. Verstrekken vergunning

        De vergunning wordt afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op naam van de aanvrager.

        Artikel 12. Administratieve aanvraag

        Bij wijziging van één van de elementen op het terras, promotiestand, publiciteitspaneel (oppervlakte, meubilair, constructies e.a.) dient een nieuwe vergunning te worden gevraagd. Bij aanvraag tot overdracht of hernieuwing van de vergunning, of bij naamswijziging van de zaak, volstaat schrijven via email gericht aan het college van burgemeester en schepenen waarin expliciet vermeld wordt dat het om een eerder vergunde en dus dezelfde inname van het openbaar domein gaat. In dit geval wordt de aanvraag als ‘administratief’ behandeld. Deze aanvraag dient jaarlijks te gebeuren.

        Afdeling 3. Duur van de vergunning

        Artikel 13. Termijn

        De vergunning voor een zomerterras wordt jaarlijks afgeleverd, voor een jaarterras valt deze samen met de termijn van de omgevingsvergunning, beide onverminderd art. 16.

        Artikel 14. Tijdelijke voorwaarden en veiligheid

        §1 Beperkingen

        Het college van burgemeester en schepenen behoudt het recht om tijdelijke beperkende voorwaarden op te leggen, die toelaten om andere activiteiten/evenementen (markten, stoeten, braderieën en dergelijke) te organiseren.

        Bij evenementen, markten en dergelijke waarbij de inrichting van terrassen, promotiestand, publiciteitspaneel de goede orde, organisatie en veiligheid kunnen hinderen dient de geplaatste infrastructuur op eerste verzoek weggenomen te worden.

        §2 Veiligheid

        In geval van gevaar en voor de doorgang van politie- en/of hulpdiensten of bij maatregelen van openbare veiligheid moet het terras, promotiestand, publiciteitspaneel onmiddellijk worden weggenomen door de uitbater of het personeel en dit op het eerste verzoek van de politie of de aanwezige verantwoordelijke van de hulpdiensten.

        §3 Kosten van ontruiming

        De kosten voor de ontruiming van het terras, promotiestand, publiciteitspaneel zijn ten laste van de vergunninghouder en kunnen niet verhaald worden op de overheid.

        Artikel 15. Wijziging, intrekking of opschorting

        Het college van burgemeester en schepenen kan de vergunning te allen tijde wijzigen, opschorten of intrekken.

        De vergunning vervalt indien:

        a) de vergunninghouder er schriftelijk aan verzaakt

        b) de vergunninghouder wijzigt

        c) er een gewijzigde terrasvergunning wordt goedgekeurd

        d) er twee opeenvolgende jaren geen regelmatige effectieve inname of uitbating heeft plaatsgevonden.

        Terrassen welke gedurende de openingsdagen van de uitbating, bij aannemelijke klimatologische omstandigheden, niet gebruikt worden of waar helemaal geen gebruik meer van gemaakt wordt, worden beschouwd als niet regelmatig effectief ingenomen of uitgebaat.

        Artikel 16. Onmiddellijke intrekking

        De vergunning kan worden ingetrokken indien:

        a) de voorwaarden van de vergunning niet gerespecteerd worden

        b) de openbare orde en veiligheid in het gedrang komt

        c) het terras hinder veroorzaakt aan het leefmilieu en/of de directe omgeving.

        De houder van de vergunning kan in geen geval aanspraak maken op een schadevergoeding.

        Artikel 17. Controle

        De vergunning voor inname van het openbaar domein voor een terras, promotiestand, publiciteitspaneel die wordt afgeleverd op basis van deze verordening moet steeds aanwezig zijn in de handelszaak.

        De vergunninghouder of diens aangestelde zal tijdens de normale openingsuren steeds aan alle bevoegde personen toelating geven voor controle en bezichtiging van de inrichting of installatie en zal de vergunning voor inname van het openbaar domein voor een terras, promotiestand, publiciteitspaneel op verzoek moeten voorleggen.

        Artikel 18. Winterperiode

        De terrasvergunning voor het jaarterras kan volgens een ander inplantingsplan dan dat van het zomerterras geplaatst worden.

        Het jaarterras dient effectief uitgebaat te worden; het mag niet gebruikt worden voor het stapelen van allerhande zaken (als opslagplaats).

        Hoofdstuk III. Aansprakelijkheid

        Artikel 19. Andere vergunningen

        De vergunning voor inname van het openbaar domein voor een terras, promotiestand, publiciteitspaneel stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, indien deze nodig zouden zijn, zoals onder meer, doch niet beperkt tot:

        -              Stedenbouwkundige vergunningen volgens de Vlaamse Codex  ruimtelijke ordening

        -              Vergunning of machtiging van het Agentschap Wegen en Verkeer

        -              Vergunning of machtiging van het Agentschap Ruimte en Erfgoed

        De vergunning stelt de aanvrager evenmin vrij van zijn verplichtingen op grond van het burgerlijk recht.

        Artikel 20. Aansprakelijkheid gemeentebestuur

        Het verlenen van een vergunning legt geen enkele verplichting, noch aansprakelijkheid bij de gemeente in verband met het behoeden van de op het openbaar domein geplaatste voorwerpen.

        Artikel 21. Aansprakelijkheid vergunninghouder

        De vergunninghouder blijft steeds verantwoordelijk voor een correcte plaatsing van de vergunde constructie. Er mag slechts een oppervlakte worden ingenomen binnen de afmetingen van de vergunning.

        Zo de ingenomen oppervlakte groter is dan deze welke vergund werd door het college van burgemeester en schepenen, zal de vergunninghouder, naast de sancties reeds voorzien in het reglement, aangemaand worden om de constructie te verminderen tot de in de vergunning geplaatste oppervlakte of in zijn geheel te verwijderen.

        In geval een constructie niet wordt geplaatst volgens de afgeleverde vergunning of met toepassing van artikel 15  of 16 van dit reglement, moet worden verwijderd, dient de plaats onmiddellijk in de oorspronkelijke staat hersteld te worden op eerste verzoek van het college van burgemeester en schepenen. Indien de overtreder nalaat deze werken uit te voeren, zullen zij uitgevoerd worden door de gemeente. Alle kosten vallen ten laste van de overtreder, onafgezien van burgerlijke en strafrechtelijke vervolging.

        Artikel 22. Aansprakelijkheid ten opzichte van derden

        De houder van de vergunning blijft verantwoordelijk voor alle schade en ongevallen aan derden of aan het openbaar domein, die het gevolg zouden zijn van het plaatsen van een terras, stand of uitstalling.

        Titel III. Inrichting van het terras

        Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

        Artikel 23. Inname openbaar domein

        De toegangen tot gebouwen moeten steeds vrij blijven over de gehele breedte. De inname van openbaar domein moet voldoen aan de inplanting vastgelegd in bijlage A. 

        De inname van het openbaar domein mag niet van dien aard zijn dat de bereikbaarheid of het gebruik van erfdienstbaarheden van algemeen nut en van technische infrastructuur zoals hydranten, gasafsluitkranen, mangaten, deksels e.d. bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt wordt, deze moeten steeds dadelijk bereikbaar zijn voor de hulpdiensten en niet afgedekt worden door terrasvloeren en meubilair. Ook aanduidingen en de installaties van openbaar of algemeen nut moeten altijd vrij blijven en goed bereikbaar zijn.

        De inname van het openbaar domein is beperkt tot de ruimte in de directe omgeving van de eigen handelszaak en kan, behoudens uitdrukkelijke toelating daartoe in de vergunning, nooit breder zijn dan de breedte van de gevel van deze zaak. Mogelijke uitzonderingen hierop zijn de inname van het openbaar domein bij openbare pleinen. Wanneer het terras, promotiestand, publiciteitspaneel niet uitsluitend voor de handelszaak maar ook gedeeltelijk voor een aanpalende eigendom wordt aangevraagd, dient het schriftelijk akkoord van deze eigenaar(s) bij de aanvraag te worden gevoegd. Dit schriftelijk akkoord dient jaarlijks vernieuwd te worden. Jaarterrassen kunnen enkel vergund worden vóór de betrokken handelszaak.

        Bijgebouwen, uitspringende daken, luifels, uitkragende delen of andere dergelijke toevoegingen zijn enkel toegelaten indien daardoor noch de evacuatie, noch de veiligheid van de personen, noch de actie van de brandweer in het gedrang komen. Ter hoogte van de logische looplijnen aan gevel- of straatkant moet steeds een doorlopende vrije doorgang (obstakelvrij) van minstens 1,50 m verzekerd zijn voor voetgangers, rolstoelgebruikers e.d., er moet over gewaakt worden dat er een minimum vrije doorgang van 4m steeds moet opengelaten worden voor hulpvoertuigen. In functie van de specifieke situatie in sommige straten of op sommige pleinen kunnen ook parkeerplaatsen ingenomen worden, voor zover deze gelegen zijn binnen de gevelbreedte van de betrokken zaak. Aan de principes van vrije doorgang voor de zwakke weggebruiker en van vrije doorgang voor gemotoriseerd verkeer en hulpvoertuigen kan niet getornd worden.

        Artikel 24. Verplaatsbaarheid

        Behoudens indien dit uitdrukkelijk is voorzien in de vergunning, worden de constructies op geen enkele manier bevestigd, gekoppeld, of aangesloten aan openbare eigendommen, technische infrastructuur of vreemde privaateigendommen.

        Binnen de vergunning zijn alle obstakels verboden die niet onmiddellijk door het personeel kunnen worden verplaatst en hierdoor hinder kunnen betekenen voor politie of hulpdiensten in geval van een gevaarsituatie.

        Artikel 25. Verankeringen en schade aan het openbaar domein

        Het verankeren in de grond is alleen toegestaan indien de verankeringsplaats op een esthetische en veilige manier verborgen wordt als dit element niet geplaatst is.

        De constructies mogen enkel bevestigd, gekoppeld etc. worden in het openbaar domein via verankeringstukken die door het college van burgemeester en schepenen vergund worden. Het gemeentebestuur houdt zich het recht voor om zelf de verankering te voorzien. In dat geval zullen de kosten hiervan verhaald worden op de  vergunninghouder.

        Ze mogen geen schade veroorzaken noch hinder of gevaar vormen voor personen en/of voertuigen.

        Bij eventuele gebeurlijke schade aan het openbaar domein, zal deze door de gemeente hersteld worden na tegensprekelijke schadevaststelling. Alle kosten hiervan zullen aan de vergunninghouder doorgerekend worden.

        Artikel 26. Leidingen

        In het openbaar domein mogen géén ondergrondse leidingen en aansluitputjes t.b.v. een vergunde inname van het openbaar domein aangebracht worden, tenzij deze door de gemeente bij herinrichting van pleinen en straten zelf voorzien worden. Deze leidingen dienen bovengronds, via daartoe bestemde leidinggootjes, afgeschermd te worden en zo weinig mogelijk hinder te veroorzaken aan de circulatie op of aan het onderhoud van het openbaar domein.

        De leidingen worden evenwel niet toegelaten op plaatsen waar gemotoriseerd verkeer doorkomt.

        Artikel 27. Orde en netheid

        Het terras, promotiestand, publiciteitspaneel dient steeds in goede staat van onderhoud en netheid worden gehouden.

        Het terras, promotiestand, publiciteitspaneel dient voorzien te worden van de nodige signalisatie en verlichting volgens de voorschriften in de wet, in deze verordening en op de vergunning vermeld.

        Elke exploitant en/of verantwoordelijke van een handelszaak is verplicht de ingenomen zone en de voetgangerszone voor zijn zaak rein te houden. Hij dient ervoor te zorgen dat er bij de reiniging geen vaste stoffen in de riolering terecht komen of op het openbaar domein achterblijven.

        Hij blijft verantwoordelijk voor het naleven van de gestelde maatregelen en zal erop toezien dat de in de vergunning vermelde voetgangerszone niet wordt ingenomen door klanten en dat de klanten de voorbijgangers niet hinderen.

        Artikel 28. Materialen

        Een terras kan enkel toegestaan worden indien dit is samengesteld is uit kwaliteitsvolle en duurzame materialen. De duurzaamheid en het kwaliteitsaspect worden per dossier in overleg met de indiener besproken. Voor het kerngebied, zoals vastgelegd in artikel 3, gelden specifieke voorwaarden.

        Alle elementen van het terras dienen expliciet in de vergunningsaanvraag te worden opgenomen.

        Uitstallingen en terraselementen mogen niet boven een afsluiting of hydrant van het waterleidingsnet of toezichtsputten van het rioleringsnetwerk geplaatst worden, tenzij deze bestendig bereikbaar blijven en doeltreffend gesignaleerd worden.

        Hoofdstuk II. Terrasmeubilair en andere constructiematerialen

        Artikel 29. Terrasafscherming

        § 1. Algemene bepalingen

        Het plaatsen van een terrasafscherming kan worden toegelaten op voorwaarde dat deze beantwoordt aan onderstaande voorwaarden:

        -              In functie van de veiligheid kan op advies van de politie terrasafscherming verplicht worden opgelegd.

        -              Er mogen alleen vergunde losse tafels, stoelen, banken, parasols, afbakeningen e.d. binnen het vergunde terras geplaatst worden.

        -              Ook alle andere uitrustingen, zoals verlichtings- en verwarmingselementen of technische leidingen, aankondigingsborden, verhoogde vloeren, groenelementen e.d. en hun eventuele verankeringspunten moeten expliciet vermeld zijn in de vergunning.

        §2. Specifieke bepalingen voor het kerngebied

        Binnen het kerngebied gelden specifieke bepalingen:

        -              De afscherming van terrassen binnen het kerngebied moeten voldoen aan de inplanting vastgelegd in bijlage A en aan de technische specificaties van het materiaalgebruik vastgelegd in bijlage B.

        -              Binnen het kerngebied wordt gestreefd naar uniformiteit in materiaalgebruik en kleurkeuze.

        -              Er wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarterrassen en zomerterrassen. In beide gevallen wordt uniformiteit nagestreefd;

        -              Er worden geen aanduidingen (logo, promotie, …) toegestaan op de terrasafscherming.

        Artikel 30. Luifels

        Het plaatsen van luifels is toegelaten. Luifels worden geplaatst op een hoogte vanaf 2,10 meter. Voor het kerngebied, zoals omschreven in artikel 3 van onderhavig reglement wordt een uniforme kleur vastgelegd. Er wordt gekozen voor de RALkleur 7016 (antracietgrijs).

        Artikel 31. Verlichtingselementen

        Het plaatsen van verlichtingselementen op de terrassen kan worden toegelaten op voorwaarde dat het verlichtingsniveau laag gehouden wordt.

        De verlichting dient verantwoord te zijn in verhouding met het gebruik van het terras en zijn omgeving en de plaatsing moet uitdrukkelijk in de vergunning vermeld zijn.

        De elektrische laagspanningsinstallatie moeten eveneens 5-jaarlijks worden gekeurd door een Externe Dienst voor Technische Controle.

        Artikel 32. Verwarmingselementen

        Het plaatsen van verwarmingselementen kan worden toegelaten.

        Om brandgevaar te voorkomen dienen zij op voldoende afstand van alle brandbare stoffen en materialen bevestigd te worden of opgesteld staan of er zodanig van afgezonderd zijn dat brandgevaar of aanraking voorkomen wordt.

        De gasleidingen zijn geel geschilderd. De voedingsleidingen naar de verbruikstoestellen zijn vast met eventuele uitzondering van het laatste deel van de leiding

        Verwarmingstoestellen dienen jaarlijks onderhouden te worden door een bevoegd technicus.

        De gasinstallaties (leidingwerk + de aangesloten gastoestellen) moeten 5-jaarlijks worden gekeurd door een Externe Dienst voor Technische Controle.

        Verwarmingselementen kunnen bevestigd worden aan de gevel.

        Artikel 33. Vloerbedekking

        Terrasvloeren, tapijten of enig andere vorm van vloerbedekking in welk materiaal ook, zijn verboden, behoudens de in dit reglement bepaalde uitzonderingen.

        Artikel 34. Verhoogde vloeren

        Behoudens toestemming van het college van burgemeester en schepenen zijn verhoogde vloeren verboden.

        Verhoogde vloeren kunnen door het college van burgemeester en schepenen enkel toegelaten worden omwille van veiligheidsredenen of omwille dat de inrichting van het openbaar domein het plaatsen van een terras niet toelaat zonder een verhoogde vloer.

        Het verhoogde terras kan toegelaten worden op voorwaarde dat het terras beantwoordt aan de voorwaarden voorzien in dit reglement en voorzover desgevallend een stedenbouwkundige vergunning verleend wordt.

        Om veiligheidsredenen kan verplicht worden het verhoogd terras bij valavond te verlichten.

        De verlichting mag op geen enkele wijze hinder veroorzaken voor de belendende percelen of voor passerende voertuigen.

        De parasols op deze terrassen mogen in de verhoogde vloer verankerd worden.

        Artikel 35. Parasols

        §1. Algemene bepalingen

        Het plaatsen van parasols kan worden toegelaten op voorwaarde dat deze beantwoordt aan de volgende voorwaarden:

        -           De bekledingsmaterialen van plafonds, muren en vloeren moeten respectievelijk van klasse A1, A2 en A3 zijn.

        -           Een zeil (parasol) als plafondbekleding mag tot de klasse A2 (M2) behoren.

        § 2 Specifieke bepalingen voor het kerngebied:

        Binnen het kerngebied, zoals omschreven in artikel 3 van onderhavig reglement wordt RAL kleur 7016 (antracietgrijs) opgelegd. Parasols met volants/afhangende zeilen worden niet toegestaan. Parasols dienen een minimum doorgangvrije hoogte van 2,10 m te respecteren. Er worden geen aanduidingen (promotie), uitgezonderd de naam/logo van de handelszaak, toegestaan op de parasols.

        Hoofdstuk III. Uitstallingen en diversen

        Artikel 36. Promotiestands

        De aanvraag voor een vergunning dient minstens 30 werkdagen vóór de gewenste ingebruikname te gebeuren.

        De vergunning geldt voor onbepaalde duur.

        Het college kan aan de vergunning voorwaarden verbinden in verband met:

        - de afbakening van de uitstalling;

        - de hygiëne en de openbare gezondheid bij het uitstallen van koopwaren, hierbij is het advies van de daartoe aangestelde dienst bepalend.

        Er wordt slechts één uitstalling per handelszaak toegestaan, aan private woningen en bedrijven wordt dit niet toegestaan.

        De uitstalling mag slechts geplaatst worden tijdens de openingsuren van de handelszaak.

        Enkel de uitstalling of verkoop van waren welke in het pand te koop aangeboden worden, worden toegelaten op de uitstalling.

        Het geven van een vergunning legt geen enkele verplichting bij de gemeente in verband met het behoeden van de uitgestalde koopwaren en de op het openbaar domein geplaatste voorwerpen. In geval van gevaar en voor de doorgang van politie- en/of hulpdiensten of bij maatregelen van openbare veiligheid moet de uitstalling onmiddellijk worden weggenomen door de uitbater of het personeel en dit op het eerste verzoek van de politie of de aanwezige verantwoordelijke van de hulpdiensten. Zowel bij de intrekking of de wijziging van de vergunning als bij het tijdelijk wegnemen van de uitstalling, heeft de vergunninghouder geen enkel recht op schadevergoeding.

        De promotiestands binnen het kerngebied dienen te voldoen aan dezelfde bepalingen als gelden voor luifels en parasols.

        Artikel 37. Publiciteitspanelen, beachflags, menustaanders

        §1. De vergunning hiervoor dient éénmalig te worden aangevraagd en blijft, bij goedkeuring, onbeperkt geldig. Het gemeentebestuur kan wel te allen tijde de vergunning intrekken om redenen van algemeen belang.

        §2. De verwijderbare of losse publiciteitspanelen dienen te beantwoorden aan de volgende specifieke voorwaarden:

        Er wordt maar één publiciteitspaneel per handelszaak toegestaan.

        De plaatsing van het paneel moet gebeuren tegen de randen van de openbare weg en kan dus niet geschieden tegen de gevel van de handelszaken.

        Het publiciteitspaneel mag een grondoppervlakte van 0,80 meter bij 0,60 meter niet overschrijden. De hoogte is maximaal 1,50 meter.

        De publiciteitspanelen mogen slechts geplaatst worden tijdens de openingsuren van de handelszaak.

        Beachflags worden hierbij beschouwd als publiciteitspanelen.

        Er mogen maximum 2 aankondigingen van het menu en/of de drankenlijst en/of events van de uitbating worden geplaatst.

        De menustaanders en aankondiging borden mogen verlicht worden op zodanige wijze dat de verlichtingselementen niet zichtbaar zijn en deze mogen geen opvallende aandachttrekkers bevatten

        Indien er voor dezelfde handelszaak ook een terrasvergunning werd afgeleverd, moet de menustaander of aankondigingsbord, binnen de afgebakende zone van het terras geplaatst worden.

        Er dient te allen tijde een vrije doorgang van 1.5 m te zijn op het voetpad.

        Titel IV. Strafbepalingen

        Artikel 38. Vaststellingen

        Overtredingen van onderhavige verordening worden vastgesteld door middel van een vaststellingsverslag opgesteld door de gemeentelijke diensten.

        Artikel 39. Administratieve sancties

        Inbreuken op dit reglement zullen, na een ingebrekestelling per aangetekende brief, gesanctioneerd worden met de schorsing of intrekking van de vergunning, opgelegd door het college van burgemeester en schepenen.

        Artikel 40. Bepaling voor periodiciteit, opschorting, verlies of intrekking vergunning

        Onmiddellijk na het verstrijken van de vergunde periode, evenals in geval van opschorting, verlies of intrekking van de vergunning, moeten alle constructies volledig worden weggenomen en moet het openbaar domein onmiddellijk hersteld worden in de staat waarin het zich bevond vóór de ingebruikname.

        Indien de vergunninghouder na een eerste ingebrekestelling per aangetekende brief weigert het terras te verwijderen,  zal er met in acht name van een periode van 30 dagen en mits er nog geen gehoor gegeven is aan het bevel tot opruimen binnen deze periode, het betrokken terras door de gemeentelijke diensten automatisch verwijderd worden en het openbaar domein hersteld, op kosten van de overtreder, zonder dat deze eventuele schade of winstderving kan verhalen op de gemeente.

        Titel V. Belasting of retributie

        Artikel 41. Gemeentebelastingen

        Het plaatsen van terrassen en andere voorwerpen op het openbaar domein is niet onderworpen aan het betalen van een belasting of retributie.

        De werken welke uitgevoerd worden door de gemeentediensten zijn ten laste van de betrokkene(n) en zullen a rato van de gemaakte kosten aangerekend worden.

        Artikel 2 – inwerkingtreding en overgangsbepalingen:

        Dit reglement treedt in voege op 01/01/2026.

         

         

    • ICT

      • ICT - Informatieveiligheidsbeleid 2026 voor gemeente en OCMW Lennik - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Het Informatieveiligheidsbeleid (IVB) is een opgelegd document volgens de 'Richtsnoeren voor steden en gemeenten' en de 'KSZ minimale normen", maar is ook o.a. een voorwaarde voor gegevensdeling met andere instanties.

        Regelgeving

        Volgende regelgeving en bevoegdheidsgrond is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        • Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 artikel 40 en 41.
        Regelgeving:
        • De wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
        • Het besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 betreffende de veiligheidsconsulenten, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronisch bestuurlijke gegevensverkeer;
        • De Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens van 30 juli 2018;
        • Op 16 maart 2007 werd beslist dat we voor het aanstellen van een DPO (data protection officer of informatieveiligheidsconsulent) een samenwerking aan gaan via de Welzijnskoepel West-Brabant;

         


        Feiten, context en argumentatie

        Het voeren van een beleid rond informatieveiligheid is een verplichting voor lokale besturen.

        Jaarlijks wordt er gerapporteerd aan de raad over het informatieveiligheidsbeleid van gemeente en OCMW Lennik aan de raad.

        Een informatieveiligheidsbeleid wordt opgemaakt op basis van een SWOT-analyse en hierin worden verbeterpunten geformuleerd. Het bepaalt de basismaatregelen inzake informatieveiligheid. Via dit beleid wordt er gestreefd naar een gezond evenwicht tussen een aantal preventieve maatregelen om incidenten te voorkomen en correctieve maatregelen om de negatieve gevolgen van incidenten te beperken.

        Het informatieveiligheidsbeleid wordt jaarlijks geëvalueerd en bijgestuurd waar nodig.

        Het informatieveiligheidsbeleid wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de raad.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1:

        Het informatieveiligheidsbeleid, dat als bijlage wordt toegevoegd en integraal deel uitmaakt van deze beslissing, wordt goedgekeurd.

         

         

         

    • Duurzaam watergebruik, consumeren en afvalbeleid

      • Omgeving - Contantbelasting op het afleveren van restafval-, pmd- en gft-zakken - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Door de stijgende kosten van de afvalverwerking en de formele vraag van Intradura om de prijs van de restafvalzak en de GFT-afvalzak te verhogen (indexeren), wordt een wijziging van het huidige reglement betreffende de contantbelasting op het afleveren van restafval-, pmd- en gft-zakken voorgesteld.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheden en regelgevingen zijn van toepassing:

         

        Bevoegdheden:

        • Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, met name artikels 40 en 41 welke de bevoegdheden van de gemeenteraad bepalen;
        • Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

         

        Regelgeving:

        • artikel 162, artikel 170, artikel 173 en artikel 190 van de Grondwet;

        • het Decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet) van 23 december 2011, en latere wijzigingen;

        • het Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA) van 17 februari 2012, laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 2020;

        • het Besluit van de Vlaamse regering van 16 september 2016 voor de goedkeurding van het uitvoeringsplan voor het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval;

        • de nota 24 van de Raad van Bestuur van Intradura van 11 september 2024 betreffende de indexatie van de verkoopprijs van de afvalzakken

        • de beslissing van de gemeenteraad van 22 december 2021 met betrekking tot de retributie op het afleveren van restafval-, PMD- en GFT-zakken dat eindigt op 31 december 2025

        • de goedkeuring van de gemeenteraad van 27 maart 2017 voor de oprichting van een opdrachthoudende vereniging en de beheersoverdracht die de gemeente heeft verleend aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband Intradura;

        • de beslissing van de gemeenteraad van 19 december 2019 voor het invoeren van uniforme afvalzakken in het hele werkingsgebied van Intradura en in gemeente Lennik;

        • de beslissing van de gemeenteraad van 22 december 2021 voor de invoering van een contantbelasting op het afleveren van restafval-, PMD- en GFT-afvalzakken;

        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

        • De Beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure.

        Feiten, context en argumentatie

        Op 3 oktober 2025 werd door de Vlaamse Regering een principiële goedkeuring gegeven voor het programmadecreet begroting 2026.

        Hierin staat de beslissing om vanaf 1 januari 2026 zowel het tarief voor het verbranden van bedrijfsafval als huishoudelijk afval naar 32 euro per ton te verhogen, waarbij dit het nieuwe basistarief is en ook jaarlijks geïndexeerd zal worden.

         

        De gemeente Lennik is aangesloten is bij intercommunale Intradura, opgericht op 27 april 2017. Intradura is een intergemeentelijke opdrachthoudende vereniging die wordt beheerst door het Decreet Lokaal Bestuur. Op 1 januari 2021 zijn binnen alle gemeentes die aangesloten zijn bij deze intercommunale intergemeentelijke afvalzakken ingevoerd met een uniform tarief. 

         

        Naar aanleiding van de stijgende kost voor de inzameling en verwerking van afvalstoffen heeft Intradura voorgesteld de prijs van de restafvalzak en de GFT-afvalzak (gebruikt voor huis-aan-huis ophaling) te verhogen, en hierbij opnieuw een uniform tarief te hanteren voor alle gemeentes aangesloten bij de intercommunale. 

         

        Een bijkomende overweging is dat de verkoopprijs van de afvalzak sinds 1 januari 2021 ongewijzigd is gebleven, de algemene prijsstijging (inflatie) is sinds die datum gemiddeld 20 à 23% (bron: Statbel  - consumptieprijsindex) geweest; de kostendekking van het systeem van de afvalzakken is als gevolg hiervan tijdens de afgelopen jaren afgenomen.

         

        Tot slot moet mee in overweging genomen worden dat er plannen zijn van de Vlaamse Regering om de kilometerheffing vrachtwagens fors te verhogen.

        De gemeentelijke tarieven dienen in voldoende mate de kostendekkendheid van de afvalinzameling te waarborgen en het principe van “de vervuiler betaalt” moet ondersteund worden.

         

        In het nieuwe belastingreglement worden de volgende prijzen opgenomen: 

         

        Restafval

        Formaat                             Huidige prijs       Vanaf 1/1/2026

        60 liter  Restafval                   €2,00                    €2,50

        30 liter  Restafval                   €1,00                    €1,25

        15 liter  Restafval                   €0,50                    €0,63

         

        GFT 

        Formaat                             Huidige prijs       Vanaf 1/1/2026

        60 liter  Gft                              €1,00                    €1,25

        30 liter  Gft                              €0,50                    €0,63

        15 liter  Gft                             €0,25                    €0,31

         

        PMD (ongewijzigd)

        60l € 0,15

        100l € 0,25

         

        De invoering geldt vanaf 1/1/2026, een jaarlijkse evaluatie van de prijszetting wordt als standaard werkwijze opgenomen.

        Financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Jo Massaer, Karen De Waele, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Tegenstanders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Onthouders: Filip Rooselaers
        Resultaat: Met 15 stemmen voor, 5 stemmen tegen, 1 onthouding
        Besluit

        Artikel 1

        Van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 wordt een contantbelasting gevestigd op de volgende inzamelende fracties van huishoudelijk en vergelijkbare bedrijfsmatige oorsprong:

        Haalmethode (huis-aan-huisinzameling)

        1. van huisvuil;
        2. van GFT;
        3. van PMD-afval;

         

        Artikel 2:

        De gemeenteraad keurt de voorgestelde verkoopprijzen van de afvalzakken, geldig vanaf 1 januari 2026, goed als volgt:

         

        Restafval

        Formaat                             Huidige prijs       Vanaf 1/1/2026

        60 liter  Restafval                   €2,00                    €2,50

        30 liter  Restafval                   €1,00                    €1,25

        15 liter  Restafval                   €0,50                    €0,63

         

        GFT 

        Formaat                             Huidige prijs       Vanaf 1/1/2026

        60 liter  Gft                              €1,00                    €1,25

        30 liter  Gft                              €0,50                    €0,63

        15 liter  Gft                              €0,25                     €0,31

         

        PMD (ongewijzigd)

        60l € 0,15

        100l € 0,25

         

        Artikel 3:

        De verkoopprijzen van de afvalzakken worden jaarlijks automatisch geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex, met referentiejaar (“jaar 0”) gelijk aan 1 januari 2026.

        De aangepaste prijzen worden vastgesteld met twee cijfers na de komma en afgerond naar het dichtstbijzijnde eurocent volgens de gangbare afrondingsregels.

        De nieuwe tarieven treden automatisch in werking op 1 januari van het daaropvolgende jaar.

         

        Artikel 4:

        De personen die gebruik maken van door de gemeente voorgeschreven zakken zijn de contantbelasting verschuldigd bij de aankoop ervan op de door Intradura vastgestelde plaats(en).

         

        Artikel 5:

        Eventuele door de hogere overheid opgelegde milieu- of andere heffingen met betrekking tot de afvalverwerking worden automatisch doorgerekend in de prijs van de afvalzakken, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de invoering van de heffing.

         

        Artikel 6:

        Bovenstaande bepalingen vervangen het voorgaande gemeentelijk reglement op de huisvuilinzameling en -verwerking.

         

        Artikel 7:

        Het College van Burgemeester en Schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit.

         

        Artikel 8:

        Een afschrift van deze belastingverordening wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid. Ter kennisgeving zal eveneens een afschrift worden toegezonden aan de OVAM.

         

        Artikel 9:

        Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

      • Omgeving – Retributiereglement op het weghalen van afvalstoffen gestort of achtergelaten op daartoe niet-geschikte plaatsen, tijdstippen of niet-reglementaire recipiënten - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Vanwege het verlopen van het huidige reglement op het heffen van retributie voor het verwijderen en verwerken van sluikstort en zwerfvuil (afvalstoffen welke op niet-reglementaire wijze zijn achtergelaten), wordt een vernieuwd reglement voorgesteld. Indien goedgekeurd, zal dit reglement geldig zijn vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

        Regelgeving

        De volgende regelgeving en bevoegdheid zijn van toepassing: 

        Bevoegdheid: 

        • Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 40, §3, en artikel 41, tweede lid, 14°;
        • Artikel 41, 162 en 173 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

        Regelgeving:

        • Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM), artikel 16.1.2., 2° en artikel 16.6.3, §2;
        • Decreet van de Vlaamse Regering van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet), artikel 12;
        • Het Lokaal Materialenplan 2023-2030 goedgekeurd op 26 mei 2023;
        • Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);
        • De beslissing van de gemeenteraad van 19 december 2019 wat betreft het retributiereglement op het weghalen van afvalstoffen gestort of achtergelaten op daartoe niet geschikte plaatsen;
        • Het Algemeen Politiereglement van de politiezone Pajottenland, goedgekeurd door de gemeenteraad op 17 september 2025;
        • De Beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van niet-fiscale ontvangsten en vaststelling van de factuurvoorwaarden.
        Feiten, context en argumentatie

        Binnen de gemeente worden we regelmatig geconfronteerd met afvalstoffen die worden achtergelaten op niet-reglementaire wijze. Het is noodzakelijk dat sluikstort en zwerfvuil zo vlug mogelijk verwijderd wordt, omdat dit past in een algemeen streven naar een nette en leefbare gemeente.

        Het verwijderen en verwerken van deze achtergelaten afvalstoffen vergt extra inspanningen van de gemeentelijke diensten en/of het inzetten van een externe firma; dit gaat gepaard met extra kosten voor de gemeente.

          

        In lijn met de bepaling "de vervuiler betaalt" uit het Materialendecreet worden door middel van voorliggend reglement deze kosten berekend en verhaald op de sluikstorter, tegen een louter kostendekkend tarief. 

         

        Daarbij wordt rekening gehouden met:

        • de afstand die afgelegd wordt om het afval op te halen en/of weg te brengen
        • de aard en de hoeveelheid van de achtergelaten afvalstoffen, en de actuele kost van het overslaan en verwerken van deze specifieke afvalstoffen
        • het ingezette materieel en personeel
        • de kost van het inschakelen van een externe firma indien dit nodig is
        • eventuele vergoedingen aan derden voor herstel van schade aan het openbaar domein of patrimonium van de gemeente.

          

        De bestraffing van de overtreder dient daarnaast te gebeuren via de GAS of VLAREM wetgeving.

         

        Vanwege het verlopen van het huidige reglement op het heffen van retributie voor het verwijderen en verwerken van sluikstort en zwerfvuil (afvalstoffen welke op niet-reglementaire wijze zijn achtergelaten), wordt een vernieuwd reglement voorgesteld.  Indien goedgekeurd, zal dit reglement geldig zijn vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

        Financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1: 

        Met ingang van 1 januari 2026 en dit voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het het weghalen en verwijderen van afvalstoffen, gestort of achtergelaten op daartoe niet voorziene plaatsen, tijdstippen of niet-reglementaire recipiënten.

         

        Artikel 2:

        Het bedrag van de retributie op het weghalen en verwijderen van afvalstoffen, gestort of achtergelaten op daartoe niet voorziene plaatsen, tijdstippen of niet-reglementaire recipiënten wordt vastgesteld € 250.

        Indien de werkelijke opruimingskost hoger is dan € 250, bedraagt het retributiebedrag de werkelijke opruimingskost.

        De wijze van berekening van deze kosten zal inzichtelijk gemaakt worden op aanvraag, en wordt bepaald op basis van:  

        • de afstand die afgelegd wordt om het afval op te halen en/of weg te brengen
        • de aard en de hoeveelheid van de achtergelaten afvalstoffen, en de actuele kost van het overslaan en verwerken van deze specifieke afvalstoffen (zoals voorzien in het belastingreglement op de inzameling, recyclage en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen (en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen) op het gemeentelijk recyclagepark)
        • het ingezette materieel en personeel
        • de kost van het inschakelen van een externe firma indien dit nodig is
        • eventuele vergoedingen aan derden voor herstel van schade aan het openbaar domein of patrimonium van de gemeente.

         

        Artikel 3: 

        In lijn met de bepaling "de vervuiler betaalt" uit het Materialendecreet worden door middel van voorliggend reglement deze kosten berekend en verhaald op de sluikstorter, tegen een louter kostendekkend tarief. 

        De retributie is verschuldigd door diegene die de afvalstoffen heeft gestort. Indien er meerdere daders zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie. Indien de daders van de sluikstorting niet kunnen worden geïdentificeerd, wordt de eigenaar van de afvalstoffen aansprakelijk gesteld.

          

        Artikel 4:

        De retributie wordt betaald na ontvangst van een factuur.

         

        Artikel 5: 

        Bij weigering of nalatigheid om het verschuldigd recht te betalen geschiedt de invordering overeenkomstig de burgerlijke rechtspleging voor zover de schuld ten aanzien van de gemeente betwist wordt. Ingeval de verschuldigde retributie niet betwist wordt zal de invordering gebeuren bij dwangbevel na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.

          

        Artikel 6: 

        Onderhavige beslissing wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285, 286 §1 1 en 287 van het decreet lokaal bestuur. De toezichthoudende overheid wordt in kennis gesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.

    • Patrimonium

      • Patrimonium - Verkoop van een onroerend goed - Kroonstraat 25 te 1750 Lennik - goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        In het meerjarenplan van Lennik is voorzien in de verkoop van verschillende onroerende goederen. De verkoop van het onroerend goed gelegen te Kroonstraat 25 te 1750 Lennik is hier één van.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        • het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 artikel 40 en 41
        • het burgerlijk wetboek, artikelen 1582 t.e.m 1701
        • beslissing gemeenteraad van 25 mei 2022 betreffende de principiële goedkeuring tot verkoop van het onroerend goed Kroonstraat 25.

         

        Feiten, context en argumentatie

        De gemeenteraad besliste op 25 mei 2022 het onroerend goed gelegen te Kroonstraat 25 te 1750 Lennik en kadastraal gesitueerd te Lennik, 1ste afdeling, sectie E, nr 712 f2 met een vermoedelijke oppervlakte van 400 m² te verkopen;

        Er was initieel een schattingsverslag opgemaakt door Roger Liekens expert, beëdigd door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op datum van 27 juli 2020. Het onroerend goed werd geschat op 466.768 € venale waarde bij individuele verkoop uit de hand en  420.091 € venale waarde bij vrijwillige openbare verkoop.

        Er werd voor deze verkoop samengewerkt met COVAST en ondanks verschillende biedingsrondes werd er geen geschikte koper gevonden. Na het organiseren van twee biedingsrondes werd er een bod van 350 000 euro ontvangen. Dit bod kon niet aanvaard worden door het college van burgemeester en schepenen op 3 juli 2023 omdat het bod niet langer geldig was omdat een bod maar twee maanden na indiening geldig blijft.

        Er werd een nieuw schattingsverslag opgevraagd Bij landmeterskantoor Van Eester BVBA. Het onroerend goed werd geschat op 407 500 € venale waarde bij individuele verkoop uit de hand en 354 500 € venale waarde bij vrijwillige openbare verkoop.

        In 2025 werd er een derde biedingsronde georganiseerd waarbij er op 6 oktober 2025 door het college van burgemeester en schepenen werd kennis genomen van het hoogste bod van 270 000 euro. Het college van burgemeester en schepenen besliste tot het organiseren van een finale, geheime biedingsronde gezien de schattingen toch nog aanzienlijk afwijken van de schattingsprijs.

        In deze finale ronde werd het hoogste bod ingediend door Vincent De Mesmaeker, optredend voor Goo Holding NV en bedraagt 311 000 euro.

        Aangezien het pand al verschillende keren te koop werd aangeboden en na het organiseren van een 3e biedingsfase en finale, geheime fase er niet meer veel mogelijkheden meer zijn om nog meer uit dit pand te halen, werd er door het college van burgemeester en schepenen beslist op 13 oktober 2025 om het bod te aanvaarden.

        Notaris De Ridder Johan werd aangesteld voor het afhandelen van de verkoop en het ontwerp van de verkoopsovereenkomst wordt voorgelegd aan de gemeenteraad ter goedkeuring.



         

         

        Financiële impact

        De inkomsten van deze verkoop zullen worden geboekt op de registratiesleutel 2026/A-2.1.3/0119-06/22100000/GEMEENTE/CBS/IP-2.1.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Jo Massaer, Karen De Waele, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Tegenstanders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Onthouders: Filip Rooselaers, Stefaan Jans
        Resultaat: Met 14 stemmen voor, 5 stemmen tegen, 2 onthoudingen
        Besluit

        Artikel 1:

        De gemeenteraad gaat akkoord dat het onroerende goed gelegen te Kroonstraat 25 te 1750 Lennik en kadastraal gesitueerd te Lennik, 1ste afdeling, sectie E, nr 712 f2 volgens de voorwaarden bepaald in de ontwerpakte wordt verkocht aan de prijs van 311 000 euro aan dhr. De Mesmaeker Vincent. 

        Artikel 2:

        De verkoop aan een prijs lager dan de in het schattingsverslag bepaalde prijs kan worden gemotiveerd door de verschillende biedingsrondes die er werden georganiseerd waarbij heel pro actief makelaars werden gecontacteerd om voldoende kenbaarheid te geven aan de openbare verkoop. Er dient te worden vastgesteld dat de interesse op de markt zodanig laag is dat de prijs zoals nu bekomen aanvaard kan worden.

        Artikel 3:

        De burgemeester en de algemeen directeur worden belast met de ondertekening van de authentieke akte namens de gemeente Lennik.

    • Gezin en kinderopvang

      • Welzijn - huis van het kind - engagementsverklaring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        In 2014 werd Huis van het Kind Pajottenland opgericht en werd er een subsidieaanvraag hiervoor ingediend. Dit engagement werd in 2019 opnieuw vernieuwd. 

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        • decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 51
        • decreet houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning van 29 november 2013
        Feiten, context en argumentatie

        Reeds verschillende jaren werden we voor het Huis van het Kind en loket loket kinderopvang ondersteund door Leren@vaart en Ferm voor de opvolging van het Huis van het Kind Pajottenland. In 2025 nam de coördinator Huis van het Kind ontslag bij Ferm en is er geen vervanger meer gevonden.

        Na overleg met de deelnemende gemeenten alsook met Ferm lijkt het beter om in de toekomst het Huis van het Kind Pajottenland via een intergemeentelijke samenwerking aan te bieden. Vanuit Ferm is men niet in de mogelijkheid om nog iemand voor 19u aan te bieden om de rol als coördinator op te nemen. Pajottegem zal de beherende gemeente zijn. Zij stellen een personeelslid aan om 19u de opvolging van Huis van het Kind Pajottenland te doen, zij innen de subsidies en zij maken een jaarlijkse afrekening naar de gemeenten Bever, Lennik en Pepingen. Er dient een interlokale vereniging opgericht te worden.

        Om de subsidies van 2026 te kunnen innen, dient er voor het einde van het jaar reeds een principiële beslissing genomen te worden over de verderzetting van het Huis van het Kind Pajottenland en Lokaal Loket Kinderopvang.

        In januari 2026 zullen de formele beslissingen met betrekking tot de oprichting van de interlokale vereniging 'Huis van het Kind Pajottenland' voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

        Er werd advies gevraagd aan het LOK en werd als bijlage aan dit agendapunt gevoegd. We ontvingen een positief advies van Spronk, De Pareltjes en Pavok.

        Financiële impact
        Onderdeel Extra Input 2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Exploitatie Exploitatie - ontvangsten 5970 5970 5970 5970 5970 5970
        Exploitatie - uitgaven 5000 5000 5000 5000  5000 5000

        Het lokaal bestuur heeft een eigen bijdrage van 5000 euro voor de organisatie van Huis van het Kind Pajottenland en het Lokaal Loket Kinderopvang na verrekening van de inkomsten en uitgaven van alle deelnemende gemeenten.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1:

        De gemeenteraad gaat akkoord met de stopzetting van de samenwerking met Ferm en Leren@vaart voor de organisatie van Huis van het Kind Pajottenland en Lokaal Loket Kinderopvang. 

        Artikel 2:

        De gemeenteraad vernieuwt het engagement om het Huis van het Kind Pajottenland in te richten waarbij Pajottegem wordt aangeduid als de organisator voor het Huis van het Kind Pajottenland en Lokaal Loket Kinderopvang.

        Artikel 3:

        De gemeenteraad gaat principieel akkoord dat hiervoor een interlokale vereniging 'Huis van het kind Pajottenland' wordt opgericht. De nodige formele beslissingen voor de oprichting hiervan worden op de gemeenteraad van januari 2026 voorgelegd.

    • Landbouw

      • Omgeving - Subsidiereglement erosie, Agromilieu - en klimaatmaatregelen - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        De gemeenteraad van Lennik wenst het bestaande subsidiereglement erosie, agromilieu- en klimaatmaatregelen, goedgekeurd op 1 juli 2020, te actualiseren.

        De gemeente Lennik geeft een premie aan erkende land- en tuinbouwers die vrijwillig maatregelen nemen tegen erosie, voor het behoud van landschapselementen en om de biodiversiteit te versterken.
        Deze subsidie is aanvullend op de beheerovereenkomsten van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), en geldt wanneer:

        • er geen Vlaamse of provinciale subsidie beschikbaar is, of
        • er tijdelijk geen overeenkomst met de VLM kan worden afgesloten.
        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        • Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 en 41.

        Regelgeving:

        • artikel 162, artikel 170, artikel 173 en artikel 190 van de Grondwet
        • wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen
        • decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid gecoördineerd op 15 juni 2018
        • besluit van de Vlaamse Regering van 8 mei 2009 betreffende de erosiebestrijding, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2010
        • Het intergemeentelijk erosiebestrijdingsplan van augustus 2006 voor de gemeenten Pepingen, Gooik en Lennik
        • Het document “catalogus agromilieu- en klimaatsteun” uitgegeven door de Vlaamse Landmaatschappij, uitgave april 2019
        Feiten, context en argumentatie

        De gemeente Lennik werd de voorbije jaren herhaaldelijk geconfronteerd met ernstige overlast door erosie en modderstromen. Deze gebeurtenissen veroorzaakten niet alleen schade aan infrastructuur en eigendommen, maar legden ook een zware druk op het gemeentebudget. Werknemers van de technische dienst moesten vaak dagen- of wekenlang instaan voor het opruimen van modder.

         

        Om deze problematiek structureel aan te pakken, wordt met dit reglement beoogd om erosieknelpunten binnen het gemeentelijk grondgebied gericht aan te pakken. Door de huidige herziening van het Europese landbouwbeleid kunnen er momenteel geen nieuwe beheersovereenkomsten met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) worden afgesloten.

         

        Dit subsidiereglement biedt een alternatief instrument om erosiebestrijdings-maatregelen toch te ondersteunen.

         

        Daarnaast speelt het reglement in op bredere ruimtelijke en ecologische uitdagingen. Door schaalvergroting in de landbouw verdwijnen perceelranden, wat leidt tot een verlies aan biodiversiteit in het agrarisch gebied. Ook het behoud van houtig erfgoed komt onder druk te staan. Dit reglement draagt bij aan de bescherming van waardevolle landschapselementen, waaronder bomen en hun omgeving.

         

        Het toepassingsgebied van dit reglement beslaat het volledige grondgebied van de gemeente Lennik, goed voor een oppervlakte van 3.080 hectare.

        Financiële impact

        Aan te passen aan nieuw MJP: Overwegende dat er voor dit subsidiereglement voldoende budget is voorzien op de actie A-3.5.5 We ontwikkelen een droogte- en erosieplan Beleidsitem 0329-00 Overige vermindering van milieuverontreiniging 64920010 Toegestane werkingssubsidies aan bedrijven;

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1 - Doel van de subsidie:

        Dit subsidiereglement beoogt maatregelen te bevorderen die erosie voorkomen, houtig erfgoed beschermen en biodiversiteit bevorderen in het agrarisch gebied en op percelen in gebruik door land[1]en tuinbouwers op het gemeentelijk grondgebied van Lennik.

         

        Artikel 2 – Toepassingsgebied:

        Dit reglement is van toepassing wanneer erkende land- en tuinbouwers vrijwillig maatregelen uitvoeren, in de zin van artikel 3 van dit reglement, die goed zijn voor het milieu, het landschap en het klimaat in het agrarisch gebied en op percelen die gelegen zijn op het gemeentelijk grondgebied van Lennik.

         

        Dit subsidiereglement dient ter aanvulling van de bestaande beheersovereenkomsten van de Vlaamse Landmaatschappij voor maatregelen die niet worden gesubsidieerd door de Vlaamse overheid of de provincie. Dit subsidiereglement is ook van toepassing wanneer er gedurende een bepaalde periode geen overeenkomst kan worden opgemaakt met de Vlaamse Landmaatschappij. Hiervoor wordt verwezen naar het “17 maatregelenpakket” dat is opgenomen in de catalogus Agromilieu- en klimaatsteun van de Vlaamse Landmaatschappij.

         

        Artikel 3 – Begunstigden:

        De subsidie voor het nemen van de maatregelen in de zin van artikel 3 kan enkel aangevraagd worden door een erkende GLB-actieve landbouwer die een of meerdere percelen bewerkt op het grondgebied van de gemeente Lennik en gedomicilieerd is in Lennik.[1]

         

        De subsidie wordt toegekend aan de aanvrager.

         

        Artikel 4 – Voorwaarden:

        Artikel 4.1 – Algemene voorwaarden:

        De maatregelen moeten worden uitgevoerd op landbouwgrond zijnde percelen bouwland of grasland of blijvende teelten waarop een minimumactiviteit wordt verricht.

         

        Er wordt geen andere subsidie of vergoeding betaald via een andere instantie voor de aangevraagde beheermaatregel.

         

        Bovendien moet elke beheermaatregel voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in het laatst geldende document “catalogus agromilieu- en klimaatsteun” uitgegeven door de Vlaamse Landmaatschappij.

         

        Artikel 4.2 – Specifieke voorwaarden:

        Het document “catalogus agromilieu- en klimaatsteun” uitgegeven door de Vlaamse Landmaatschappij (uitgave april 2019) is het enige officiële document waarop dit hele subsidiereglement is gebaseerd. Dit document wordt toegevoegd als bijlage 1 bij dit reglement. Indien het document “catalogus agromilieu- en klimaatsteun” wordt aangepast zal ook het subsidiereglement en subsidiebedrag van “erosiebestrijding en akkernatuur gemeente Lennik” worden aangepast.

         

        De volgende 17 maatregelenpakketten die in het groen zijn aangeduid in de “catalogus Agromilieu- en klimaatsteun” mogen door gemeentebesturen worden gesubsidieerd: Thema Botanisch beheer

        1. Botanisch beheer akkerland (BOTB3)
        2. Aanleg en onderhoud botanisch waardevolle grasrand (BOTB4)

         

        Thema soortenbescherming

        3. Omzetten van akkerland in meerjarig grasland en maaien (SB15)

        4. Omzetten van akkerland in meerjarig grasland en beweiden (SB16)

        5. Nestbescherming weidevogels (SB17)

        6. Leeuwerikvlakjes (SB18)

        7. Bloemrijke graanstroken (SB19)

        8. Graanstroken (SB20)

        9. Faunastrook spontane evolutie (SB21)

        10. Winterstoppel (SB22)

        11. Aanleg en onderhoud ecologische verbindingsstrook (SB23)

         

        Thema Perceelrandenbeheer;

        12. Bufferstrook spontane evolutie (PRB3)

        13. Aanleg of onderhoud bufferstrook milieu (PRB4)

         

        Kleine landschapselementen

        14. Onderhoud hoogstamboomgaard (KLE8)

        15. Onderhoud Struweelkant (KLE9)

        16. Onderhoud poel (KLE10)

         

        Waterbeheer

        17. Regelen stuwtjes (WA2)

         

        Artikel 5 – Subsidiebedrag:

        Binnen de kredieten van het uitvoerbare budget wordt een subsidie verleend voor het nemen van de maatregelen in de zin van artikel 3 landbouwers in agrarisch gebied en op percelen gelegen op het gemeentelijk grondgebied van Kortenaken aan erkende tuin- en landbouwers.

         

        Er wordt maximaal 750 euro per jaar per GLB-actieve landbouwer betaald.

         

        De subsidiebedragen zijn afhankelijk van de genomen beheermaatregelen en zijn per maatregel terug te vinden in artikel 3.

         

        Artikel 6 – Aanvraagprocedure

        Artikel 6.1 – Algemeen:

        De aanvraag verloopt volgens volgende procedure:

        1. Correct invullen en indienen van het aanvraagformulier erosie, agromilieu- en klimaatmaatregelen (bijlage 2) door een GLB-actieve landbouwer die een of meerdere perceel bewerkt in gemeente Lennik en gedomicilieerd is in Lennik.
        2. Per beheermaatregelen en per jaartal dient er een aparte subsidieaanvraag te worden ingediend. Men kan meerdere kadastrale percelen in éénzelfde aanvraag opnemen zelfs als deze geen aaneengesloten geheel vormen.
        3. Men dient te voldoen aan de basisnormen van het maatregelenpakket zoals beschreven in “de catalogus Agromilieu- en klimaatsteun” voorafgaand aan de subsidieaanvraag.
        4. De subsidieaanvraag moet plaatsvinden voordat de beheermaatregel van start gaat.
        5. Er wordt een verklaring op eer ondertekend (bijlage 3) dat de landbouwonderneming de regelgeving van de minimissteun correct naleeft en niet meer dan 20 000 euro aan subsidies overschrijdt over een periode van 3 belastingsjaren.

         

        De aanvrager dient jaarlijks de aanvraag (bijlage 2 ) en de verklaring op eer (bijlage 3) in per post t.a.v. lokaal bestuur Lennik (Markt 18, 1750 Lennik), via mail (milieu@lennik.be) of via website.

         

        Artikel 6.2 – Meerjarige overeenkomst

        De goedkeuring voor een bepaalde beheermaatregel wordt jaarlijks opnieuw aangevraagd tenzij er een meerjarige overeenkomst is. Indien aan de instapvoorwaarden is voldaan en er een goedkeuring is van het college voor de aangevraagde beheermaatregel, dan is deze oorspronkelijke beheermaatregel de standaard van die subsidieaanvraag en blijft deze geldig gedurende de periode van de overeenkomst. Zelfs als het document “catalogus agromilieu- en klimaatsteun” wordt aangepast of stopgezet tijdens de looptijd dat een bepaalde beheermaatregel wordt uitgevoerd of gedurende een lopende overeenkomst.

         

        De opmaak van een meerjarige overeenkomst kan slechts gebeuren indien dit in de voorwaarde van een beheermaatregel staat en maximaal tot het einde van de huidige meerjarenplanning van gemeente Lennik zijnde 31 december 2031.

         

        Meerjarige overeenkomsten kunnen mits onderling akkoord gedurende de looptijd worden aangepast in functie van gewijzigde voorwaarden van een bepaalde beheermaatregel of worden stopgezet

         

        Artikel 7 – Beoordelingsprocedure:

        De beheermaatregelen en aanvragen worden beoordeeld door het college van burgemeester en schepenen na ontvangst van het volledig ingevulde aanvraagformulier (bijlage 2) met verklaring van eer (bijlage 3)

         

        Artikel 8 – Betalingsmodaliteiten:

        De subsidie wordt uitbetaald nadat de beheermaatregel is voltooid en geldt voor de periode van één jaar. Het tijdstip van betaling is afhankelijk van de soort beheermaatregel die wordt toegepast en vindt slechts 1 maal per jaartal en per bepaalde beheermaatregel plaats.

         

        De GLB-landbouwer moet na het bekomen van de tussentijdse- of einddoelstelling aan de bevoegde gemeentediensten vragen om controle uit te voeren om zo de goedgekeurde subsidie te verkrijgen.

         

        De subsidie wordt uitbetaald op het rekeningnummer van de aanvrager. 

         

        Artikel 9 – Sancties:

        De volgende sancties kunnen afzonderlijk of cumulatief door het college van burgemeester en schepenen worden uitgevaardigd wanneer de aanvrager één of meerdere voorwaarden niet naleeft, en/of onjuiste of onvolledige gegevens meedeelt:

        1. Gehele of gedeeltelijke terugvordering van de uitbetaalde subsidie;
        2. Stopzetting van de procedure tot uitbetaling van de toegekende subsidie;
        3. Uitsluiting van de toelageaanvrager voor verdere subsidiëring in het kader van dit reglement, voor het jaar van de aangifte en het daaropvolgend jaar. 

         

        Artikel 10 – Controle:

        De controle zal gebeuren door de bevoegde gemeentediensten.

         

        De controle zal gebeuren door nazicht van de aanvraag en de plannen alsook via terreinbezoeken en door controle van de instapvoorwaarden van de beheermaatregel door de gemeentediensten.

         

        Artikel 11 – Inwerkingtreding:

        Dit reglement geldt vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.



        [1] Voor dringende zaken in het kader van erosiebestrijding kan er een overeenkomst met en een subsidie worden betaald aan een GLB-actieve landbouwer gevestigd buiten de gemeente Lennik zolang de maatregelen betrekking hebben op één of meerdere percelen die hij bewerkt op het grondgebied van Lennik. De hoogdringendheid wordt beoordeeld door het college van burgemeester en schepenen.

    • Participatie in andere verenigingen en organisaties

      • Intergemeentelijke Preventiedienst Gezondheid Pajottenland – Goedkeuring meerjarenplan, aanpassing statuten & budget 2026, kennisname actieplan 2026

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        De interlokale vereniging heeft geen rechtspersoonlijkheid, waardoor het jaarlijks budget op de gemeenteraden dient goedgekeurd te worden.

        Bij de start van de nieuwe legislatuur moet ook het meerjarenplan 2026 - 2031 goedgekeurd worden.

        Het jaarlijks actieplan word ter kennisname voorgelegd.

        Door de nieuwe fusiegemeente Pajottegem moeten ook de statuten aangepast worden.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        - het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 40 en 41.

        Feiten, context en argumentatie

        De Intergemeentelijke Preventiedienst Gezondheid Pajottenland is een interlokale vereniging tussen 3 Pajotse gemeenten uit de eerstelijnszone Pajottenland.

        De vereniging heeft tot doel acties en projecten te ondernemen  om inwoners te stimuleren tot een gezonde leefstijl en hen te beschermen tegen gezondheidsrisico’s.

        Het budget 2026, actieplan 2026, meerjarenplan 2026-2031 en de nieuwe statuten werden op 20 november 2025 goedgekeurd door het Beheerscomité.

        Financiële impact

        De uitgaven worden voorzien in het gemeentelijke budget van 2026:

         

        Onderdeel

        Extra Input

        2025

        2026

        Exploitatie

        Exploitatie - ontvangsten

         

         

        Exploitatie - uitgaven

        19001

        21008

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1:

        De gemeenteraad keurt het budget 2026 van de Intergemeentelijke Preventiedienst Gezondheid Pajottenland, zoals bijgevoegd bij dit besluit goed.

         

        Artikel 2:

        De gemeenteraad neemt kennis van het actieplan 2026 van de Intergemeentelijke Preventiedienst Gezondheid Pajottenland, zoals bijgevoegd bij dit besluit.

         

        Artikel 3:

        De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de Intergemeentelijke Preventiedienst Gezondheid Pajottenland, zoals bijgevoegd bij dit besluit goed.

         

        Artikel 3:

        De gemeenteraad keurt de aangepaste statuten van de Intergemeentelijke Preventiedienst Gezondheid Pajottenland, zoals bijgevoegd bij dit besluit goed.

         

        Artikel 4:

        Een afschrift van dit besluit zal aan het secretariaat van de Intergemeentelijke Preventiedienst Gezondheid Pajottenland worden overgemaakt.

         

    • Ruimtelijke ordening (vergunning en planning) en erfgoedbeleid

      • Omgeving - Reglement: registratie van en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        De gemeenteraad van Lennik wenst een actualisatie van het bestaande reglement belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen, oorspronkelijk goedgekeurd op 16 december 2020.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheden en regelgevingen zijn van toepassing:

        Bevoegdheden:

        • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, zoals nadien gewijzigd, in het bijzonder de artikelen 41, tweede lid, 14°, 285-287 en 330.

        Regelgeving: 

        • De grondwet, in het bijzonder artikel 170 § 4.
        • De grondwet, artikel 41 en 162.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals nadien gewijzigd.
        • De Vlaamse Codex Wonen van 2021
        • Het bestuursdecreet van 7 december 2018, en latere wijzigingen.
        • Het ministerieel besluit van 12 december 2019 houdende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid voor de periode 2020-2025.
        • Het ministerieel besluit van 12 december 2019 houdende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid voor de periode 2023-2025.
        • Het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid van 14 maart 2025.
        • Gemeenteraadsbesluit van 17 september 2025 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid IGS Woonwinkel Pajottenland voor de periode 2026-2031.
        Feiten, context en argumentatie

        Op advies en voorstel van de intergemeentelijke administratieve eenheid Woonwinkel Pajottenland wordt het registratie- en belastingreglement hernieuwd.

        De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

        Het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen werd overgeheveld van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau, waarbij de gewestelijke registratie en heffing volledig werden opgeheven. Vanaf de subsidieperiode 2026 – 2031 maakt het opsporen en aanpakken van verwaarlozing ook deel uit van de basistaken (-initiatieven van een gemeente die deel uitmaakt van een intergemeentelijke samenwerking). De gemeente Lennik maakt deel uit van het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid IGS Woonwinkel Pajottenland. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van verwaarloosde gebouwen en woningen.

        Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente woningen- en gebouwenbestand optimaal benut wordt.

        Het gemeentebestuur wenst bovendien de verwaarlozing van woningen en gebouwen op haar grondgebied te voorkomen en te bestrijden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan.

        Het is nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen.

        In zitting van 20 juni 2019 besliste de gemeenteraad om deel uit te maken van de Interlokale Vereniging “Woonwinkel Pajottenland”, werd het subsidiedossier goedgekeurd en werden ook de nieuwe statuten van deze nieuwe interlokale vereniging, dewelke inwerking zijn getreden op 1 januari 2020, goedgekeurd.

        In zitting van 16 december 2020 heeft de gemeenteraad het intergemeentelijk reglement verwaarloosde woningen en gebouwen goedgekeurd. De gemeente heeft de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen overgedragen aan Woonwinkel Pajottenland. Dit reglement wordt in huidige zitting aangepast.

        De strijd tegen verwaarloosde woningen en gebouwen zal onder meer een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een register ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.

        Om te voldoen aan een goed activatiebeleid adviseert de intergemeentelijke administratieve eenheid Woonwinkel Pajottenland om het basistarief vast te stellen op 1.700 euro. Dit om in lijn te liggen met de gemiddelden van Vlaanderen, de provincie Vlaams-Brabant en de vergelijkbare gemeenten (volgens de Belfius-index). Daarnaast raadt de intergemeentelijke administratieve eenheid Woonwinkel Pajottenland aan om te voorzien in een jaarlijkse verhoging van 1.000 euro en een maximale heffing die 5.000 euro bedraagt.

        De vrijstellingen van heffing die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij het beleid van de gemeente.


        Financiële impact

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichtingen om een financieel evenwicht te handhaven.

         

        De opbrengst van deze belasting is voorzien in het meerjarenplan 2026 – 2031 onder de jaarbudgetrekening GBB/0020-OO/7304000 en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.

        Onderdeel Extra Input 2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Exploitatie Exploitatie - ontvangsten 5 000,00 5 000,00 5 000,00 5 000,00 5 000,00 5 000,00
        Exploitatie - uitgaven            
        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Jo Massaer, Karen De Waele, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Onthouders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Resultaat: Met 15 stemmen voor, 6 onthoudingen
        Besluit

        Enig artikel:

        De gemeenteraad neemt na beraadslaging volgend reglement aan:


        Hoofdstuk 1: begripsomschrijvingen

        Artikel 1. Begripsomschrijvingen

        Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:

        1° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende berekeningswijzen:

        a)      Een aangetekend schrijven;

        b)      Een afgifte tegen ontvangstbewijs;

        c)      Elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;

        2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;

        3° Gebouw: het onroerend goed vermeld in artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen 2021;

        4° Gewestelijke inventarislijst van verwaarloosde gebouwen en/of woningen: de inventarislijst, tot 31 december 2016 vermeld in artikel 2 van het decreet houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;

        5° Gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: de inventaris, vermeld in artikel 3.19 codex wonen;

        6° Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in artikel 2 van het huidig reglement;

        7° De administratie: de intergemeentelijke administratieve eenheid, Woonwinkel Pajottenland, die door de gemeenteraad wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

        8° Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 2 van dit reglement;

        9° Registratiedatum: de datum waarop een woning of een gebouw in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen;

        10° Verjaardag: het ogenblik waarop een nieuwe periode van twaalf maanden verstreken is sinds de opnamedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt;

        11° Woning: het onroerend goed vermeld in artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen 2021;

        12° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

        13° Zakelijk gerechtigde: de (gedeelde) houder van één van de volgende zakelijke rechten:

        a)      de volle eigendom;

        b)      het recht van opstal of van erfpacht;

        c)      het vruchtgebruik.

        14° Renovatienota: Een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota waar minstens volgende stavingsstukken worden bijgevoegd:

        • een overzicht van welke al dan niet vergunningsplichtige werken worden uitgevoerd;
        • een tijdschema waarin wordt aangegeven binnen welke periode de verschillende werken  zullen worden uitgevoerd;

        -   offertes, facturen, bestekken, … waaruit blijkt dat er effectief werken worden uitgevoerd op het adres van het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde                         woning;  

        -   een fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen;

        -   indien van toepassing een akkoord van de mede zakelijk gerechtigden.

         

        Hoofdstuk 2: registratie van verwaarlozing

        Artikel 2. Verwaarlozingsregister

        §1. De administratie zorgt voor de opmaak, opbouw, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, alsook voor het bijhouden van deze gegevens in het gemeentelijk GIS.

        §2. In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:

        1°        het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;

        2°        de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;

        3°        het nummer en de datum van de administratieve akte;

        4°        het aantal toegekende strafpunten conform het technisch verslag;

        5°        de datum van vaststelling en het nummer van het technische verslag;

        6°        indien van toepassing: de datum waarop een vrijstelling van heffing werd toegekend, de reden van toekenning en de termijn van de vrijstelling;

        7°        de identiteit en het adres van alle houders van het zakelijk recht.


        Artikel 3. Vaststelling van verwaarlozing

        §1. De personeelsleden van de administratie, die met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen zijn belast, bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in de artikelen 5 en 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. De personeelsleden van de administratie worden aangeduid door het college van burgemeester en schepenen.

        §2. De personeelsleden van de administratie, die met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen zijn belast, stellen de verwaarlozing van een woning of een gebouw vast in een genummerde administratieve akte, aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Daarbij geldt een gebrek van categorie I voor drie punten, van categorie II voor zes punten en van categorie III voor negen punten. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 18 punten. Elk mogelijk gebrek wordt toegekend aan één van de drie categorieën. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.

        §3. Wanneer bij een woning of gebouw herhaaldelijk hetzelfde gebrek of dezelfde gebreken worden vastgesteld dan wordt bij een volgende vaststelling van een reeds eerder vastgesteld gebrek, dit gebrek beoordeeld in een hogere categorie. Het gebrek kan ten vroegste één jaar na de eerdere vaststelling worden beoordeeld in een hogere categorie.

         

        Artikel 4. Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen

        §1. Een verwaarloosd gebouw of verwaarloosde woning wordt opgenomen in het register van verwaarlozing aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en het technisch verslag gevoegd worden. De datum van vaststelling is de datum van de akte en geldt als opnamedatum in het verwaarlozingsregister. De administratie brengt het college van burgemeester en schepenen op de hoogte van de opname van woningen en gebouwen in het verwaarlozingsregister.

        §2. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

        §3. De verwaarlozing wordt beoordeeld op basis van het aantal toegekende strafpunten in het technische verslag.

        §4. Een woning die is opgenomen in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.


        Artikel 5. Kennisgeving van de registratie

        De administratie stelt, na de vaststelling van verwaarlozing, alle zakelijk gerechtigden, met een beveiligde zending in kennis van de opname van de woning of het gebouw in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. Deze kennisgeving bevat:

        • de genummerde administratieve akte (conform goedgekeurd model);
        • het technisch verslag;
        • de foto’s genomen op het ogenblik van de controle ter plaatse;
        • de actuele informatiebrochure over de verwaarlozingsprocedure en verwaarlozingsheffing;
        • een formulier ‘beroep tegen de opname in het register van verwaarlozing’;
        • een formulier ‘aanvraag vrijstelling van heffing op verwaarlozing’.

        De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.


        Artikel 6. Beroep tegen de registratie

        §1. Tegen de opname van een woning of een gebouw in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 5, kan de zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger beroep indienen bij de beroepsinstantie.

        Op straffe van onontvankelijkheid moet het beroepschrift:

        1° ondertekend en gemotiveerd zijn;

        2° met een beveiligde zending worden ingediend;

        3° minimaal de volgende gegevens bevatten:

        a)         de identiteit en het adres van de indiener;

        b)         de vermelding van het nummer van de administratieve akte;

        c)         de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft;

        4° de uitdrukkelijke vermelding bevatten van de reden(en) waarom de opname in het verwaarlozingsregister ten onrechte zou gebeurd zijn;

        5° de bewijsstukken bevatten die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister ten onrechte zou gebeurd zijn. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

        6° worden ingediend binnen een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de kennisgeving vermeld in artikel 5.

        7° als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het beroepschrift een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

        De datum van ontvangst door de beroepsinstantie geldt als datum van de indiening van het beroepschrift.

        §2. Een laattijdig ingediend beroep tegen een voorgenomen registratie wordt behandeld als een verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 7.

        §3. De beroepsinstantie doet een uitspraak over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het beroepschrift binnen een termijn van honderdtwintig kalenderdagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het beroepschrift door de beroepsinstantie. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden van de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het betrokken gebouw of woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

        Als de uitspraak vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn en het ingediende beroepsdossier is volledig, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.

        §4. De administratie betekent via beveiligde zending de beslissing van de beroepsinstantie aan de zakelijk gerechtigde(n) en in voorkomend geval diens vertegenwoordiger.

        §5. Als de beslissing tot opname in het register niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft het gebouw of de woning opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen met behoud van de opnamendatum.

        §6. Indien het beroep gegrond wordt verklaard, dan zal de datum van schrapping gelijk zijn aan de datum van opname.


        Artikel 7. Schrapping uit het verwaarlozingsregister

        §1. De administratie schrapt een woning of een gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen wanneer de zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 3 §2, 18 punten of meer zouden opleveren. De zakelijk gerechtigde richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de administratie.

        Op straffe van onontvankelijkheid moet dit verzoek:

        1° ondertekend en gemotiveerd zijn;

        2° met een beveiligde zending worden ingediend;

        3° minimaal de volgende gegevens bevatten:

        a)         de identiteit en het adres van de indiener;

        b)         de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft.

        4° de bewijsstukken bevatten die aantonen dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 3 §2, 18 punten of meer zouden opleveren. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

        5° als het verzoek wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het verzoek tot schrapping een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

        De datum van ontvangst door de administratie van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen door de administratie geldt als datum van de indiening ervan.

        §2. Ingeval van sloop van de woning of het gebouw geld als datum van schrapping de datum van sloop.

        §3. De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden van de administratie. Het verzoek wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het betrokken gebouw of woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

        §4. De administratie doet uitspraak over het verzoek tot schrapping waarna zij het resultaat van het onderzoek betekent via beveiligde zending aan de zakelijk gerechtigde(n) en in voorkomend geval diens vertegenwoordiger, binnen een termijn van hondertwintig kalenderdagen die ingaat de dag na de ontvangst van het verzoek door de administratie.

        Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn en het ingediende schrappingsdossier is volledig, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.

        §5. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van ontvangst van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen (uitgezonderd §2 van huidig artikel).


        Artikel 8. Beroep tegen weigering tot schrapping

        §1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit te gemeentelijk register van verwaarloosde woningen of gebouwen kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de beroepsinstantie.

        Op straffe van onontvankelijkheid moet dit beroepschrift:

        1° ondertekend en gemotiveerd zijn;

        2° met een beveiligde zending worden ingediend;

        3° minimaal de volgende gegevens bevatten:

        a)         de identiteit en het adres van de indiener;

        b)         de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft;

        c)         de weigeringsbeslissing;

        4° de bewijsstukken bevatten die aantonen dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 2, 18 punten of meer zouden opleveren. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

        5° als het verzoek wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het verzoek tot schrapping een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

        6° worden ingediend binnen een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de kennisgeving van de weigeringsbeslissing.

        De datum van ontvangst van het beroepschrift door de beroepsinstantie geldt als datum van de indiening ervan.

        §2. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden van de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het betrokken gebouw of woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

        §3. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van honderdtwintig kalenderdagen die ingaat de dag na de ontvangst van het beroepschrift door de beroepsinstantie. De administratie betekent de beslissing van de beroepsinstantie aan de zakelijk gerechtigde(n) en in voorkomend geval diens vertegenwoordiger.

        Als de uitspraak vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn en het ingediende beroepsdossier is volledig, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.

        §4. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van ontvangst van het verzoek tot schrapping door de administratie geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

         

        Hoofdstuk 3: Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen

        Artikel 9. Belastbaar voorwerp en belastingstermijn

        §1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die, gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het gemeentelijk verwaarlozingsregister.

        §2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

        Zolang de woning of het gebouw niet uit het register is geschrapt, blijft telkens op 1 januari volgend op het jaar waarin de woning of het gebouw gedurende een nieuwe termijn van twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen de belasting verschuldigd.

        Bij schrapping uit het register zal het gebouw of de woning niet meer worden belast voor het jaar dat de schrapping gerealiseerd werd. Ingeval van sloop van het gebouw of de woning dragen de zakelijk gerechtigden de verantwoordelijkheid om de uitvoering van de sloop te melden en bijgevolg de schrapping van het pand uit het register aan te vragen.


        Artikel 10. Belastingplichtige

        §1. De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het belastbare jaar zakelijk gerechtigde is  van de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw.

        §2. Ingeval er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

        §3. In geval van overdracht van zakelijke rechten stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het register van verwaarlozing.

        De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.

        Ook de overdrager van de zakelijke rechten is ertoe gehouden om binnen dezelfde termijn de administratie op de hoogte te brengen van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde, bij gebreke waaraan hij hoofdelijk gehouden blijft tot betaling van de heffing.


        Artikel 11. Tarief van de belasting

        §1. De belasting bedraagt:

        •          1.700,- euro voor een verwaarloosde woning per jaar

        •          1.700,- euro voor een verwaarloosd gebouw per jaar

        De belasting wordt vermeerderd met 1.000,- euro per bijkomende termijn van twaalf maanden dat het gebouw of de woning in het register van verwaarlozing staat opgenomen.

        De maximumaanslag per woning of gebouw bedraagt 5.000,- euro.


        Artikel 12. Vrijstellingen

        §1. De zakelijk gerechtigde kan een vrijstelling van de belasting of verlenging ervan aanvragen via beveiligde zending of digitaal per e-mail naar woonwinkelpajottenland@3wplus.be. De aanvraag moet ingediend worden bij de administratie, die elke aanvraag vergezeld van haar advies voorlegt aan het college van burgemeester en schepenen. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen. Een vrijstelling kan niet worden verlengd tenzij uitdrukkelijk vermeld in het reglement. Het college van burgemeester en schepenen doet een uitspraak over de aanvraag binnen een termijn van 120 kalenderdagen die een aanvang neemt de dag na ontvangst van het verzoek door de administratie. De administratie brengt de zakelijk gerechtigde(n) en in voorkomend geval, diens vertegenwoordiger, op de hoogte van de uitspraak van het college van burgemeester en schepenen via beveiligde zending, tenzij het verzoek gepaard gaat met een fiscaal bezwaar overeenkomstig artikel 13. In dat geval brengt het college van burgemeester en schepenen de zakelijk gerechtigde(n) en in voorkomend geval, diens vertegenwoordiger, op de hoogte van haar uitspraak en bezorgt ze een afschrift van haar beslissing aan de administratie.

        Als de uitspraak vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn en het ingediende vrijstellingsdossier is volledig, wordt het verzoek tot vrijstelling of verlenging ervan geacht te zijn ingewilligd.

        §2. Van de verwaarlozingsbelasting zijn vrijgesteld:

        1° de belastingplichtige die de volledige (100%) volle eigendom bezit van slechts één enkele woning (in deze de woning opgenomen in het register van verwaarlozing) en geen, geheel of gedeeltelijk, andere onroerende goederen bezit als vruchtgebruiker, naakte of volle eigenaar. Daarnaast gebruikt de belastingplichtige de verwaarloosde woning uitsluitend als hoofdverblijfplaats.

        In het geval de woning of het gebouw toebehoort aan meerdere zakelijk gerechtigden, dan dienen alle zakelijk gerechtigden te voldoen aan de beide voorwaarden om deze vrijstelling toegekend te krijgen met dien verstande dat m.b.t. de tweede voorwaarde het wel voldoende is dat de woning als hoofdverblijfplaats wordt gebruikt door één van de zakelijk gerechtigden.

        De vrijstelling vangt aan op het ogenblik waarop aan de voorwaarden is voldaan en geldt voor een periode van 1 jaar verlengd tot en met 31 december van het jaar waarin de periode van 1 jaar bereikt wordt. Deze vrijstelling kan meermaals worden aangevraagd of worden hernieuwd. Bij hernieuwing loopt de vrijstelling vanaf 1 januari tot 31 december van hetzelfde jaar.

        2° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing.

        De vrijstelling vangt aan op datum van de gerechtelijke beslissing en geldt voor een periode van 1 jaar verlengd tot en met 31 december van het jaar waarin de periode van 1 jaar bereikt wordt. Deze vrijstelling kan meermaals worden aangevraagd of worden hernieuwd. Bij hernieuwing loopt de vrijstelling vanaf 1 januari tot 31 december van hetzelfde jaar.

        3° de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor een periode van één jaar met ingang de datum van verkrijging van het zakelijk recht (datum notariële akte) verlengd tot en met 31 december van het jaar waarin de periode van één jaar bereikt wordt.

        Deze vrijstelling geldt niet voor:

        a)      de overdracht aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt;

        b)      de overdracht die het gevolg is van een fusie of splitsing.

        §3. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning :

        1° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

        2° Vernield werd ten gevolge van een plotse ramp.

        De vrijstelling geldt vanaf de aangetoonde datum van vernieling en voor een periode van 1 jaar verlengd tot en met 31 december van het jaar waarin de periode van 1 jaar bereikt wordt. Deze vrijstelling kan twee maal worden hernieuwd. Bij hernieuwing loopt de vrijstelling vanaf 1 januari tot 31 december van hetzelfde jaar. Bij de aanvraag tot hernieuwing zal de onbewoonbaarheid of onbruikbaarheid moeten aangetoond worden aan de hand van een verslag opgemaakt door een technische controleur van de administratie.

        3° onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure.

        De vrijstelling vangt aan op de datum van de gerechtelijke beslissing tot verzegeling of waarbij de expertise werd bevolen en geldt voor een periode van 1 jaar verlengd tot en met 31 december van het jaar waarin de periode van 1 jaar bereikt wordt. Deze vrijstelling kan meermaals aangevraagd of worden hernieuwd. Bij hernieuwing loopt de vrijstelling vanaf 1 januari tot 31 december van hetzelfde jaar.

        4° gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden.

        De vrijstelling vangt aan op de datum van het uitvoerbaar worden van de vergunning en geldt voor een periode van 1 jaar verlengd tot en met 31 december van het jaar waarin de periode van 1 jaar wordt bereikt. Deze vrijstelling kan twee maal worden hernieuwd. Bij hernieuwing loopt de vrijstelling vanaf 1 januari tot 31 december van hetzelfde jaar.

        5° gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning, met dien verstande dat de werken niet vergunning plichtig zijn en er een renovatienota wordt ingediend.

        De vrijstelling vangt aan op de aangetoonde datum van de aanvang van de renovatiewerken en geldt voor een periode van 1 jaar verlengd tot en met 31 december van het jaar waarin de periode van 1 jaar wordt bereikt. Deze vrijstelling kan twee maal worden hernieuwd. Bij hernieuwing loopt de vrijstelling vanaf 1 januari tot 31 december van hetzelfde jaar. Bij de aanvraag tot hernieuwing zal de onbewoonbaarheid of onbruikbaarheid moeten aangetoond worden aan de hand van een verslag opgemaakt door een technische controleur van de administratie.


        Artikel 13. Inkohiering en betalingstermijn

        De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.


        Artikel 14. Bezwaar

        §1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. 

        §2. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn. Het moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.  

        §3. Bezwaarschriften kunnen via elektronische weg per e-mail naar financiën@lennik.be worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld. De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar. 

        §4. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in het bezwaarschrift heeft gevraagd zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting. 

         

        Artikel 15. Slotbepalingen

        §1. De vestiging en de invordering, alsook de regeling van de geschillen inzake de belasting gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. 

        §2. Voorliggend besluit wordt bekendgemaakt en de toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake.

        §3. Dit reglement gaat in voege vanaf 1 januari 2026 en vervangt het intergemeentelijk reglement registratie verwaarloosde woningen en gebouwen zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2020.


      • Omgeving - Belasting op de tweede verblijven - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        De gemeenteraad van Lennik wenst een actualisatie van het bestaande reglement belasting op de tweede verblijven, oorspronkelijk goedgekeurd op 22 december 2021.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheden en reglementen zijn van toepassing:

        Bevoegdheden:

        • Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 40, 41, 285-288, 330-334;

        Reglementen:

        • De Grondwet, in het bijzonder artikel 170, §4;
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invoering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;
        • Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Galmaarden van 29 november 2022 inzake de belasting op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2025;
        • Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Galmaarden van 29 december 2020 inzake het intergemeentelijk reglement ‘registratie leegstaande woningen en gebouwen’ en inzake het reglement ‘heffing op leegstaande gebouwen en woningen 2021-2025’;
        • Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Gooik van 21 december 2021 inzake de belasting op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2022 tot en met 2025;
        • Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Gooik van 22 december 2020 inzake het intergemeentelijk reglement ‘registratie leegstaande woningen en gebouwen’ en inzake het reglement ‘heffing op leegstaande woningen en gebouwen 2021-2025’;
        • Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Herne van 22 februari 2023 inzake de belasting op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2025;
        • Het gemeenteraadsbesluit van de gemeente Herne van 16 december 2020 inzake het intergemeentelijk reglement ‘registratie leegstaande woningen en gebouwen’ en inzake het reglement ‘heffing op leegstaande gebouwen en woningen 2021-2025’;
        • Het gemeenteraadsbesluit van heden houdende goedkeuring van het reglement ‘registratie van en belasting op leegstaande woningen en gebouwen’;
        • De Vlaamse Codex Wonen.
        Feiten, context en argumentatie

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

        Op advies en voorstel van de intergemeentelijke administratieve eenheid Woonwinkel Pajottenland wordt het belastingreglement hernieuwd om rechtsmisbruik te voorkomen en nog beter aan te sluiten bij het leegstandsbeleid.

        De gemeente staat onder andere in voor de aanleg van infrastructuur op haar grondgebied alsook verschillende dienstverleningen, administratie en afvalbeheer.

        Niet alleen de in de gemeente gedomicilieerde personen maken gebruik van de gemeentelijke diensten en inspanningen, maar ook de niet-gedomicilieerde personen die in de gemeente verblijven.

        De voorzieningen van de gemeente moeten bovendien worden aangepast aan de toename van de bevolking door het gebruik van tweede verblijven.

        In tegenstelling tot de gedomicilieerde personen betalen de niet-gedomicilieerde personen geen inkomstenbelasting (aanvullende personenbelasting) die ten goede komt aan de gemeente. Daarom past het om deze personen op een andere manier te laten bijdragen in de algemene lasten die de gemeente draagt.

        De belasting op tweede verblijven is tevens bedoeld om het gebruik van woningen als hoofdverblijfplaats te bevorderen of te beschermen en een gezond en bestendig sociaal leven te vrijwaren.

        Gelet op het voorgaande is een tarief van 990,- euro per tweede verblijf redelijk.

        Het is redelijk om de zakelijk gerechtigde, of in geval van verhuur, de huurder als belastingplichtige aan te merken aangezien zij van het tweede verblijf gebruik kunnen maken. Om een efficiënte invordering te garanderen is het aangewezen om in een hoofdelijkheid te voorzien in hoofde van de mede-zakelijk gerechtigden of mede-huurders en ingeval van verhuur, in hoofde van de (mede-) zakelijk gerechtigde(n).

        Financiële impact

        De opbrengst van deze belasting is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening GBB/0020-00/7377000 en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.

        Onderdeel Extra Input 2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Exploitatie Exploitatie - ontvangsten 10 500,00 10 500,00 10 500,00 10 500,00 10 500,00 10 500,00
        Exploitatie - uitgaven            
        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Onthouders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Resultaat: Met 16 stemmen voor, 5 onthoudingen
        Besluit

        Enig artikel:

         

        De gemeenteraad neemt na beraadslaging volgend reglement aan:

         

        Artikel 1: Belasting op tweede verblijven

        §1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting geheven op tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente.

        §2. Als tweede verblijf kunnen enkel worden beschouwd:

        1° Elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf vormt van de eigenaar of de huurder, maar die wel op elk moment door hen kan worden bewoond. De woning moet minstens gedeeltelijk bemeubeld zijn.

        2° Tweede verblijven kunnen zijn (niet limitatieve opsomming): landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans, die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.

        3° Wanneer de woongelegenheid te huur wordt aangeboden door middel van eender welke vorm van publiciteit als tijdelijk verblijf dan wordt de woning ook beschouwd als een tweede verblijf.

        §3. Als tweede verblijf kan niet worden beschouwd:

        1° Een pand of goed waar het wettelijk niet mogelijk is om een domicilie te vestigen en waar bijgevolg geen permanente bewoning mogelijk is;

        2° Panden of onderdelen hiervan die uitsluitend bestemd zijn om een beroepsactiviteit uit te oefenen en/of een functie hebben die niet voor bewoning bedoeld zijn;

        3° Woningen en woonentiteiten die fysiek zijn ontstaan zonder dat hiervoor een omgevingsvergunning werd afgeleverd;

        4° Garages, zowel deze die deel uitmaken van een pand als vrijstaande;

        5° Tenten;

        6° Verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens of tiny house;

        7° Een private woongelegenheid die niet aan de criteria van een minimum aan bewoonbaarheid voldoet. M.a.w. als blijkt uit onderzoek dat de woongelegenheid niet bewoonbaar is en bijgevolg ook niet als tweede verblijf kan worden benut (niet limitatieve en niet cumulatieve opsomming):

        • de woning is niet stabiel;
        • de woning is onveilig door situaties die onder andere volgende zaken als gevolg kunnen hebben: brand, ontploffing, elektrocutie, instortingsgevaar;
        • de woning kan stedenbouwkundig niet erkend worden als tweede verblijf;
        • het ontbreken van of te minimale bemeubeling. Minstens dient een bed voorzien van matras, één tafel en één stoel aanwezig te zijn;
        • sanitaire voorzieningen: het ontbreken van een goed functionerend toilet, stromend water, aansluiting op riolering of op een systeem op het perceel van het tweede verblijf dat het afvalwater verwerkt;
        • het ontbreken van verwarmingsmiddelen om de woongedeelten met een woonfunctie tot een normale temperatuur en op een veilige manier te kunnen verwarmen;
        • de afwezigheid van elektriciteit om de woning te kunnen verlichten en elektrische installaties op een veilige manier te kunnen gebruiken;

        8° Woningen die niet of moeilijk toegankelijk zijn vanop het openbaar domein. Hieronder dient te worden verstaan dat de inkomdeur van de woning ten allen tijde vrij moet zijn en zonder moeite kan worden geopend;

        9° De leegstaande woongelegenheden waarvan het bewijs wordt voorgelegd dat zij in de loop van het aan het belastingjaar voorafgaande kalenderjaar niet als tweede verblijf werden aangewend;

        10° Al dan niet verplaatsbare constructies op een kampeerterrein of kampeerverblijfpark dat erkend is op basis van decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies.

        §4. De minimale bewoonbaarheid van een private woongelegenheid kan worden gecontroleerd aan de hand van een verslag inzake registratie van tweede verblijf, dat als bijlage bij dit reglement wordt gevoegd.

        Bij het verslag worden de nodige gegevens ingevuld en de onderstaande documenten gevoegd:

        • Plaatsbeschrijving van de woning voorzien van een aantal foto’s;
        • Geldige keuring van de elektriciteitsinstallatie;
        • Geldige keuring van de verwarmingsinstallatie;
        • Bewijs van aansluiting op het drinkwater (waternet of ander gekeurd systeem);

        Na de aangifte van het tweede verblijf zal de administratie ‘Deel A’ van het verslag inzake registratie van tweede verblijf vervolledigen. Bij vermoeden van misbruik en / of foutieve verklaringen kan ten allen tijde ‘Deel B’ van het verslag inzake registratie van een tweede verblijf worden vervolledigd. Hiervoor zal de administratie contact opnemen met de aanmelder van het tweede verblijf.

        Indien uit het verslag inzake registratie tweede verblijf blijkt dat de woning niet kan beschouwd worden als tweede verblijf wordt de aangifte van het tweede verblijf geweigerd.

         

        Artikel 2. Belastingplichtige

        §1. De belasting is ondeelbaar en voor het hele aanslagjaar verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van het tweede verblijf, of in het geval van verhuur, door de huurder van het tweede verblijf, op 1 januari van het aanslagjaar. De mede-zakelijk gerechtigden of mede-huurders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. Ingeval van verhuur is de zakelijk gerechtigde, of ingeval het er meerdere zijn, zijn de zakelijk gerechtigden eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

        §2. Onder zakelijk gerechtigde wordt verstaan: de natuurlijke of rechtspersoon die houder is van één van de volgende zakelijke rechten:

        • volle eigendom;
        • recht van opstal;
        • recht van erfpacht;
        • vruchtgebruik.

         

        Artikel 3. Tarief van de belasting op tweede verblijven

        Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op €990,00 per jaar en per tweede verblijf. De belasting is ondeelbaar.

         

        Artikel 4. Aangifte tweede verblijf

        §1. De belastingplichtige moet uiterlijk op 30 juni van elk aanslagjaar bij het gemeentebestuur aangifte doen van elk goed dat hij voor dat jaar wenst aan te wenden als tweede verblijf en conform de definitie kan worden gebruikt als tweede verblijf door middel van een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld aangifteformulier. Het aangifteformulier kan op eenvoudig verzoek worden bekomen bij het gemeentebestuur of gedownload worden van de gemeentelijke website. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. Bij een eerste aangifte zal de mogelijkheid tot registratie als tweede verblijf worden nagekeken door deel A van het verslag inzake registratie tweede verblijf (vaststellingen vooraf aan (mogelijke) technische controle) in te vullen. Dit gebeurt door de administratie nadat door de aanvrager het aangifteformulier tweede verblijf werd ingevuld, ondertekend en ingediend bij het gemeentebestuur. Het aangifteformulier kan digitaal worden ingediend via financiën@lennik.be. Als de aangifte digitaal wordt ingediend geldt de datum van elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

        §2. Overeenkomstig artikel 7 §2 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen, kan een voorstel van aangifte worden voorgelegd aan de belastingplichtige op basis van de gegevens uit eerdere aangiftes. Als de belastingplichtige geen opmerkingen bij het voorstel indient voor de aangiftedatum vermeld onder §1 van huidig artikel, geldt het voorstel als een regelmatige aangifte. Als de opmerkingen verzonden worden via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van hun indiening.

        §3. Ingeval van overdracht van zakelijke rechten of wijziging van de belastbare toestand is de overdrager ertoe gehouden om het gemeentebestuur hiervan binnen de 30 kalenderdagen op de hoogte te brengen.

        §4. Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de datum vermeld onder §1 van huidig artikel, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd overeenkomstig artikel 7 §3 van het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008, zoals nadien gewijzigd.

        §5. De aangifte van een tweede verblijf wordt geweigerd als de woning kennelijke objectieve indicaties van leegstand vertoont of niet voor bewoning bruikbaar is. In het kader hiervan zal de intergemeentelijke administratieve eenheid jaarlijks twee keer een controle uitvoeren ter plaatse bij al de woningen die zijn geregistreerd als tweede woning. Naar aanleiding van deze controle kan de intergemeentelijke administratieve eenheid deel B van het verslag inzake registratie tweede verblijf invullen en kan, in voorkomend geval, het pand niet langer als tweede verblijf aanvaard worden. De intergemeentelijke administratieve eenheid brengt de zakelijk gerechtigden en, in voorkomend geval, de huurder(s) hiervan op de hoogte.


        Artikel 5. Inkohiering

        De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

         

        Artikel 6. Betalingstermijn

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.


        Artikel 7. Bezwaar

        §1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. 

        §2. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn. Het moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.  

        §3. Bezwaarschriften kunnen via elektronische weg per e-mail naar financiën@lennik.be worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld. De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        §4. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in het bezwaarschrift heeft gevraagd zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting. 

         

        Artikel 8. Slotbepalingen

        §1. De vestiging en de invordering, alsook de regeling van de geschillen inzake de belasting gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. 

        §2. Voorliggend besluit wordt bekendgemaakt en de toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake.

        §3. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en vervangt het intergemeentelijke reglement tweede verblijven zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 22 december 2021.


      • Omgeving - Reglement: Registratie van en belasting op leegstaande woningen en gebouwen - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        De gemeenteraad van Lennik wenst een actualisatie van het bestaande reglement registratie leegstaande gebouwen en woningen, oorspronkelijk goedgekeurd op 16 december 2020.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheden en reglementen zijn van toepassing:

        Bevoegdheden:

        • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
        Reglementen: 
        • Grondwet, art. 41, 162 en 170, § 4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.
        • Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 2.9 - 2.14.
        • Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 2.14.
        • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
        • Bestuursdecreet van 7 december 2018.
        • Ministerieel besluit van 12 december 2019 houdende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid voor de periode 2020-2025.
        • Ministerieel besluit van 13 december 2022 houdende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid voor de periode 2023-2025.
        • Het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid van 14 maart 2025.
        • Gemeenteraadsbesluit van 17 september 2025 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid IGS Woonwinkel Pajottenland voor de periode 2026-2031.
        Feiten, context en argumentatie

        Op advies en voorstel van de intergemeentelijke administratieve eenheid Woonwinkel Pajottenland wordt het registratie- en belastingreglement hernieuwd.

         

        De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

         

        Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden. Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister bepalen.

         

        Er zijn meerdere redenen om leegstaande woningen en gebouwen te registreren en te belasten:

        • Leegstand is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen minder waard of zelf gevaarlijk zijn, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent.
        • Leegstaande woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme, krakers, vervuiling en worden soms ook gebruikt als schuilplaats voor illegale of criminele activiteiten.
        • Leegstand creëert het gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie en veiligheidsdiensten vraagt.
        • Leegstaande woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
        • Sommige eigenaars laten woningen en gebouwen leegstaan louter om speculatieve redenen, in de hoop op hogere prijzen in de toekomst. Zij dragen echter niet bij aan de kosten die leegstand met zich mee brengt.
        • Leegstaande woningen en gebouwen in de gemeente verhogen onnodig het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.
        • Woningen die zonder reden leegstaan, dragen bij aan de schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en drijven de huur- en verkoopprijzen op. Tegelijk is er een grote groep in de samenleving die moeilijk aan een goede woning raakt die ze kan betalen. De Vlaamse en lokale overheden stoppen jaarlijks veel middelen in het betaalbaar en toegankelijk houden van de woningmarkt. Onder die omstandigheden is het verantwoord om instrumenten als leegstandsbestrijding in te zetten om het aanbod te vergroten en te helpen de prijzen te beheersen
        • De strijd tegen leegstaande woningen en gebouwen zal maar effect hebben als de opname in het leegstandsregister ook leidt tot een belasting.
        • De gemeente Lennik maakt deel uit van het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid IGS Woonwinkel Pajottenland. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande gebouwen en woningen als verplichte activiteit.

        De strijd tegen leegstaande woningen en gebouwen zal onder meer een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een register ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.

         

        Om te voldoen aan een goed activatiebeleid adviseert de intergemeentelijke administratieve eenheid Woonwinkel Pajottenland om het basistarief vast te stellen op 1.300,- euro. Dit om in de lijn te liggen met de gemiddelden van Vlaanderen, de provincie Vlaams-Brabant en de vergelijkbare gemeenten (volgens de Belfius-index). Daarnaast raadt de intergemeentelijke administratieve eenheid Woonwinkel Pajottenland aan om te voorzien in een jaarlijkse verhoging van 1.000,- euro met een maximale heffing van 4.000,- euro.

        De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

        Financiële impact

        Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichtingen om een financieel evenwicht te handhaven.

         

        De opbrengst van deze belasting is voorzien in het meerjarenplan 2026 – 2031 onder de jaarbudgetrekening GBB/0020-00/7374000 en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.

        Onderdeel Extra Input 2026 2027 2028 2029 2030 2031
        Exploitatie Exploitatie - ontvangsten 30 000,00 30 000,00 30 000,00 30 000,00 30 000,00 30 000,00
        Exploitatie - uitgaven            
        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Christel O, Jo Massaer, Karen De Waele, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre
        Onthouders: Kristien Van Vaerenbergh, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Karel Van Belle, Dirk De Smedt, Cindy De Greef
        Resultaat: Met 15 stemmen voor, 6 onthoudingen
        Besluit

        Artikel 1:

        De gemeenteraad neemt na beraadslaging volgend reglement aan:

         

        Hoofdstuk 1: Begripsomschrijvingen

        Artikel 1 Begripsomschrijvingen

        Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        Voor de toepassing van dit regelement wordt begrepen onder:

        1° administratie: de intergemeentelijke administratieve eenheid, Woonwinkel Pajottenland, die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisatie van het leegstandsregister, alsook met de actualisatie van de gegevens in GIS;

        2° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;

        3° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen, vermeld in artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen:

        a) een aangetekend schrijven;

        b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;

        c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld.

        4° gebouw: het onroerend goed vermeld in artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen;

        5° leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

        De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

        Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

        6° leegstaande woning: Een woning die gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden; of een functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengen, zoals omschreven in art 2.10, §1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        7° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

        8° leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;

        9° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen

        10° verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;

        11° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen;

        12° Houder van het zakelijk recht: de persoon of personen met één van de volgende zakelijke rechten:

        • De volle eigendom
        • Het recht van opstal
        • Recht van erfpacht
        • Het vruchtgebruik

        13° Renovatienota: Een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota waar minstens volgende stavingsstukken worden bijgevoegd:

        • een overzicht van welke al dan niet vergunningsplichtige werken worden uitgevoerd;
        • een tijdschema waarin wordt aangegeven binnen welke periode de verschillende werken zullen worden uitgevoerd;
        • offertes, facturen, bestekken, …. waaruit blijkt dat er effectief werken worden uitgevoerd op het adres van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning;  
        • een fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen;
        • indien van toepassing een akkoord van de mede-zakelijk gerechtigden.

         

        Hoofdstuk 2: Registratie van leegstand

        Artikel 2. Leegstandsregister

        §1. De administratie zorgt voor de opmaak, opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister, alsook voor het bijhouden van deze gegevens in het gemeentelijk GIS.

        Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar wordt niet opgenomen in het leegstandsregister. Een woning die reeds opgenomen is in het leegstandsregister kan wel ongeschikt en/of onbewoonbaar worden verklaard. Ten gevolge van een ongeschikt en/of onbewoonbaarheidsverklaring, volgens de Vlaamse Codex Wonen, of op basis van artikel 135 van de nieuwe gemeentewet, zal een woning die opgenomen is in het register van leegstand opgenomen blijven in het register.

        Gebouwen of woningen die zijn opgenomen in het register van verwaarloosde woningen, kunnen ook worden opgenomen in het leegstandsregister.

        §2. In het register worden  de volgende gegevens opgenomen:

        1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

        2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

        3° de identiteit en het (de) adres(sen) van de houder(s) van het zakelijk recht;

        4° het nummer en de datum van de administratieve akte;

        5°de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname;

        6° indien van toepassing: de datum waarop een vrijstelling van heffing werd toegekend, de reden van toekenning en de datum waarop de vrijstelling afloopt.


        Artikel 3. Registratie van leegstand

        §1. De personeelsleden van de administratie, die met de opsporing van leegstaande woningen en gebouwen zijn belast, bezitten de onderzoeks-, controle en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikelen 5 en 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. De personeelsleden van de administratie worden aangeduid door het college van burgemeester en schepenen.

        §2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de vaststelling van de leegstand, wordt vermeld op de administratieve akte. De datum waarop de administratieve akte per beveiligde zending wordt verzonden aan de zakelijk gerechtigden, vermeerderd met drie werkdagen, zal gelden als opnamedatum in het register van leegstand.

        §3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van meerdere objectieve indicaties.

        Volgende objectieve indicaties zijn een directe reden om een gebouw op te nemen op het register van leegstaande woningen en gebouwen. De vaststelling van één van deze objectieve indicaties is voldoende om een leegstaand gebouw of een leegstaande woning op te nemen in het register van leegstand:

        • het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;

        In het geval van verhuring, zonder dat de bewoner zich inschrijft in het bevolkingsregister, zal de bewoner de woning als tweede verblijf moeten registreren.

        • het ontbreken van een inschrijving als tweede verblijf op het adres van de woning;
        • het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
        • de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;
        • aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;

        Volgende indicaties zijn aanvullend. Het vaststellen van één of meerdere van deze indicaties zijn op zich niet voldoende om een gebouw of woning op te nemen in het register van leegstaand:

        • het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;
        • een volle brievenbus gedurende lange tijd;
        • rolluiken die langdurig neergelaten zijn;
        • de onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;
        • getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent;
        • het pand kan worden betreden zonder braak;
        • oneigenlijke gevelafwerkingen zoals dichtgemetselde of dichtgetimmerde gevelopeningen;
        • verwaarloosd buitenschrijnwerk, gevels of dakbedekking;
        • verwaarloosde buitenruimte door opschietende en niet onderhouden beplanting, geen tekenen van betreding, onkruidgroei,...;
        • een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten.

        §4. De vaststellingen ter plaatse kunnen maar voor één procedure worden gebruikt. In geval van heropstart van een procedure dient er een nieuwe vaststelling ter plaatse te gebeuren.

         

        Artikel 4. Kennisgeving van registratie

        §1. De administratie stelt, na de vaststelling van leegstand, alle zakelijk gerechtigden bij beveiligde zending op de hoogte van de opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:

        • De administratieve akte;
        • Een beschrijvend verslag met de  vastgestelde objectieve indicaties conform het gemeentelijk leegstandsreglement;
        • De foto’s genomen op het ogenblik van de controle ter plaatse;
        • De actuele informatiebrochure over de leegstandsprocedure en leegstandsheffing;
        • Een formulier ‘beroep tegen de opname in het leegstandsregister’;
        • Een formulier ‘aanvraag vrijstelling van leegstandsheffing’.

        De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.

        Het college van burgemeester en schepenen wordt eveneens in kennis gesteld van de opname in het leegstandsregister.

         

        Artikel 5. Beroep tegen registratie

        §1. Tegen de beslissing tot opname van een woning of een gebouw in het gemeentelijk leegstandsregister, kan de zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger beroep indienen bij de beroepsinstantie.

        Op straffe van onontvankelijkheid moet het beroepsschrift:

        1° ondertekend en gemotiveerd zijn;

        2° met een beveiligde zending worden ingediend;

        3° minimaal de volgende gegevens bevatten:

        a)         de identiteit en het adres van de indiener;

        b)         de vermelding van het nummer van de administratieve akte;

        c)         de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft;

        4° de uitdrukkelijke vermelding bevatten van de reden(en) waarom de opname in het register ten onrechte zou gebeurd zijn;

        5° de bewijsstukken bevatten die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het register ten onrechte zou gebeurd zijn. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

        6° worden ingediend binnen een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de kennisgeving vermeld in artikel 4.

        7° als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het beroepschrift een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

        De datum van ontvangst door de beroepsinstantie geldt als datum van de indiening van het beroepschrift.

        §2. Een laattijdig ingediend beroep wordt behandeld als een verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 6.

        §3. De beroepsinstantie doet een uitspraak over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het beroepschrift binnen een termijn van honderdtwintig kalenderdagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het beroepschrift door de beroepsinstantie. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden van de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het betrokken gebouw of woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

        Als de uitspraak vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn en het ingediende beroepsdossier is volledig, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.

        §4. De administratie betekent via beveiligde zending de beslissing van de beroepsinstantie aan de zakelijk gerechtigde(n) en in voorkomend geval eveneens aan diens vertegenwoordiger.

        §5. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft het gebouw of de woning opgenomen in het register van leegstand met behoud van de opnamedatum.

        §6. Indien het beroep gegrond wordt verklaard, dan zal de datum van schrapping gelijk zijn aan de datum van opname.


        Artikel 6. Schrapping uit het leegstandsregister

        §1. Het effectief gebruik van een woning zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters, door registratie als tweede verblijf of als er een handelsactiviteit of vrij beroep uitgeoefend wordt in de woning. Het louter vestigen van een maatschappelijke zetel of een vestiging op het adres is geen bewijs van effectief gebruik van het gebouw voor het uitoefenen van een handelsactiviteit of vrij beroep. De handelsactiviteit of activiteit als vrij beroep moet duidelijk blijken uit de inrichting in functie van de aard van de activiteit en dit moet in overeenstemming zijn met de stedenbouwkundige bestemming van het pand.

        Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend werd overeenkomstig de woonfunctie.

        De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

        §2. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 5°, aangewend werd gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

        De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

        §3. Ingeval van sloop van de woning of het gebouw geldt als datum van schrapping de datum van sloop.

        §4. Voor een schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Op straffe van onontvankelijkheid moet dit verzoek:

        1° ondertekend en gemotiveerd zijn;

        2° met een beveiligde zending worden ingediend;

        3° minimaal de volgende gegevens bevatten:

        a)      De identiteit en het adres van de indiener;

        b)      De vermelding van het nummer van de administratieve akte;

        c)      De vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft;

        4° uitdrukkelijk de reden(en) vermelden waarom de woning of het gebouw uit het leegstandsregister zou moeten geschrapt worden.

        5° de bewijsstukken overeenkomstig §1 of §2 bevatten die aantonen dat de woning of het gebouw uit het register zou moeten worden geschrapt.

        6° als het verzoek wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het verzoek tot schrapping een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

        De datum van ontvangst door de administratie van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk leegstandsregister geldt als datum van de indiening ervan.

        §5. De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van leegstaande woningen en gebouwen belaste personeelsleden van de administratie. Het verzoek wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het betrokken gebouw of woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

        §6. De administratie doet uitspraak over het verzoek tot schrapping waarna zij het resultaat van het onderzoek betekent via beveiligde zending aan de zakelijk gerechtigde(n), alsook in voorkomend geval aan diens vertegenwoordiger, binnen een termijn van honderdtwintig kalenderdagen die ingaat de dag na de ontvangst door de administratie.

        Als de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, niet is gebeurd binnen de voorziene termijn en het ingediende schrappingsdossier is volledig, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.

        §7. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk leegstandsregister.


        Artikel 7 Beroep tegen weigering tot schrapping

        §1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het gemeentelijk leegstandsregister kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de beroepsinstantie.

        Op straffe van onontvankelijkheid moet dit beroepschrift:

        1° ondertekend en gemotiveerd zijn;

        2° met een beveiligde zending worden ingediend;

        3° minimaal de volgende gegevens bevatten:

        a)         de identiteit en het adres van de indiener;

        b)         de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft;

        c)         de weigeringsbeslissing;

        4° uitdrukkelijk de reden(en) vermelden waarom de woning of het gebouw uit het leegstandsregister zou moeten geschrapt worden.

        5° de bewijsstukken overeenkomstig artikel 6, § 1 of §2 bevatten die aantonen dat de woning of het gebouw uit het register zou moeten worden geschrapt.

        6° als het verzoek wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het verzoek tot schrapping een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

        7° worden ingediend binnen een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de kennisgeving van de weigeringsbeslissing.

        De datum van ontvangst van het beroepschrift door de beroepsinstantie geldt als datum van de indiening ervan.

        §2. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van leegstaande woningen en gebouwen belaste personeelsleden van de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

        §3. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van honderdtwintig kalenderdagen die ingaat de dag na de ontvangst van het beroepschrift door de beroepsinstantie. De administratie betekent de beslissing van de beroepsinstantie aan de indiener van het beroepschrift.

        Als de uitspraak vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn en het ingediende beroepsdossier is volledig, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.

        §4. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk leegstandsregister. De datum van ontvangst van het verzoek tot schrapping door de administratie geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk leegstandsregister.

         

        Hoofdstuk 3: belasting op leegstaande woningen en gebouwen

        Artikel 8. Belasting op leegstaande woningen en gebouwen

        §1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die, gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister. De definitie van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in artikel 1.

        §2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf 1 januari volgend op het jaar waarin de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

        Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft telkens op 1 januari volgend op het jaar waarin de woning of het gebouw gedurende een nieuwe termijn van twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister de belasting verschuldigd.

        Bij schrapping uit het register zal het gebouw of de woning niet meer worden belast voor het jaar dat de schrapping gerealiseerd werd. Ingeval van sloop van het gebouw of de woning dragen de zakelijk gerechtigden de verantwoordelijkheid om de uitvoering van de sloop te melden en bijgevolg de schrapping van het pand uit het register aan te vragen.

         

        Artikel 9. Belastingplichtige

        §1. De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het belastbare jaar zakelijk gerechtigde is van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning.

        §2.Ingeval van meerdere zakelijk gerechtigden, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

        §3. In geval van overdracht van zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister

        De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum er van, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.

        Ook de overdrager van het zakelijk recht is ertoe gehouden om binnen dezelfde termijn de administratie op de hoogte te brengen van de overdracht, de datum er van, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde(n), bij gebreke waaraan hij hoofdelijk gehouden blijft tot betaling van de heffing.

         


        Artikel 10. Tarief van de belasting

        De belasting bedraagt 1.300,- euro voor een leegstaande woning per jaar en 1.300,- euro voor een leegstaand gebouw per jaar.

        De belasting wordt vermeerderd met 1.000,- euro per bijkomende termijn van twaalf maanden dat het gebouw of de woning in het leegstandsregister staat opgenomen.

        De maximumaanslag per woning of gebouw bedraagt 4.000,- euro.

         

        Artikel 11. Vrijstellingen

        §1. De zakelijk gerechtigde kan een vrijstelling van de belasting of verlenging ervan aanvragen via beveiligde zending of digitaal per e-mail naar woonwinkelpajottenland@3wplus.be. De aanvraag moet ingediend worden bij de administratie, die elke aanvraag vergezeld van haar advies voorlegt aan het college van burgemeester en schepenen. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen. Een vrijstelling kan niet worden verlengd tenzij uitdrukkelijk vermeld in het reglement. Het college van burgemeester en schepenen doet een uitspraak over de aanvraag binnen een termijn van 120 kalenderdagen die een aanvang neemt de dag na ontvangst van het verzoek door de administratie. De administratie brengt de zakelijk gerechtigde(n) en in voorkomend geval, diens vertegenwoordiger, op de hoogte van de uitspraak via beveiligde zending, tenzij het verzoek gepaard gaat met een fiscaal bezwaar overeenkomstig artikel 13. In dat geval brengt het college van burgemeester en schepenen de zakelijk gerechtigde(n) en in voorkomend geval, diens vertegenwoordiger, op de hoogte van haar uitspraak en bezorgt ze een afschrift van haar beslissing aan de administratie.

        Als de uitspraak vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn en het ingediende vrijstellingsdossier is volledig, wordt het verzoek tot vrijstelling of verlenging ervan geacht te zijn ingewilligd.

        §2. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld:

        1° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing.

        De vrijstelling vangt aan op datum van de gerechtelijke beslissing en geldt voor een periode van 1 jaar verlengd tot en met 31 december van het jaar waarin de periode van 1 jaar bereikt wordt. Deze vrijstelling kan meermaals worden aangevraagd of worden hernieuwd. Bij hernieuwing loopt de vrijstelling vanaf 1 januari tot 31 december van hetzelfde jaar.

        2° de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor een periode van één jaar met ingang de datum van verkrijging van het zakelijk recht (datum notariële akte) verlengd tot en met 31 december van het jaar waarin de periode van één jaar bereikt wordt.

        Deze vrijstelling geldt niet voor:

        a)      De overdracht aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt;

        b)      De overdracht die het gevolg is van een fusie of splitsing.

        3° indien de houder van het zakelijk recht meerdere woningen tegelijk wenst te renoveren of te slopen en te vervangen, is een vrijstelling mogelijk voor maximaal 4 opeenvolgende jaren. De houder van het zakelijk recht moet jaarlijks rapporteren over de voortgang op het lokaal woonoverleg. Het woonoverleg geeft een advies aan het college van burgemeester en schepenen over de voortgang. Als er geen voortgang is, kan de vrijstelling niet worden vernieuwd.

        §3. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning :

        1° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

        2° Vernield werd ten gevolge van een plotse ramp.

        De vrijstelling geldt vanaf de aangetoonde datum van vernieling en voor een periode van 1 jaar verlengd tot en met 31 december van het jaar waarin de periode van 1 jaar bereikt wordt. Deze vrijstelling kan twee maal worden hernieuwd. Bij hernieuwing loopt de vrijstelling vanaf 1 januari tot 31 december van hetzelfde jaar. Bij de aanvraag tot hernieuwing zal de onbewoonbaarheid of onbruikbaarheid moeten aangetoond worden aan de hand van een verslag opgemaakt door een technische controleur van de administratie.

        3° onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure.

        De vrijstelling vangt aan op de datum van de gerechtelijke beslissing tot verzegeling of waarbij de expertise werd bevolen en geldt voor een periode van 1 jaar verlengd tot en met 31 december van het jaar waarin de periode van 1 jaar bereikt wordt. Deze vrijstelling kan meermaals aangevraagd of worden hernieuwd. Bij hernieuwing loopt de vrijstelling vanaf 1 januari tot 31 december van hetzelfde jaar.

        4° gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden.

        De vrijstelling vangt aan op de datum van het uitvoerbaar worden van de vergunning en geldt voor een periode van 1 jaar verlengd tot en met 31 december van het jaar waarin de periode van 1 jaar wordt bereikt. Deze vrijstelling kan twee maal worden hernieuwd. Bij hernieuwing loopt de vrijstelling vanaf 1 januari tot 31 december van hetzelfde jaar.

        5° gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning, met dien verstande dat de werken niet vergunningsplichtig zijn en er een renovatienota wordt ingediend.

        De vrijstelling vangt aan op de aangetoonde datum van de aanvang van de renovatiewerken en geldt voor een periode van 1 jaar verlengd tot en met 31 december van het jaar waarin de periode van 1 jaar wordt bereikt. Deze vrijstelling kan twee maal worden hernieuwd. Bij hernieuwing loopt de vrijstelling vanaf 1 januari tot 31 december van hetzelfde jaar. Bij de aanvraag tot hernieuwing zal de onbewoonbaarheid of onbruikbaarheid moeten aangetoond worden aan de hand van een verslag opgemaakt door een technische controleur van de administratie.

         

        Artikel 12. Inkohiering en betalingstermijn

        Conform de regelgeving opgenomen in het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008, zoals later gewijzigd, wordt de belasting ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar wordt gesteld door het college van burgemeester en schepenen.

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.


        Artikel 13. Bezwaar

        §1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. 

        §2. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn. Het moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.  

        §3. Bezwaarschriften kunnen via elektronische weg per e-mail naar XXX (mailadres financiën) worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld. De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar. 

        §4. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in het bezwaarschrift heeft gevraagd zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting. 


        Artikel 14. Slotbepalingen

        §1. De vestiging en de invordering, alsook de regeling van de geschillen inzake de belasting gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. 

        §2. Voorliggend besluit wordt bekendgemaakt en de toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake.

        §3. Dit reglement gaat in voege vanaf 1 januari 2026 en vervangt het intergemeentelijk reglement registratie leegstaande gebouwen en woningen zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2020.


      • Omgeving - Belasting- en retributiereglementen op klei- en leemontginning en op grondaanvullingen en/of grondophogingen – Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Het belastingreglement van 17 oktober 2019 zal hernomen worden betreffende een klei- of leemontginning of voor elk dossier betreffende een grondaanvulling.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheden en regelgevingen zijn van toepassing:

        Bevoegdheden:

        • Artikel 40, §3, en 41, tweede lid, 14°, van het decreet over het lokaal bestuur

        Regelgevingen:

        • Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;

        • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012;

        • Beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure;

        • Gemeenteraadsbeslissing 17 oktober 2019 voor een belasting- en retributiereglementen op klei- en leemontginning en op grondaanvullingen en/of grondophogingen.

        Feiten, context en argumentatie

        De gemeente Lennik wil een belasting invoeren op klei- en leemontginningen om een deel van de maatschappelijke kosten die deze activiteiten veroorzaken te verhalen op de exploitant en/of vergunninghouder.

        Daarnaast wil de gemeente ook een belasting heffen op grondaanvullingen en terreinophogingen (nivelleringswerken) om de bijkomende maatschappelijke kosten gedeeltelijk te compenseren.

        Deze belasting is niet van toepassing op woonkavels met een maximale oppervlakte van 20 are.

        De maatregel wordt opgenomen in het meerjarenplan 2026–2031 om te voldoen aan de voorwaarden voor financieel evenwicht, zoals bepaald in het ministerieel besluit inzake de Beleids- en Beheerscyclus (BBC).

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Resultaat: Met 21 niet gestemd
        Besluit

        Artikel 1:

        Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een directe gemeentebelasting gevestigd op de ter plaatse afgegraven en afgevoerde hoeveelheid klei of leem en dat ten laste van de exploitanten en/of vergunninghouders van open groeven welke tot doel hebben de winning van klei en/of leem die gelegen zijn binnen de grenzen van de gemeente.

          

        Artikel 2:

        Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een directe gemeentebelasting gevestigd op de aangevoerde hoeveelheid grond of materiaal en dat ten laste van de exploitanten en/of vergunninghouders van open groeven van nivelleringswerken op gronden die gelegen zijn binnen de grenzen van de gemeente.

         

        Artikel 3:

        De heffing wordt semestrieel gevestigd op uiterlijk:

        • 30 september voor de afgevoerde hoeveelheid klei of leem en voor de aangevoerde gronden of materiaal van de eerste zesmaandelijkse periode van het betrokken jaar;
        • 31 maart voor de afgevoerde hoeveelheid klei of leem en voor de aangevoerde gronden of materiaal van de laatste zesmaandelijkse periode van het jaar dat aan de vestiging voorafgaat;
         

        Artikel 4:

        Deze belasting bedraagt € 0,70 per m³ afgevoerde klei of leem;

          

        Artikel 5:

        Deze belasting bedraagt € 0,50 per m³ aangevoerde hoeveelheid grond of materiaal;

          

        Artikel 6:

        De belasting is verschuldigd door de exploitanten en/of vergunninghouders van de betrokken nijverheid en/of activiteit;

         

        Artikel 7:

        De exploitanten en/of vergunninghouders zijn verplicht om voor 31 juli van het aanslagjaar en voor 31 januari van het jaar volgend op het aanslagjaar een halfjaarlijkse aangifte bij het gemeentebestuur in te dienen van het aantal afgegraven en afgevoerde m³ klei of leem van het aanslagjaar en van het aantal aangevoerde m³ grond of materiaal.

         

        Deze zesmaandelijkse aangiften dienen te gebeuren op gestandaardiseerde door de administratie opgestelde en ter beschikking gestelde aangifteformulieren.

         

        De overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren.

         

        De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

         

        Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 7 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.

         

        Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

        De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

         

        Artikel 8:

        De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van Burgemeester en Schepenen.

         

        Artikel 9:

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet. Dit aanslagbiljet moet onverwijld na de uitvoerbaar verklaring van het kohier, aan de belastingplichtige worden toegezonden.

          

        Artikel 10:

        Belastingplichtigen die al een lopende overeenkomst hebben met de gemeente voor in voege gaan van dit reglement zijn vrijgesteld van de heffing waarvan sprake in dit reglement.

         

        Artikel 11:

        Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.

      • Omgeving - Belastingsreglement op de rioolaansluitingen (aansluitingstaks) - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        De gemeenteraad van Lennik wenst het bestaande belastingreglement op rioolaansluitingen, goedgekeurd op 19 december 2019, te actualiseren.

        Door de overdracht van het rioolbeheer aan een externe rioolbeheerder is de gemeente niet langer exploitant van het rioleringsnet. Toch blijft zij bevoegd om een belasting te heffen op rioolaansluitingen, gelet op haar rol in de vergunningverlening, ruimtelijke planning en administratieve opvolging.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheden en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheden:

        • Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;

        • Decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017

        Regelgevingen:

        • decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen.
        • omzendbrief 2019/02 van 15 februari 2019 – Coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit
        • beslissing van de gemeenteraad van 21 oktober 2013 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure
        • gemeenteraadsbeslissing 19 december 2019 inzake de belasting op rioolaansluitingen.
        • Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        • De Beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure.

        Feiten, context en argumentatie

        Hoewel de gemeente Lennik het beheer van het rioleringsnet heeft overgedragen aan een externe beheerder, blijft zij bevoegd om een belasting te heffen op rioolaansluitingen. Deze belasting dekt de administratieve en beleidsmatige kosten die de gemeente draagt in het kader van vergunningverlening, toezicht en ruimtelijke planning. De forfaitaire aard van de belasting zorgt voor rechtszekerheid en eenvoud in de toepassing.

        Financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1:

        Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een belasting vastgesteld op de aansluiting (aansluitingstaks) op het openbaar riolerings- en grachtenstelsel.

        Artikel 2:

        De belasting wordt geheven per afzonderlijke woongelegenheid of bedrijfsentiteit waarvoor een aansluiting op het openbaar rioleringsnet wordt gerealiseerd. Een woongelegenheid is een gebouw (huis, …) of een deel van een gebouw (appartement, studio, …) dat ingericht en bestemd is voor huisvesting. Een bedrijfsentiteit is een gebouw of een deel van een gebouw dat ingericht en bestemd is als kantoor (ook vrij beroep), winkel, café, stalling, ….

        Artikel 3:

        De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het onroerend goed op het moment van de aansluiting. Een latere eigendomsoverdracht ontslaat de oorspronkelijke eigenaar niet van de belastingplicht.

        Artikel 4:

        Het belastingbedrag bedraagt forfaitair € 350 per woongelegenheid of bedrijfsentiteit waarvoor nog geen eerdere aansluitingstaks werd betaald.

        Artikel 5:

        De belasting wordt geïnd bij het afleveren van de omgevingsvergunning of, indien van toepassing, bij de vaststelling van de effectieve aansluiting.

        Artikel 6:

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

         

        Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

         

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk ingediend worden en ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.

         

        Het bezwaarschrift kan ook online worden ingediend via www.lennik.be in zover in deze mogelijkheid wordt voorzien en binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in dit artikel. Meldingen via andere duurzame dragers zoals e-mail worden niet als bezwaarschrift aanvaard.

        Artikel 7:

        Deze belasting is een gemeentebelasting in de zin van het decreet van 30 mei 2008 en vervangt het vorige reglement goedgekeurd op 19 december 2019.

        Artikel 8:

        Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en blijft van kracht tot en met 31 december 2031.

        Artikel 9:

        De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286, §1, 3° van het Decreet Lokaal Bestuur. De toezichthoudende overheid wordt hiervan in kennis gesteld conform artikel 330 van hetzelfde decreet.

      • Omgeving - Belastingsreglement op grondaanvullingen en/of grondophogingen - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        De gemeenteraad van Lennik wenst een actualisatie van het bestaande belastingreglement op grondaanvullingen en/of grondophogingen, oorspronkelijk goedgekeurd op 17 oktober 2019.

        De belasting heeft tot doel de maatschappelijke kosten die gepaard gaan met het aanvoeren van grond of materialen voor terreinophogingen of nivelleringswerken gedeeltelijk te verhalen op de uitvoerders van deze werken, met uitzondering van woningbouw op kavels kleiner dan 20 are, waarvoor een vrijstelling geldt.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheden en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheden:

        • Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
        • Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur.

        Regelgevingen:

        • artikel 170 § 4 van de Grondwet
        • decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen
        • het belastingsreglement op klei- en leemontginning en op grondaanvullingen en/of grondophogingen goedgekeurd op 17 oktober 2019
        • De Beslissing van de gemeenteraad van 22 maart 2023 houdende de goedkeuring van het retributiereglement inzake de invorderingskosten van fiscale ontvangsten en de vaststelling van de invorderingsprocedure.

        Feiten, context en argumentatie

        De gemeente Lennik wil een belasting heffen op grondaanvullingen of terreinophogingen (nivelleringswerken) om de maatschappelijke kost die deze aanvullingen of ophogingen met zich meebrengen voor een deel te verhalen op de exploitant en/of vergunninghouder.

         

        Het onbillijk zou zijn om een belasting te heffen bij het bouwrijp maken van woonkavels conform de vigerende ruimtelijke bestemmingsplannen.

        Binnen de context van het ruimtelijk beleid onbillijk zou zijn een belasting te heffen op handelingen nodig ter uitvoering van een rechtmatig verkregen omgevingsvergunning voor de woningbouw op woonkavels met een oppervlakte van minder dan 20 are.

         

        Deze belasting moet opgenomen worden in het meerjarenplan 2026-2031 om aan de voorwaarden tot het bereiken van het financieel evenwicht te voldoen zoals bepaald in het ministerieel besluit met betrekking tot de invoering van de Beleids- en Beheerscyclus (BBC).

        Financiële impact

        De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1:

        Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten laste van exploitanten en/of vergunninghouders van nivelleringswerken op gronden die gelegen zijn binnen de grenzen van de gemeente een directe gemeentebelasting gevestigd op de aangevoerde hoeveelheid grond of materiaal.

         

        Artikel 2:

        De heffing wordt semestrieel gevestigd op uiterlijk:

        1. 30 september voor de aangevoerde gronden of materiaal van de eerste zesmaandelijkse periode van het betrokken jaar;
        2. 31 maart voor de aangevoerde gronden of materiaal van de laatste zesmaandelijkse periode van het jaar dat aan de vestiging voorafgaat.

         

        Artikel 3:

        Deze belasting bedraagt € 0,50 per m³ aangevoerde hoeveelheid grond of materiaal.

         

        Artikel 4:

        De belasting is verschuldigd door de exploitanten en/of vergunninghouders van de betrokken nijverheid en/of activiteit.

         

        De belasting is niet verschuldigd voor woonkavels met een maximum oppervlakte van 20 are.

         

        Artikel 5:

        De exploitanten en/of vergunninghouders zijn verplicht om voor 31 juli van het aanslagjaar en voor 31 januari van het jaar volgend op het aanslagjaar een halfjaarlijkse aangifte bij het gemeentebestuur in te dienen van het aantal aangevoerde m³ grond of materiaal.

         

        Deze zesmaandelijkse aangiften dienen te gebeuren op gestandaardiseerde door de administratie opgestelde en ter beschikking gestelde aangifteformulieren.

         

        De overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door de beëdigde ambtenaren.

         

        De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

         

        Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.

         

        Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

         

        De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen


        Artikel 6:

        De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van Burgemeester en Schepenen.

         

        Artikel 7:

        De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet. Dit aanslagbiljet moet onverwijld na de uitvoerbaar verklaring van het kohier, aan de belastingplichtige worden toegezonden.

         

        Artikel 8:

        De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

        Het bezwaarschrift moet schriftelijk ingediend worden en ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden. Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.

        Het bezwaarschrift kan ook online worden ingediend via www.lennik.be in zover in deze mogelijkheid wordt voorzien en binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in dit artikel. Meldingen via andere duurzame dragers zoals e-mail worden niet als bezwaarschrift aanvaard.

         

        Artikel 9:

        Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

        Artikel 10:

        Voorliggende beslissing alsook de inhoud ervan, wordt conform artikel 286, §1, 3° van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bekendgemaakt op de website van de gemeente.  De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking ervan, conform artikel 330 van het Decreet lokaal bestuur.


    • Integrale veiligheid

      • Veiligheid - Politieverordening vuurwerk - Goedkeuring

        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Aanleiding

        Naar aanleiding van jaarlijks terugkerende meldingen van vuurwerk tijdens de eindejaarsperiode op het grondgebied van de gemeente Lennik, is er nood aan een duidelijke en handhaafbare regeling rond het bezit van vuurwerk.

        Regelgeving

        Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:

        Bevoegdheidsgrond:

        • Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 en 41;
        Regelgeving:
        • Algemeen Politiereglement van politiezone Pajottenland goedgekeurd op de gemeenteraad van 17 september 2025, art. 36 en 51;
        Feiten, context en argumentatie

        Het algemeen politiereglement van PZ Pajottenland verbiedt het gebruik van vuurwerk zowel op de openbare plaats als op private domeinen, binnenplaatsen en op alle plaatsen die palen aan de openbare weg. Desondanks werden vorige feestperiode opnieuw overtredingen gesignaleerd. Een strikte handhaving, gekoppeld aan gerichte sensibilisering, is noodzakelijk om de doelstellingen van het vuurwerkverbod, namelijk veiligheid, gezondheid, dierenwelzijn en leefkwaliteit, te realiseren.

        Financiële impact

        Niet van toepassing.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef, Anaïs Nies
        Voorstanders: Erik O, Irina De Knop, Geert De Cuyper, Johan Limbourg, Heidi Elpers, Isabelle Duerinckx, Yves De Muylder, Kristien Van Vaerenbergh, Christel O, Lien De Slagmeulder, Filip Rooselaers, Jo Massaer, Karen De Waele, Karel Van Belle, Stefaan Jans, Ine Vandenberghen, Marie Vetsuypens, Dirk De Smedt, Freddy Van Malderen, Christel Van der Perre, Cindy De Greef
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1:

        Het is verboden vuurwerk te gebruiken, te bezitten, bij zich te dragen of op zak te hebben op de openbare weg, op openbare plaatsen en plaatsen toegankelijk voor het publiek, op private domeinen en binnenplaatsen voor zover deze grenzen aan of zichtbaar zijn vanop de openbare weg.

        Artikel 2:

        Deze politieverordening is van toepassing op het volledige grondgebied van de gemeente Lennik vanaf 18 december 2025 tot en met 15 januari 2026.

        Artikel 3:

        De lokale politie zal toezicht houden op deze politieverordening en is gemachtigd om vuurwerk dat in strijd met deze verordening wordt gebruikt of gedragen in beslag te nemen.

        Artikel 4:

        Overtreding van de bepalingen van deze politieverordening kunnen gesanctioneerd worden met een administratieve geldboete van maximum 500 euro.

        Artikel 5:

        Een afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan de korpschef van de lokale politiezone Pajottenland.

        Artikel 6:

        De gemeenteraad keurt bovenstaande politieverordening aangaande het verbod op het gebruik en het bezit van vuurwerk in Lennik goed.

De voorzitter sluit de zitting op 18/12/2025 om 00:21.

Namens Gemeenteraad,

Anaïs Nies
algemeen directeur

Erik O
voorzitter